|
|
|
|
Zoogdieren (Mammalia) zijn een klasse van
warmbloedige
chordadieren (Chordata), meer in het bijzonder van de
Amniota, met zo'n 5416
soorten verdeeld over ongeveer 27
orden.
Eigenschappen
Zoogdieren zijn warmbloedig en hebben – althans in aanleg – een lichaamsbedekking die uit haar bestaat. Zij zogen hun jongen uit
melkklieren en hun binnenoor bevat drie botjes: hamer, aambeeld en stijgbeugel. Het aantal
chromosomen varieert van 10 bij
Ctenomys steinbachi en een onbeschreven
Akodon-soort (de laatste heeft soms 9 chromosomen) tot 118 bij
Dactylomys boliviensis. Alle soorten zijn
diploïde, behalve
Tympanoctomys barrerae, die tetraploïde is.
Geboorte
Hoewel de primitievere leden van de klasse (de
cloacadieren, bijvoorbeeld het
vogelbekdier en de
mierenegel) eierleggend zijn, brengen de meeste zoogdieren hun jongen levend ter wereld. Bij de
buideldieren (Metatheria) zijn de jongen nog erg weinig ontwikkeld en verblijven ze (bij sommige soorten) na hun geboorte nog lange tijd in een buidel, waar zij zich verder ontwikkelen.
Bij de placentadieren (Placentalia) wordt een verder ontwikkeld jong geboren na een verblijf in de baarmoeder, waar het via de navelstreng van voedsel en zuurstof wordt voorzien.
Er is een groot verschil in de mate van ontwikkeling bij de geboorte. Zo worden muizen en ratten naakt en blind geboren in een hol. De eerste paar weken van hun leven hebben ze verzorging van de moeder nodig. Katten en andere carnivoren worden eveneens met gesloten ogen geboren, maar deze dieren hebben wel al beharing. Ook bij deze dieren is verzorging door de moeder nodig, in het bijzonder om te leren jagen. Kuddedieren zoals hoefdieren baren jongen die zich snel ontwikkelen en al snel met de kudde mee kunnen lopen.
Botten en tanden
Alle zoogdieren hebben drie botten in ieder oor en één bot aan iedere kant van de onderkaak. De overige gewervelde dieren hebben één bot in het oor en minstens drie botten aan iedere kant van de onderkaak. Er zijn wel een aantal groepen reptielen bij wie de botten in oor en onderkaak zoogdierachtig zijn. De bekendste van deze groepen zijn de
cynodonten, waarvan vermoed wordt dat het de voorouders van de zoogdieren zijn.
Het gebit van een zoogdier bepaalt welk voedsel er wordt gegeten. In principe heeft elk zoogdier 44 gebitselementen; in elke kaak zitten:
Bij de meeste zoogdieren zijn in de loop van de
evolutie elementen uit het gebit verdwenen. Zo hebben
knaagdieren tussen de 16 en 22 tanden, katten 30 tanden en honden 42 tanden. Enkele zoogdieren, zoals de
Pyreneese desman en het
wilde zwijn hebben nog wel alle 44 tanden en kiezen. Enkele hebben er zelfs meer, bijvoorbeeld sommige soorten
tandwalvissen.
Bij carnivoren zijn de hoektanden zeer scherp. De kiezen van deze dieren zijn knipkiezen: ze worden gebruik om het vlees te knippen. Herbivoren (plantenetende zoogdieren) hebben kiezen met plooien. Hiermee kunnen ze grassen en andere planten vermalen. Knaagdieren bezitten over het algemeen geen hoektanden. Omnivoren (alleseters, waaronder de mens) hebben knobbelige kiezen om het voedsel goed te kunnen vermalen.
Squirrel7778.JPG]]
Voortbeweging
De voortbeweging hangt af van de habitat: vleermuizen vliegen, dolfijnen zwemmen, apen springen of kruipen, hoefdieren lopen en mollen graven.
Het grootste deel van de zoogdieren zijn "lopers". Ook bestaan er verschillende loopwijzen waardoor we de lopers in groepen kunnen verdelen. De groepen zijn:
- Zoolgangers: deze dieren lopen bijna op hun gehele voetzolen (bv: beren).
Leefomgeving
Zoogdieren zijn van oorsprong landdieren, maar verschillende groepen zijn secundair aquatisch geworden, wat wil zeggen dat ze zijn teruggekeerd naar de zee. Voorbeelden zijn
walvissen,
dolfijnen en
zeekoeien. Eén groep, de
vleermuizen, heeft het vermogen om te vliegen ontwikkeld. De groep is dus zeer veelzijdig.
Zoogdieren komen bijna over de gehele wereld voor, zelfs in poolgebieden en gebergten. Dit is een gevolg van de warmbloedigheid en de bescherming door de vacht. Sommige zoogdieren hebben zich dusdanig aangepast dat ze ook in woestijnen en tropische wouden voorkomen.
Lichaamstemperatuur
De
hypothalamus, een klein gebied in de
hersenen, regelt de
lichaamstemperatuur. De lichaamstemperatuur kan geregeld worden door:
- opvoering/verlaging van de snelheid van het metabolisme,
- verwijding/verdunning van de bloedvaten (die warmte naar de huid transporteren),
- het opzetten/platzetten van de haren (die een isolerende vachtlaag vasthouden/loslaten),
- rillen/zweten en/of hijgen (via de verdamping verliest het dier warmte)
- Speciale houdingen als bij elkaar kruipen, ineenhurken of een zonnebad nemen.
Taxonomie
Hoewel
eierleggende zoogdieren geen tepels hebben, hebben ze wel melkklieren, zodat alle noodzakelijke kenmerken om bij de zoogdieren ingedeeld te worden bij hen aanwezig zijn. Overigens ligt de nadruk in de
taxonomie, het indelen van dieren in groepen, op de gemeenschappelijke voorouders – als er bijvoorbeeld een walvis wordt gevonden die helemaal geen haar heeft, wordt hij toch tot de zoogdieren gerekend, omdat de voorouder van die walvis wél haar gehad moet hebben.
Niet alle hierboven genoemde kenmerken zijn uniek. Zo zijn sommige haaien levendbarend en zijn de vogels warmbloedig.
Indeling
De zoogdieren werden oorspronkelijk verdeeld in drie groepen: Monotremata (
eierleggende zoogdieren), Marsupialia (
buideldieren) en Placentalia (
placentadieren). Later zijn deze namen vervangen door
Prototheria,
Metatheria en
Eutheria. Deze namen werden gekozen omdat men dacht dat de Placentalia afstammelingen waren van de Marsupialia, die op hun beurt van de Monotremata afstamden. Deze theorie blijkt tegenwoordig niet te kloppen. De drie groepen zijn mogelijk slechts in de verte verwant, en kunnen zich onafhankelijk ontwikkeld hebben uit de zoogdierachtige reptielen. Tegenwoordig worden de buidel- en placentadieren meestal samen tot de onderklasse
Theriiformes (of Theria) gerekend.
Zie Mammalia (taxonomie) voor een lijst met ordes.
Ontstaan
De inzichten in de afstammingsgeschiedenis van de zoogdieren zijn de laatste decennia steeds ingrijpend veranderd, en naarmate er meer
fossielen van vroege zoogdieren en zoogdierachtige reptielen gevonden worden, wordt er steeds meer over de vroege geschiedenis van de zoogdieren bekend. De zoogdieren behoren tot de groep
Synapsida, genoemd naar de vorm van de schedel, die ook de
zoogdierachtige reptielen omvat. Daarbinnen behoren de zoogdieren dan weer tot de
Cynodontia, een groep binnen de
Therapsida. De oudste echte zoogdieren dateren van het Trias, ongeveer 220 miljoen jaar geleden. De meeste zoogdieren (
Repenomamus is een uitzondering) bleven klein en onopvallend tot de dinosauriërs uitstierven, zo'n 65 miljoen jaar geleden. Hierna begon de eigenlijke bloeiperiode van de zoogdieren, hoewel de zoogdieren als groep eigenlijk net zo oud zijn als de dinosauriërs.
Tijdens het dinosauriër-tijdperk bestonden veel verschillende groepen zoogdieren, waarvan de meest primitieve vormen eierleggend waren. Voorbeelden zijn de monotrematen. Er zijn nog veel meer primitieve zoogdieren bekend, zoals de orde Multituberculata. Pas later ontstonden de levendbarende zoogdieren, de Theria. Hiertoe behoren zowel de buideldieren als de Placentalia. Na het uitsterven van de dinosauriërs werden de Placentalia de dominerende groep binnen de zoogdieren. De Gondwanatheria stierf in het Paleoceen uit en de Multituberculata in het Oligoceen.
De soorten die het meest op de eigenlijke zoogdieren lijken worden samen met hen tot de Mammaliaformes gerekend. De inhoud van deze groep is in feite met veel grotere zekerheid bekend dan die van de zoogdieren zelf. Mogelijk behoort zelfs de Multituberculata niet tot de echte zoogdieren.
Zie ook
Externe links
Zoogdier
Soogdier | ثدييات | Mamíferu | Бозайници | Bronneg | Mamífer | Mammiferu | Savci | Mamal | Pattedyr | Säugetiere | Θηλαστικά | Mammal | Mamuloj | Mamífero | Imetajad | Mammalia | Nisäkkäät | Mammifère | Sûchdieren | Mamífero | יונקים | Mammalia | Binatang menyusui | Mamifero | Spendýr | Mammalia | 哺乳類 | mabru | 포유류 | Bronnvil | Mammalia | Mamendéieren | Zoegdiere | Nyama ya mabɛ́lɛ | Žinduoliai | Mamalia | Söögdeert | Pattedyr | Pattedyr | Mammalia | Ssaki | Mammalia | Млекопитающие | Mammìfiri | Mammal | Cicavec | Sesalci | Сисари | Mamalia | Däggdjur | สัตว์เลี้ยงลูกด้วยนม | Mamalya | Memeliler | Ссавці | Biesse ås tetes | 哺乳动物 | Chhī-leng tōng-bu̍t