article Related Topics:
Vleermuizen
 

Vleermuizen (orde Chiroptera, ook wel handvleugeligen genoemd) zijn zoogdieren die echt kunnen vliegen (in tegenstelling tot zweven). Hiertoe zijn hun vleugels voorzien van een vlieghuid die tussen de vingers van hun voor- en achterpoten en hun staart zit. Tot voor kort werden twee onderordes gebruikt: Megachiroptera (grote vleermuizen) en Microchiroptera (kleine vleermuizen).

De eerste groep bestaat uit grotere soorten die zich op het gezicht oriënteren en die vaak fruit eten; de vliegende honden behoren hiertoe. De tweede groep bestaat uit louter vleeseters die zonder uitzondering gebruik maken van echolocatie. Genetisch onderzoek heeft echter aangetoond dat de families Rhinolophidae (hoefijzerneuzen), Megadermatidae (grootoorvleermuizen), Craseonycteridae (hommelvleermuis) en Rhinopomatidae (klapneuzen) in feite nauwer verwant zijn aan de Megachiroptera dan de andere Microchiroptera. Daarom worden ze nu samen met de Megachiroptera in de onderorde Yinpterochiroptera ingedeeld, terwijl de overgebleven Microchiroptera de onderorde Yangochiroptera vormen.

In Nederland en België komt uitsluitend een twintigtal Yangochiroptera en Rhinolophidae voor, waarvan een aantal zeer zeldzaam zijn. Door hun verborgen en nachtelijke levenswijze hebben veel mensen nog nooit een vleermuis in het wild gezien maar een zevental soorten komt in Nederland toch algemeen voor. Er zijn wereldwijd zo'n 1100 soorten, zodat ruim 1 op de 5 zoogdiersoorten een vleermuis is.

Één van de eerste vleermuizen was Icaronycteris, waar fossielen van zijn gevonden die dateren van 54 miljoen jaar terug, uit het Eoceen.

Levenswijze


De Europese vleermuizen zijn zonder uitzondering insecteneters; deze worden in de lucht in de avondschemer gevangen door echolocatie. Omdat er 's winters nauwelijks insecten vliegen, gaan de bij ons voorkomende soorten in die periode in winterslaap, waarbij ze hun metabolisme tot een uiterst laag pitje terug kunnen draaien met een lichaamstemperatuur die maar net boven het vriespunt blijft. Vleermuizen paren voor de winter maar de eisprong en bevruchting treedt maanden later pas op. Meestal is er maar 1 jong, dat wordt gezoogd, en tijdens de jacht van de moeder op de slaapplaats blijft hangen. Vleermuizen kunnen tot tientallen jaren oud worden en planten zich maar langzaam voort. Ze zijn meestal zeer trouw aan hun standplaats of overwinteringsplaats.

Vleermuizen slapen en overwinteren vaak in grote aantallen in grotten, of in onze streken, bij gebrek aan grotten in ijskelders, bunkers en forten. Sommige vleermuizen overwinteren ook in boomholten, terwijl dwergvleermuizen hoofdzakelijk in huizen (in de spouw of op zolder) overwinteren. In de zomer verkiezen ze plaatsen die warmer zijn dan bunkers en forten, en komen ze veelvuldig voor op zolders en kerkzolders Ze hangen daar overdag met hun hoofd naar beneden. Ze kunnen ook ondersteboven in bunkers hangen of aan takken van bomen, onder afdakjes enzovoort. 's Avonds vliegen vleermuizen uit. Ze zijn in de schemering goed te herkennen, in de eerste plaats omdat er in de schemering weinig vogels vliegen, in de tweede plaats omdat hun vlucht nogal afwijkend is. Op jacht naar vliegende insecten hebben ze een zeer onregelmatige vlucht, ze kunnen snel hun vliegrichting aanpassen. Deze vleermuizen zenden namelijk ultrasone geluiden uit die op een prooi weerkaatsen en weer opgevangen worden. Zo kan de vleermuis de afstand tot zijn prooi en omgeving inschatten en vliegt hij opmerkelijk veilig. Vleermuizen kunnen in het stikdonker door een kamer vliegen waarin garen draden gespannen zijn zonder deze te raken.

Vleermuisbescherming


Vleermuizen zijn door hun gewoonte om in groepen te rusten zeer kwetsbaar. Bij instorting, overstroming etcetera is een hele kolonie verwoest. Ook planten vleermuizen zich traag voort. Sommige soorten zijn pas na enige jaren geslachtsrijp, en een worp bestaat vaak uit niet meer dan één jong.

