article Related Topics:
Vaccination :: Vaccinations :: Vaccines_and_Antisera :: Vaccination_and_Immunisation :: Vaccine_Associated_Sarcomas :: Vaccines :: Vaccinium
 

Een vaccin is een middel dat bij de patiënt een immuunrespons opwekt zonder hem ziek te maken. Hierdoor is de gevaccineerde beter tegen de ziekteverwekker bestand waar het vaccin voor bedoeld is dan zonder de behandeling.

Een inenting, ook wel vaccinatie genoemd, dient ter training van het afweersysteem van een persoon, meestal in de kindertijd. Tijdens de zwangerschap krijgt een baby veel antistoffen van de moeder mee, waar het ongeveer twee maanden mee kan doen. Daarna moet de baby het zelf doen, en een vaccinatieprogramma kan daar bij helpen.

Ook (huis)dieren worden ingeënt, bijvoorbeeld tegen hondsdolheid.

Alternatief


Wanneer kant- en klare afweerstoffen in het lichaam worden gespoten (antiserum) dan werkt dit onmiddellijk beschermend, maar deze bescherming is niet blijvend omdat hierbij het lichaam geen geheugencellen heeft aangemaakt die later opnieuw in actie kunnen komen.

Geschiedenis


Boeren op het platteland in Turkije hadden geleerd dat sommige mensen ernstig ziek werden van pokken en overleden, terwijl anderen een veel lichtere vorm van de ziekte overleefden. Door een blaasje van iemand met de lichte vorm open te krassen en de naald vervolgens in aanraking met het eigen bloed te brengen, was er een redelijk grote kans de milde vorm van pokken te krijgen.
Lady Mary Montague woonde in die tijd in Turkije. Ze nam de techniek van de boeren over. Terug in Engeland vertelde ze van haar ervaringen. Edward Jenner kwam dit ter ore, en hij experimenteerde er mee met patiënten. Duidelijk was dat het lang niet altijd werkte, ook aan de milde vorm overleden mensen. Wat hem echter opviel was dat melkmeisjes de ziekte nooit kregen. Ook al besmette hij een meisje bewust, er gebeurde niets. Jenner bracht dit in verband met een andere ziekte, die wel op pokken leek, de koepokken. Zo kwam Edward Jenner rond 1796 op het idee dat men zich tegen besmetting met pokken kon beschermen door een moedwillige inoculatie (of inenting) met vaccinia.

De naam vaccin en het werkwoord vaccineren komen van de latijnse naam voor koepokken: vaccinia (vacca = koe).

Louis Pasteur nam bij toeval waar dat een enige weken oude cultuur van kippencholerabacteriën (Pasteurella multocida) slechts een lichte ziekte veroorzaakte, die tegen een latere ernstige infectie beschermde. Hij formuleerde toen de gedachte duidelijker. Met een verzwakte smetstof kan men soms goedaardige infecties verkrijgen die tegen een besmetting met 'virulente' bacteriën (virussen) beschermen. In korte tijd verkreeg hij door kweken onder abnormale condities verzwakte smetstoffen van miltvuur, varkensvlekziekte en hondsdolheid. Later verkregen andere onderzoekers op soortgelijke wijze 'minder virulente' vaccins, die zich in het lichaam langzamer ontwikkelden, juist genoeg om immuniteit te induceren, zonder dat ernstige ziekteverschijnselen optraden.

Sir Almroth Wright (1897) concludeerde dat inspuiting van grote doses gedode bacteriën een soortgelijk effect moest hebben, mits bij het doden de structuur zo weinig mogelijk veranderde (verhitting op 56°C, formaldehyde e.d.) en ontwikkelde een werkzaam vaccin tegen tyfus.

Toen men ontdekte dat de verschijnselen van difterie (Pierre Roux en Alexandre Yersin) en tetanus (Shibasaburo Kitasato) aan exotoxinen te wijten waren, leerde men ook tegen deze ziekten te immuniseren met behulp van toxoïd, d.w.z. met formaldehyde ontgift toxine.

Moderne kennis bracht nieuwe mogelijkheden. Men leerde bij vele infecties welke antilichamen beschermden en welke antigenen of delen daarvan (epitopen de juiste antilichamen opwekten. In veel gevallen kan men deze antigeen-fragmenten koppelen aan een drager-eiwit of met een recombinant-DNA-techniek het fragment aan het oppervlak van een onschadelijke bacterie laten produceren en hiermee immuniseren. Een virus antigeen, door gistcellen geproduceerd, leverde een vaccin tegen Hepatitis B (Maurice Hilleman 1984). Vaccinia-virus dat een vreemd antigeen aan de celwand produceert, levert een vaccin tegen pokken en een andere ziekte (Bernard Moss 1987).

Vaccins


Er bestaan verschillende soorten vaccins:
  • vaccins die levende verzwakte organismen bevatten (bv sommige poliovaccins)en
  • vaccins bestaand uit (delen van) gedode organismen; de laatste kunnen dan weer
Vaccins worden in het algemeen intramusculair of subcutaan als een injectie toegediend; sommige levende vaccins kunnen worden geslikt of in een krasje op de huid worden gewreven. Bij de meeste vaccinaties is na een maand een tweede dosis nodig (boosterdosis), soms na nog enige maanden een derde.

Rijksvaccinatieprogramma's geven een schema waarmee de overheid een aantal als essentieel beoordeelde vaccinaties oplegt.

Ongewenste effecten van vaccinatie


Ongewenste vaccinatie-effecten zijn onbedoelde bijwerkingen die optreden na een vaccinatie campagne. Ze treden voornamelijk op bij:
  • Een te lage vaccinatiegraad; te weinig mensen werden gevaccineerd door praktische, financiële of sociologische obstakels.
  • Ziekten die een erger ziektebeeld hebben bij het ouder worden. (bijvoorbeeld de waterpokken)

Door de vaccinatiecampagne zal de gemiddelde infectieleeftijd toenemen omdat de ziekte minder makkelijk door de populatie spreidt. De overblijvende vatbare individuen zullen later de ziekte oplopen. Dit betekent dus op een hogere leeftijd, waardoor het ziektebeeld ernstiger is.

Voorbeelden

Ziekten die een ernstiger ziektebeeld hebben bij het ouder worden:

Geneesmiddel | Geneeskundige behandeling | Farmacie | Epidemiologie

Vacuna | Vakcína | Vaccination | Impfstoff | Vaccine | Vakcino | Vacuna | Rokote | Vaccination | חיסון | Vaksin | Vaccino | ワクチン | 백신 | Vaksine | Szczepionka | Vacina | Вакцина | Cepivo | Vaccination | วัคซีน | Vắc-xin

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Vaccin".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld