024debret.jpg]] AfricanSlavesTransport.jpg]]
Slavernij of lijfeigenschap is een vorm van onvrijwillige dienst waarin een persoon wordt behandeld als het eigendom van een ander persoon. De persoon die het bezit is, wordt slaaf genoemd, naar het Balkanvolk (zie ook Slavische volkeren) dat na de oudheid eeuwenlang de belangrijkste leverancier was van slaven. Slavernij komt over de hele wereld nog steeds voor, hoewel het vrijwel overal illegaal is. Naar schatting 100 miljoen mensen leven nog in een situatie waarin ze gedwongen tewerk worden gesteld. Ook in Nederland komt slavernij voor, in de vorm van gedwongen tewerkstelling in de prostitutie en in de huishouding, door "geadopteerde" kinderen, van Afrikaanse vluchtelingen.
Het beeld van slavernij als Westerse misdaad van de 16e tot de 19e eeuw is niet volledig. Slavernij bestaat namelijk minstens zolang als de geschiedschrijving. Het Oude Egypte, Oude Griekenland, de Romeinen, maar ook modernere Afrikaanse en Arabische culturen maakten en maken veelvuldig gebruik van slaven. Slavernij kwam ook in de Chinese, Indische en Amerikaanse indianenculturen voor. Er waren wel verschillen tussen de diverse vormen van slavernij. Slavernij kwam voor als gedwongen dienstverlening (huishoudelijk werk, dienst in het leger, zware arbeid), maar werd ook als straf opgelegd om bijvoorbeeld schulden af te lossen. Soms kregen slaven loon, soms kost en inwoning. Essentieel aan slavernij is echter de onvrijwilligheid. Er was geen keuze, men werd gedwongen. Een slaaf werkte meestal vanaf zijn geboorte of gevangenneming tot aan zijn dood voor zijn eigenaar. In sommige culturen kon een slaaf zijn vrijheid wel verdienen of kopen.
Hoewel slavernij dus bij (vrijwel) alle culturen in de oudheid voorkwam, waren het vooral de Grieken en Romeinen die op grote schaal hiervan gebruik maakten. In de meeste culturen werden slaven vooral in de huishouding van rijke mensen gehouden en waren ze betrekkelijk gering in aantal. Alleen na oorlogen zwol hun aantal sterk aan, wanneer de verslagenen door een overwinnend leger in slavernij werden weggevoerd. Door de grote uitbreidingsoorlogen van de late Romeinse Republiek kwamen er tijdelijk grote aantallen slaven beschikbaar. Deze werden overal te werk gesteld waar veel mankracht nodig was, zoals in de landbouw, mijnbouw en grote constructiewerken. De vaak verkondigde voorstelling dat in de Griekse en Romeinse samenleving slaven de grote meerderheid der bevolking uitmaakten is echter beslist overdreven.
In de meeste culturen van de oudheid verkeerde een groot deel van de "vrije" boeren in een soort horigheid ten opzichte van de grondbezitters. Daardoor hadden dezen ook zonder slavernij de beschikking over een voldoende hoeveelheid goedkope arbeidskrachten.
De Bijbel verhaalt vaak en uitvoerig over slaven, slavernij en slavenhandel, bijvoorbeeld de bijvrouw van Abraham, Hagar, was een Egyptische slavin die hem zijn eerste zoon, Ismael, schonk Of de verkoop van Jozef als slaaf naar Egypte. Het hele Joodse volk was in slavernij in Babylon en ook Egypte geraakt, waaraan het kon ontsnappen onder leiding van Mozes (en dit wordt nog steeds herdacht met het joodse paasfeest, Pascha). De Bijbel geeft ook uitvoerige regels voor het behandelen van slaven. Zo is het volgens het Oude Testament verboden om Joden voor altijd in slavernij te houden (Exodus 21:2), wordt de verkoop van dochters als slavinnen gereguleerd (Exodus 21:7-11), of de toepassing van de doodstraf voor degene die Joden roofde om hen als slaaf te verkopen (Deuteronomium 24:7)
Vroeger dacht men ook dat bv. de Egyptische Piramiden door massale inzet van slaven gebouwd werden. Recent archeologisch onderzoek heeft aanwijzingen gevonden dat dit voornamelijk door de Egyptische boeren en arbeiders zelf werd gedaan als 'herendienst' aan de farao op tijdstippen dat het land toch niet bewerkt kon worden (tijdens de periodieke Nijloverstromingen die het land bevruchtten met vers slib.)
