Een seizoen of jaargetijde is een jaarlijks terugkerende periode van 3 maanden. Het jaar van de aarde (de periode waarin de planeet éénmaal rond de zon draait) is ingedeeld in 4 seizoenen waarin het in een bepaald gebied kouder of warmer is dan in een andere periode.
De aard van een seizoen wordt door een aantal zaken bepaald, waaronder (voornamelijk) de hellingshoek van de aardas ten opzichte van de as van zijn baan rond de zon, de nabijheid van oceanen en het corioliseffect.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen vier seizoenen: lente, zomer, herfst en winter. Overigens vallen deze seizoenen vooral in de gematigde tot hogere breedten samen met duidelijk te onderscheiden klimatologische periodes. (In het oude Egypte onderscheidde men bijvoorbeeld maar drie seizoenen).
Estació | Roční období | Årstid | Jahreszeiten | Εποχές | Season | Sezono | Estación del año | Saison | עונות השנה | Musim | Stagione | 季節 | 계절 | Tempora anni | Årstid | Pora roku | Времена года | Season | Letni časi | Säsong | Mùa | 季节