Snooker is een biljartspel voor twee spelers of twee ploegen waarbij de ballen weggespeeld moeten worden. Er zijn in totaal 22 ballen: vijftien rode, zes gekleurde ballen (geel, groen, bruin, blauw, roze en zwart) en een witte bal. Het is het best vergelijkbaar met pool. Snookerwhite.jpgDe belangrijkste verschillen tussen pool en snooker zijn de afmetingen; een snookertafel is in de regel groter dan een pooltafel, de ballen zijn kleiner en lichter en de keus zijn bijgevolg dunner.
De meeste 'gewone' cafékeus bestaan uit één stuk; persoonlijke keus bestaan meestal uit twee tot vier delen, omdat de keu zo gemakkelijker te vervoeren is. Bijna alle gevorderde en professionele spelers met een eigen keu gebruiken tegenwoordig meerdelige keus, maar vroeger was dat anders. Pas in het begin van de jaren 80 begonnen de meeste professionele spelers met een meerdelige keu te spelen. Zulke keus zijn zeker niet slechter dan keus die uit één stuk bestaan. Het is alleen belangrijk dat het mechanisme waarmee de verschillende delen samengehouden worden (meestal schroefdelen) goed blijft werken en niet gaat krommen, maar bij een normale behandeling van de keu zou dat geen probleem moeten zijn.
Het is belangrijk een goede keu te hebben om accuraat te kunnen spelen. Een keu mag eerst en vooral niet krom zijn. Dit kan gecontroleerd worden door de keu schuin omhoog te houden en te kijken vanaf de onderkant of deze bovenaan niet afgebogen is. Een andere methode is de keu even te laten rollen over de tafel; als hij onregelmatig rolt (lichtjes opspringt), dan is hij waarschijnlijk krom. Een keu wordt het best rechtopstaand of in een koffertje bewaard. Een keu die schuin tegen de muur geplaatst wordt, zal na verloop van tijd krom worden.
Voor wie op hoger niveau wil gaan spelen, is een eigen keu vrijwel onmisbaar. De keus in snookercafés zijn vaak niet altijd even goed en het is niet bevorderlijk voor het spel om elke keer met een andere keu te spelen. Een goede basiskeu kost 50 tot 100 euro, (semi-)professionele modellen kosten een veelvoud daarvan. Een dure en als 'professioneel' aangeprezen keu is overigens niet noodzakelijk beter dan een goedkoper model; Stephen Hendry heeft bijvoorbeeld de meeste van zijn grote titels behaald met een keu van zo'n 50 euro. Snookerbrug.jpg
De meeste spelers vormen een 'V' tussen de bovenste knokkel van hun wijsvinger en hun duim, en laten de keu door deze V 'glijden'. De duim wordt hiervoor omhoog gedrukt tegen de wijsvinger en de vier andere vingers worden gespreid en opgespannen en met min of meer gelijke openingen tussen de vingers op de tafel gelegd.
Bij een snookertafel zijn normaal gesproken verschillende hulpstukken aanwezig. Deze worden gebruikt als het moeilijk of onmogelijk is een brug te vormen met de hand. De meest gebruikte hulpstukken:
De twee rests bevinden zich aan de korte zijde van de tafel, de full butts aan de lange zijde. De spider, extended spider en swan neck bevinden zich in de regel onder de tafel, in ieder geval in de buurt van de tafel. De swan neck is niet overal beschikbaar, en de extended rest en hook rest zijn bijna alleen op professionele toernooien te vinden.
In de varianten van carambole buigen de spelers veel minder, dit omdat de ballen niet in pockets gespeeld worden en omdat er nood is aan een beter 'overzicht'. In het snooker is deze houding soms bruikbaar wanneer via de band gespeeld moet worden.
Bij het richten en uitvoeren van een stoot is het belangrijk dat de bovenarm recht naar de grond wijst, want anders is het moeilijk om de cueball in een mooie rechte lijn te raken. Elke stoot kan dan ook verkeerd gaan met een slechte houding van de arm.
Verder is het belangrijk zo weinig mogelijk te bewegen bij het uitvoeren van een stoot; in het ideale geval beweegt een speler alleen zijn arm. Veel spelers (met name beginners) hebben ook de neiging om na of zelfs tijdens het stoten direct op te staan, maar dit draagt beslist niet bij aan een goede techniek.
Een break van 100 punten of meer wordt een century genoemd.
De hoogste break die in de praktijk bereikt kan worden, is 147. In het snookerjargon wordt dit meestal een maximum of 147 genoemd. Een maximumbreak wordt verkregen door na elke rode bal een zwarte te potten, en vervolgens alle kleuren te potten. Een maximum wordt beschouwd als het resultaat van een perfecte beheersing van het spel.