Ook in het oude China en India bestond de grote massa der bevolking uit nominaal vrije boeren, wier positie echter vaak niet veel verschilde van die van horigen.
In de Romeinse keizertijd, toen de grote veroveringsoorlogen hadden opgehouden, begon de aanvoer van "verse slaven" te stokken. De grondbezitters gingen toen bevorderen dat de slaven op hun plantages een gezin konden stichten ("servi casati") (slaven met een eigen huishouding), zodat de slavenpopulatie langs natuurlijke weg in stand kon worden gehouden.
Tegelijk was een groot deel van de voorheen vrije boeren, de coloni, langzamerhand in een soort toestand van horigheid vervallen.
Op den duur zou het onderscheid tussen "servi casati" en "coloni" grotendeels verdwijnen.
De kerk ontmoedigde het reduceren van medechristenen tot slaven, maar lijfeigenschap en horigheid, waardoor toen de meerderheid van de Europese bevolking gebonden was, vormden een gematigde vorm van slavernij. In het Byzantijnse en islamitische oosten kwam slavernij op grotere schaal voor en werd dit als normaal gezien. In het westen werden krijgsgevangen moslims meestal als slaaf behandeld.
Omstreeks 1500 waren er in Spanje en Portugal talrijke blanke, Moorse, joodse en negerslaven. In het begin van de 16de eeuw en nog lang daarna, werden door Spanje en andere landen de volgende personen als slaaf beschouwd:
De slaven werden vooral ingezet bij de teelt en verwerking van suikerriet. Het leven van deze slaven was zeer hard. Ze werden met een terreurregime onder de duim gehouden. Het sterftecijfer op de plantages overtrof over het algemeen in aanzienlijke mate het geboortecijfer.
Toen de Engelsen, Nederlanders en Fransen zich in de 17e eeuw meester maakten van een groot deel der Caribische eilanden en Suriname, begonnen zij ook daar suikerplantages aan te leggen, met zwarte slaven. De levensomstandigheden op de plantages waren over het algemeen affreus.
Tussen ca. 1500 en ca. 1850 werden 10 tot 15 miljoen Afrikanen als slaaf over de Atlantische Oceaan getransporteerd.
In de 18e eeuw begon de slavernij zich ook te ontwikkelen in de Engelse kolonies langs de kust van Noord-Amerika, de Oostkust van de latere Verenigde Staten. Hier was het sterftecijfer onder de slaven over het algemeen lager dan het geboortecijfer, misschien dankzij een iets betere behandeling, misschien door het minder tropische klimaat, waardoor het gemakkelijker was ziektes onder controle te houden. Werkelijk goed waren de levensomstandigheden der zwarte slaven hier evenmin.
Gevluchte slaven stichtten gemeenschappen op ontoegankelijke plaatsen. Zulke gemeenschappen van Marrons ontstonden op vele plaatsen, van het Amazonegebied tot in de Amerikaanse staten Florida en North Carolina. Veelal voerden de Marrons een guerrillastrijd tegen de plantage-eigenaren.
In 1859 schaft Nederland als laatste Europese land de slavernij in Oost-Indië af. Een strategisch moment van minister van koloniën Jan Jacob Rochussen. Een jaar later verschijnt namelijk Max Havelaar, de aanklacht van Multatuli (Eduard Douwes Dekker) tegen de Nederlandse politiek in Nederlands-Indië. Nog vier jaar later, in 1863, schaft Nederland de lucratieve slavernij in de West-Indische koloniën (Suriname en de Nederlandse Antillen) af.
