Umlaut (van Duits um (om, anders) en Laut (klank)) is een vorm van vocaalharmonie, waarbij een klinker kenmerken overneemt van de klinker in de eropvolgende lettergreep. De bekendste vorm van umlaut is die waarbij de klinker meer gesloten wordt uitgesproken onder invloed van een volgende sjwa. Dit type umlaut komt in het Nederlands en Duits veel voor.
Een paar voorbeelden:
De umlaut is een verre van regelmatig proces: het is niet te voorspellen welke vormen binnen een paradigma de klinkerwijziging ondergaan. Vaak bestaan er ook dialectverschillen.
De umlaut is in de loop van de tijd via twee streepjes vereenvoudigd tot twee stipjes. Daarmee ziet de moderne umlaut eruit als een trema. Wanneer de juiste diakritische tekens niet voorhanden zijn, wordt de umlaut in het Duits aangegeven door na de klinker een e toe te voegen: ä wordt ae, ö wordt oe, en ü wordt ue.
In grote delen (en vooral in het noorden) van het Duitse taalgebied valt de door ä aangeduide lange klank samen met de door e aangeduide lange klank. Daar worden beide als /e:/ gerealiseerd. In het zuiden wordt de ä gebruikt voor de weergave van de klank /ε:/.
In de moderne Duitse spelling functioneren de letters met een diakritische umlaut (ä, ö en ü) als letters die een eigen klankwaarde representeren, zonder dat de betreffende klank per se het product van een historische umlaut hoeft te vormen (denk aan leenwoorden als Pädagogik). Andersom zijn er umlauten die niet met een trema worden geschreven: Eltern (ouders) komt van älter (ouder).
Duits begrip | Schriftteken | Symbool
Umlaut | Umlaut | Umlaut | Umlaut | ウムラウト | Omlyd | Tøddel | Umlaut | Umlaut | Omljud