De meeste topspelers maken op de oefentafel regelmatig een maximum, maar in de competitie en op toernooien is een maximum vrij uitzonderlijk. Het maken van een maximum wordt dan ook altijd op een staande ovatie onthaald en felicitaties van de tegenspeler, scheidsrechter en eventuele andere spelers. Op de rankingtoernooien is er meestal ook een flinke prijs voor.
De snelste maximumbreak in de geschiedenis is gemaakt door Ronnie O'Sullivan in het wereldkampioenschap van 1997, in amper 5 minuten en 20 seconden. Voor een 'gewone' century is dit al een vrij uitzonderlijke tijd.
In theorie is ook een break van tussen de 147 en 155 mogelijk; hiervoor dient een speler eerst een fout te begaan, waarna de andere speler een free ball krijgt toegewezen. Pot hij vervolgens rood en zwart, en vervolgens alle roden met zwarte ballen en alle kleuren, dan heeft hij een break van 155.
Het ideale safety shot is een stoot waarbij de tegenspeler gesnookerd wordt, wanneer hij de ball-on dus niet rechtstreeks kan raken. De tegenspeler moet dan via de band (of met een swerveshot, zie effect) de ball-on zien te raken. Slaagt hij hier niet in (doordat hij een andere bal of geen bal raakt), dan krijgt de tegenspeler de waarde van de ball-on of de waarde van de geraakte bal, indien deze meer waard is.
Meestal geeft de scheidsrechter dan een miss aan. De missregel wordt in principe toegepast wanneer de speler naar de mening van de scheidsrechter niet genoeg moeite heeft gedaan om de ball-on te raken, maar in de praktijk zal de scheidsrechter een miss blijven aangeven tot de ball-on geraakt is.
De tegenspeler mag bij zo'n miss kiezen of hij zelf gaat spelen zoals de ballen ervoor liggen (meestal enkel als ze gunstig liggen) of de tegenspeler opnieuw moet spelen. Dit kan vanuit de positie waarin de ballen na de fout liggen (de beurt doorgeven), maar meestal vraagt de speler om de ballen terug te leggen in hun oorspronkelijke positie.
Slaagt de speler er opnieuw niet in om een de bal te raken, dan krijgt hij weer strafpunten en zal de scheidsrechter waarschijnlijk opnieuw een miss uitspreken.
Noot: De missregel wordt meestal niet gebruikt in amateursnooker, al dan niet met scheidsrechter, tenzij dit van te voren afgesproken is. Dit komt doordat het niveau van professionele spelers hoger ligt, zodat zij door de ball-on met opzet te missen, voordeel kunnen behalen uit de situatie.
In amateursnooker is het wel gebruikelijk dat een speler zijn tegenspeler opnieuw kan laten spelen als die een fout maakt. Dit kan een gemiste bal zijn, maar ook bijvoorbeeld een cueball die in een pocket terecht is gekomen.
Een speler kan verschillende soorten effect (Engels: spin) op de cueball zetten. De bedoeling hiervan is de cueball in een bepaalde richting te laten bewegen nadat deze een andere bal geraakt heeft. Dit kan handig zijn om te vermijden dat de cueball mee met een andere bal een pocket in rolt, om de tegenspeler een snooker te bezorgen of om de cueball in goede positie te plaatsen om een volgende bal te potten.
In tegenstelling tot biljart- en pooltafels, waar het laken spiegelglad is, is het laken van een snookertafel licht harig en heeft het niet in het midden raken van de cueball invloed op de weg die deze aflegt voor er van een botsing met andere ballen sprake is. Hiervan wordt gebruikgemaakt bij het swerveshot, waarbij de cueball om de hindernisballen heen wordt gebogen om uit een snooker te raken. Er komt op snookertafels bovendien meer rolenergie in de cueball terecht dan op gladdere lakens.
Als er zogenaamd 'stun'- effect wordt gebruikt (de cueball moet hiervoor juist onder het midden geraakt worden), zal de cueball (in een rechte lijn) weinig of niet meer bewegen nadat hij een andere geraakt heeft of (wanneer een bal onder een bepaalde hoek geraakt wordt) in de natuurlijke hoek doorrollen. Vanwege de rolenergie zal de bal verder doorrollen in de richting van de stoot naarmate de botsing met de andere bal verder van de stootlocatie af plaatsvindt; eventuele backspin (zie hieronder) wordt geleidelijk omgezet in topspin. Om stun of zelfs backspin (trekbal) te bereiken op een langere afstand, moet de cueball dus laag en hard gespeeld worden, afhankelijk van de afstand.
