Wind is een natuurlijke luchtbeweging van de atmosfeer, gekenmerkt door richting en snelheid.
Wind kan op drie manieren ontstaan:
De wind kan in sterkte veel variëren. De windsterkte wordt uitgedrukt in een getal van de schaal van Beaufort of in meters per seconde. De windsterkte heeft veel effect op de gevoelstemperatuur die iemand ervaart. Bij harde wind en vorst noemt men dit verschijnsel windchill.
- | Windsnelheden.jpg | Gemiddelde windsnelheden in januari en juli bron: NASA
Gemiddeld waait in Nederland 2 à 3 uur na zonsopkomst de minste wind en ongeveer 3 à 4 uur na de hoogste zonnestand is de wind het sterkst. Als er geen grote weersveranderingen op til zijn wordt op een zomerdag rond 4 of 5 uur 's middags de sterkste wind verwacht. In de middag waait het dan gemiddeld 50% harder dan vroeg in de ochtend, maar in de namiddag neemt de wind meestal weer af.
Ook blijkt de wind 's avonds vaak iets te krimpen; dat is draaien tegen de richting van de wijzers van de klok (zie hierna). Dat betekent vaak dat de wind draait van noordwest in de ochtend naar zuidwest in de middag.
In het algemeen is de windsnelheid in het westen en het noorden van ons land groter dan in het oosten en zuidoosten, zodat gebruikmaken van windenergie in de kustprovincies aantrekkelijker is dan elders in het land.
Op voorschrift van de Wereld Meteorologische Organisatie worden windmeters op weerstations geplaatst in een open terrein op een mast van 10 meter hoogte. In een volgebouwd land als Nederland wordt het steeds moeilijker om geschikte meetlocaties te vinden. Om storende invloeden van gebouwen of bomen te beperken worden de meters soms hoger geplaatst. Zo staat de windmeter in De Bilt op 20 meter hoogte. Met formules wordt de meting omgerekend naar 10 meter hoogte, zodat de gegevens vergelijkbaar zijn. Ook is er in de loop der jaren veel veranderd aan het meetnet, waardoor windgegevens uit de eerste helft van de 20e eeuw niet vergelijkbaar zijn met die van later datum. Tegenwoordig geven automatische weerstations continu (digitaal) informatie over de wind.
Zo kan het KNMI nauwkeurig bepalen hoe hard het heeft gewaaid. De wind wordt bepaald over periodes van 10 minuten. Wanneer in het weerbericht wordt gesproken over windkracht 8 dan wordt verwacht dat de windsnelheid gemiddeld over 10 minuten tussen 17,2 en 20,7 m/seconde (62-74 km/uur) ligt. Zo hoort bij elk van de dertien klassenummers volgens de schaal van Beaufort een gemiddelde. In de scheepvaart werkt men met knopen: één knoop komt overeen met 0,5144 meter/seconde. Actuele informatie bij storm gaat over het 10 minuut-gemiddelde of kortdurende windstoten. Gegevens die tijdens een storm worden gemeld zijn voorlopig; achteraf moeten vaak correcties worden toegepast. Wanneer een windstoot bijvoorbeeld sterk afwijkt van het gemiddelde wordt de waarde als verdacht gekenmerkt en nader onderzocht.
Voor klimatologische statistieken en vergelijking van stormen wordt gebruik gemaakt van uurgemiddelden. Klimatologen spreken van een zware storm wanneer de windsnelheid ergens boven land een uurgemiddelde haalt van windkracht 10, dat wil zeggen tussen 24,5 en 28,4 m/seconde (89-102 km/uur). Ligt de windsnelheid gemiddeld over een uur tussen 28,5 en 32,6 meter/seconde (103-117 km/uur) dan wordt de storm achteraf geboekt als een zeer zware storm en boven 32,6 m/seconde (118 km/uur) als orkaan.
Een verandering van windrichting luidt vaak een verandering van het weer in. Zeker in Nederland en België waar het veel uitmaakt of de wind vanaf het droge vasteland van Europa blaast of de lucht over de vochtige Noordzee wordt aangevoerd.