De Verenigde Staten volgen in 1865, na er een burgeroorlog over te hebben uitgevochten. In Brazilië ondertekende in 1888 prinses Isabel, tijdens de afwezigheid van de keizer, de Lei de Aurea waarmee de slavernij werd afgeschaft.
Als laatste land ter wereld schaft Mauritanië de slavernij af, in 1980, hoewel in de praktijk deze afschaffing zeker niet overal is uitgevoerd.
In 2001 verklaarde de VN-conferentie tegen racisme die in Durban gehouden werd slavernij tot een van de misdaden tegen de menselijkheid. Er werd aan staten geen juridische verplichting opgelegd om compensatie te betalen.
De Arabische slavenhandel beperkte zich echter niet tot Afrika. Hele dorpen, gelegen van Sicilië tot IJsland en zelfs de Verenigde Staten zijn vanaf de 16e tot de 19de eeuw in de Noord-Afrikaanse slavernij gestort. Daarnaast gebruikten of verkochten Noord-Afrikaanse piraten vaak gevangengenomen Europeanen als slaven.
Voor de jonge Verenigde Staten van Amerika waren de aanvallen de reden voor de oprichting van hun marine in 1794. Op enkele van die plaatsen wordt jaarlijks nog steeds herdenkingen gehouden voor deze voorvallen. Later werd de ontvoering van de held(in) door Arabische piraten, gevolgd door slavernij, meestal in de harem, een literair topos, dat met name in veel opera's voorkomt.
In 1797 schreef de Schot in Nederlandse dienst, John Gabriël Stedman, het boek Narrative of a five years expedition against the Revolted Negroes of Surinam. Dit door Johannes Allart als Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana vertaalde boek (verschenen in 1799-1800), werd door zijn omschrijvingen van de mishandelingen door Nederlandse slavenhouders en door de afbeeldingen van Stedmans vriend William Blake een belangrijk wapen voor de voorstanders van afschaffing van slavernij.
Op 1 juli 1863, ruim dertig jaar na het voorbeeld van de Britten, klonken 21 kanonschoten in Paramaribo en werden de slaven vrije mensen. De Nederlandse regering betaalde zelfs een schadevergoeding van 300 gulden per slaaf, maar die ging niet naar de slaaf maar naar de eigenaar. Ter compensatie voor het verloren eigendom. Dit maakte de afschaffing des te wranger, omdat slavenhouders vlak voor de afschaffing extra jacht gingen maken op weglopers om zoveel mogelijk compensatiegeld op te strijken.
De Indiër Kailash Satyarthi richtte in 1992 de Zuidaziatische Coalitie tegen Kinderslavernij (SACCS) op. De SACCS voerde een keurmerk in voor niet met kinderarbeid vervaardigde producten, en voerde bevrijdingsacties uit. Ondanks felle protesten in India werden tienduizenden kinderen bevrijd.
De slavernij en haar geschiedenis zijn dan ook nog steeds belangrijke onderwerpen voor schrijvers. Zo schreef de Zuid-Afrikaan Ronald Segal, die lange jaren als ANC-aanhanger in ballingschap verbleef, zowel een boek over de Westerse slavernij (The black diaspora 1996) als meer recentelijk een studie van de slavernij en slavenhandel van de islamitische wereld (Islam's black slaves 2001).
Daarnaast werd in de na de afschaffing van de slavernij ontstane lacune voorzien door machines. Dit verklaart de sterke opkomst van industrialisatie, de industriële revolutie.
Mens en maatschappij | Slavernij
Slawerny | عبودية | Esclavitud | Otrokářství | Slaveri | Sklaverei | Slavery | Sklaveco | Esclavitud | Orjuus | Esclavage | עבדות | Esklavay | Rabszolgaság | Perbudakan | Schiavismo | 奴隷 | Bumpika | 노예 | Vergovė | Ропство | Hamba abdi | Slaverie | Slaveri | Slaveri | Niewolnictwo | Escravatura | Sclavie | Рабовладельческий строй | Schiavismu | Slavery | Робовласништво | Slaveri | Utumwa | ทาส | Рабство | 奴隸制度
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Slavernij".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world