Deze effecten worden regelmatig gebruikt:
Daarnaast kan de cueball ook aan de linker- of rechterkant geraakt worden (sidespin). Dit kan handig zijn als de speler bijvoorbeeld via de band moet spelen om de ball-on te raken. Als de bal aan de linkerkant geraakt wordt, zal deze feller naar de linkerkant terugkaatsen op de band en vice versa. Op snookertafels wordt met name bij zijeffect duidelijk dat het laken niet spiegelglad is. Als de cueball ver links geraakt wordt, zal deze eerst wat meer naar rechts gaan dan de richting van de keu, en daarna naar links afbuigen. Het is alleen aan de betere snookerspelers gegeven om goed in te kunnen schatten waar je de cueball bij een bepaalde afstand tot de object-ball op moet richten om, met zulk effect, toch de botsingshoek voor elkaar te krijgen die gewenst is.
De hoek bij 'stun' is ongeveer 90°. Een cueball met stun zal dus loodrecht verder rollen ten opzichte van de lijn tussen de gespeelde bal en de pocket waar hij naar gespeeld is. Bij gebruik van topspin zal de hoek kleiner zijn (de bal rolt verder door), bij backspin groter (de bal rolt een stukje terug).
Hoe 'dunner' de gespeelde bal geraakt wordt, hoe meer kracht de cueball zal behouden. Dat verklaart ook waarom de cueball in een rechte lijn, met stun, blijft liggen na aanraking van de gespeelde bal; alle energie is in die bal overgegaan. Het is voor een break meestal dan ook slecht als de cueball en de te spelen bal in lijn met het pocket liggen; met top- en backspin kan de cueball wel iets verder rollen of terugrollen, maar het is moeilijk om hem naar links of rechts te krijgen.
In de meeste competities en toernooien gelden ook vrij strikte kledingvoorschriften; de speler moet verschijnen in een net hemd, een vestje, een nette zwarte broek en keurige schoenen. Ook een strikje (of das) is meestal verplicht.
De laatste jaren zijn de omgangsvormen en traditie minder strikt geworden, onder andere om meer jonge spelers aan te trekken. Sommige spelers dragen bijvoorbeeld geen strikdas meer. 'Rebellen' als Ronnie O'Sullivan relativeren de omgangsvormen bovendien; O'Sullivan verbergt z'n gezicht bijvoorbeeld wel eens achter een handdoek als hij even een dipje heeft tijdens een match. Bovendien zijn veel spelers altijd wel te vinden voor wat humor, zoals bij zoveel Britse sporten.
Snooker heeft op lager niveau ook een veel volkser karakter gekregen. Op recreatief niveau wordt het gespeeld door mensen uit alle lagen van de bevolking, en er wordt meestal ook flink wat gedronken en gerookt bij het spelen.
Als er geen scheidsrechter is, neemt de speler die niet aan de beurt is zijn taken over. Hij plaatst dus de gepotte gekleurde ballen terug, houdt de break van zijn tegenstander bij enzovoort. Het is wel zo dat spelers doorgaans hun score zelf bijwerken als er geen scheidsrechter of marker is.
Bij de professionele rankingtoernooien zijn er zes vaste scheidsrechters, waaronder twee Nederlanders: Jan Verhaas (zie hieronder) en Johan Oomen.
De ranking van de topspelers is gebaseerd op de resultaten die zij behalen in de officiële toernooien. Het hoogtepunt van deze toernooien is het World Snooker Championship, dat gespeeld wordt in het Verenigd Koninkrijk, net als de meeste andere toernooien. De officiële rankingtoernooien voor het seizoen 2005-2006 zijn, in chronologische volgorde:
Daarnaast zijn er nog toernooien die niet meetellen voor de ranking, maar toch veel prestige hebben. De bekendste hiervan zijn de Masters en vroeger het populaire Pot Black.
In al deze toernooien wordt flink wat prijzengeld verdeeld. In de belangrijkste toernooien wordt tot 2 miljoen euro verdeeld. Er zijn prijzen voor hen die het verst komen in het toernooi (met op kop natuurlijk de winnaar), maar ook andere prijzen zoals die voor de hoogste break.
Op Eurosport worden alle rankingtoernooien, op de Welsh Open na, grotendeels live uitgezonden, maar er wordt minder aandacht besteed aan commentaar en bespreking.
De Malta Cup en China Open worden ook door de lokale televisie verslagen.
Andere huidige en vroegere topspelers:
Снукър | Snwcer | Snooker | Snooker | Snooker | Snooker | Snooker | Snúcar | Snooker | Snooker | スヌーカー | Snooker | Snooker | Sinuca | Snooker | Снукер | Snooker | Snooker | Снукер | 斯诺克