De benamingen komen volgens het Instituut van Nederlandse Lexicologie in Leiden uit de zeilwereld. Een Frans woordenboek uit 1702 beschrijft wind die is geruimd als wind die blaast uit de richting waarnaar men het liefst zou willen varen. Het woordenboek der Nederlandse taal verklaart ruimen als "uit een voordeeliger hoek beginnen te waaien". Het oud-Nederlandse Voordeeliger betekent gunstiger. Zeemans Woordenboek van Twent uit 1813 omschrijft krimpen als draaiing tegen de zon, dus tegen de wijzers van de klok. Een maritiem woordenboek uit rond 1835 schrijft ook over de loop der wind tegen de schijnbare loop van de Zon in.
Krimpen en ruimen staat dus oorspronkelijke voor 'ongunstig' of 'gunstig'. Woordenboeken aan het eind van de 19e eeuw komen met een nieuwe betekenis. Zo schrijft Van Dale in 1898 over "het door het noorden naar het westen gaan: de wind was oost, maar hij is gekrompen". In de uitgave van 1914 is het begrip ruimen toegevoegd: "het lopen door het westen naar het noorden, de wind gaat ruimen, we krijgen beter weer".
Mogelijk zijn de termen krimpen en ruimen afkomstig uit de tijd van de grote zeilschepen die op het kompas voeren. De windroos kent een verdeling in 360 graden, waarbij 90 graden staat voor oostenwind, 180 graden (zuid), 270 graden (west) en 360 (noord). Bij een krimpende wind (tegen de wijzers van de klok) neemt het aantal graden af. Een wind die krimpt van zuid naar oost draait van 180 naar 90 graden. Het aantal graden krimpt dus, terwijl dat bij ruimende wind (met de wijzers van de klok) juist toeneemt.
Zweefvliegers kunnen o.a. hellingstijgwind gebruiken om te kunnen blijven vliegen.
- | Grieks | Latijn | - | Noordenwind | Boreas | Aquilo | - | Zuidenwind | Notus | Auster | - | Oostenwind | Eurus | - | Westenwind | Zephyr | Favonius | - | Noord-noordwestenwind | Thrascius | - | West-zuidwestenwind | Libs | - | Noordoostelijke wind | Caurus of Corus | - | Zuidoostelijke wind | Volturnus | - | Zuidwestelijke wind | Africus or Afer ventus |
Plinius beschreef aan het begin van onze jaartelling de beste methode om van de Golf van Aden naar India te zeilen en weer terug. De heenreis werd in 40 dagen gevaren met de "Hippalus", de zuidwest-moesson. De terugreis werd begonnen bij het aanbreken van de "Tybis", de Egyptische decembermaand. De "Vulturus", een wind uit zuidzuidoost was voor de terugreis. Tot aan de 16e eeuw kregen windrichtingen Latijnse namen: Septentrionalis (noord), Orientalis (oost), Meridonalis (zuid) en Occidentalis (west). De namen zijn nog onder meer te vinden op het Sint Pietersplein in Rome. Rond 1600 begon men de wind aan te tekenen in scheepsjournalen.
De Verenigde Oost-Indische Compagnie leverde in de 17e en 18e eeuw, toen er nog geen windsnelheidsinstrumenten bestonden, een schat aan gegevens op. De windkracht werd onder meer geschat uit geluiden (fluitende wind) en de zeilvoering van schepen. De zeeman keek natuurlijk ook naar het uiterlijk van de zee (golven) of bij harde wind of storm drijfnat van het buiswater. Uit die jaren stammen aanduidingen als bramzeilskoelte (matige wind), haak en kaak (buien met windstoten) en huiken en guiten (harde wind). Een winddraaiing met windtoename werd uitschot genoemd. "Voor de wind" is wind recht van achteren; "op de wind" is wind recht van voren.
Uit beschrijvingen van de bijstaande zeilen van een schip kan een schatting worden gemaakt van de windkracht, zoals die beschreven is in de schaal van Beaufort. In 1838 werd de schaal van deze admiraal officieel ingevoerd bij de Engelse marine, maar pas in 1873 werd de indeling internationaal bekend.
Вятър | Vent | Vítr | Vind | Wind | Άνεμος | Wind | Vento | Viento | Tuul | Tuuli | Vent | Vento | רוח | Vjetar | Szél | Vento | 風 | Ventus | Vējš | Vind | Vind | Vent | Wiatr | Vento | Ветер | Wind | Ветар | Vind | ลม | Rüzgar | Вітер | Vint | 風
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Wind (meteorologie)".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world