Vuur is het zichtbare (licht) en voelbare (warmte) verschijnsel dat optreedt als een brandbare stof een oxidatiereactie ondergaat bij hoge temperatuur. Door de warmte-ontwikkeling ontstaat een verticale luchtstroom, en door opwarming van naburige materie komen brandbare gassen vrij, waarmee het proces zichzelf in stand houdt. Bij ongecontroleerde uitbreiding spreekt met van een brand; de kleinste eenheid van een vuur noemt men een vlam.
In de Oosterse filosofie die we kennen in praktische toepassingen als shiatsu, feng shui, macrobiotiek en acupunctuur wordt uitgegaan van vijf elementen of transformatiefases zijnde hout, vuur, aarde, metaal en water die elkaar voeden en in toom houden. Het vuur element staat voor het hoogste energieniveau, zichtbaarheid, roem, ongrijpbaarheid, de kleur rood, de organen hart en dunne darm, het zuiden, de tijd van de dag dat de zon het hoogst staat, hoogzomer, een bittere smaak, etcetera. De vuurtransformatiefase wordt gevoed door de hout transformatie en voedt op zijn beurt de aarde transformatiefase. Vuur wordt in toom gehouden door water. In de extreme gevallen blust water vuur (te veel water energie) of laat water vuur uit de hand lopen (te weinig water energie).
Andere brandstoffen, die tegenwoordig nauwelijks meer gebruikt worden in de westerse wereld zijn:
In de Bijbel staat vuur symbool voor de nabijheid van God.
Het woord vuur wordt ook gebruikt voor het schieten met vuurwapens:
Natuurkunde | Techniek | Mythologie | Licht | نار (طبيعة) | Огън | Foc | Oheň | Tân | Ild | Feuer | Fire | Fajro | Fuego | Põlemine | Palaminen | Feu | אש | Api | Fairo | Fuoco | 火 | 불 | Ogień | Fogo | Fire | Ватра | Eld | Ateş | 火