Door de beschadiging van hun biotoop is vleermuisbescherming hard nodig. Goede rustplaatsen overdag (holle bomen) en goede overwinteringsplaatsen, met zeer weinig verstoring, veiligheid voor roofdieren en de mens, en een temperatuur die 's winters niet onder het vriespunt zakt, zijn schaars. Gecultiveerde landschappen worden vaak armer aan insecten. Veel vleermuizen hebben om zich te oriënteren 'corridors' nodig van heggen of bomenrijen om zich over grotere afstanden te kunnen verplaatsen: ze begeven zich niet graag ver van een peilbaar echobaken. In de Europese Unie zijn alle soorten bij wet beschermd.

België en Nederland werden op 4 december 1991 partij bij het EUROBATS-verdrag (AGREEMENT ON THE CONSERVATION OF POPULATIONS OF EUROPEAN BATS).

Zie ook: Habitatrichtlijn en de schending van de Habitatrichtlijn

Omgang met vleermuizen


Alle Belgische en Nederlandse vleermuizen zijn beschermde dieren.
  • Een slapend aangetroffen vleermuis het best rustig laten zitten. Het zijn nuttige diertjes die enorme hoeveelheden muggen verorberen.
  • Een vleermuis in winterslaap niet verstoren - opwarmen kost hem zoveel energie dat hij de lente wel eens niet meer zou kunnen halen als hij vaker wakker wordt dan normaal.
  • Een zieke of dode vleermuis niet met de handen aanraken - sommige vleermuizen zijn met het hondsdolheidvirus besmet. In een potje scheppen en (als hij nog leeft) een vleermuisopvangcentrum waarschuwen. (Zie externe links)
  • Een dode vleermuis melden aan een onderzoekscentrum, net als een vleermuis in de gordijnen; misschien is er wel een vrijwilliger in de buurt die u kan helpen zonder het beest schade te berokkenen.

Mythen


Sommige mensen vinden vleermuizen angstaanjagend. Mogelijk gevoed door het feit dat enkele kleine soorten (vampiervleermuizen, uitsluitend in Zuid-, Midden- en (als dwaalgasten) zuidelijk Noord-Amerika) van bloed leven, worden vleermuizen geassocieerd met vampiers. Dat klopt echter niet, omdat vampiervleermuizen, anders dan echte vampiers, hun slachtoffers bijvoorbeeld niet leegdrinken. Ook drinken ze meestal niet bij mensen, maar bij dieren bloed. Wel kunnen vampiervleermuizen ziekten, zoals hondsdolheid, overbrengen. Met hun scherpe hoektandjes maken ze een piepklein wondje bij bijvoorbeeld een koe, die daar overigens niets van voelt en gewoon verder slaapt. Door een speciale stof in hun speeksel stolt het bloed niet en kunnen ze het rustig oplikken tot ze genoeg hebben. De wonde groeit gewoonlijk dicht zonder verdere gevolgen.

Ook de mythe dat vleermuizen in je haar komen zitten, moet dringend de wereld uit. Vleermuizen vliegen nimmer in je haar. Sommige harige motten maken wel gebruik van hun beharing om zich moeilijker vindbaar te maken ('stealth') voor de vleermuis.

Indeling


In Vlaanderen reeds waargenomen soorten


Familie hoefijzerneusachtigen (Rhinolophidae)

Familie Gladneuzen (Vespertilionidae)

Geslacht Myotis Geslacht Grootoorvleermuizen (Plecotus) Geslacht Dwergvleermuizen (Pipistrellus) Geslacht Eptesicus Geslacht Vespertilio Geslacht Nyctalus Geslacht Barbastella

Mogelijk in Nederland voorkomende soorten


Familie Hoefijzerneusachtigen (Rhinolophidae)

Geslacht Rhinolophus

Familie Gladneuzen (Vespertilionidae)

Geslacht Myotis Geslacht Nyctalus Geslacht Eptesicus Geslacht Pipistrellus (dwergvleermuizen) Geslacht Plecotus (grootoorvleermuizen) Geslacht Vespertilio Geslacht Barbastella

Zie ook: Indeling van de vleermuizen

Externe informatie


Vleermuis

Apagacandil | Esperteyu | Letouni | Flagermus | Fledertiere | Bat | Ĥiropteroj | Murciélago | خفاش | Lepakot | Chiroptera | עטלפים | Kelelawar | Chiroptera | コウモリ | 박쥐 | Vliermuis | Šikšnosparniai | Nietoperze | Morcego | Рукокрылые | Netopiere | Yarasa | 蝙蝠

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Vleermuizen".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld