Schorpioenen (Scorpiones) zijn een orde van geleedpotigen, behorend tot de klasse der spinachtigen. Zweepstaartschorpioenen en bastaardschorpioenen zijn overigens geen echte schorpioenen en missen ook de staart met gifstekel.
Schorpioenen zijn verwant aan spinnen, mijten, teken en hooiwagens. Toch zijn ze eenvoudig van de andere groepen te onderscheiden door het langgerekte lichaam, de grijpscharen en de dikke staart met een gifstekel. Alle soorten zijn giftig, maar veruit de meeste zijn niet gevaarlijk voor de mens. Schorpioenen komen voor in subtropische en tropische landen, maar ook in Europa. Ze komen op alle continenten voor, maar niet op Antarctica. Ook in Nieuw-Zeeland komen van nature geen soorten voor. Schorpioenen leven in spleten en holen, soms graven ze zelf een ondergrondse gang of hol en er zijn zelfs soorten die in bomen leven. Omdat schorpioenen kannibalistisch zijn leven ze solitair.
De oudst bekende fossielen van schorpioenen zijn ruim 400 miljoen jaar oud, pas 200 miljoen later verschenen de dinosauriërs. Ze zijn hiermee tevens de oudst bekende spinachtigen. Sommige soorten werden bijna een meter lang.
Schorpioenen zijn allemaal carnivoor, en ruimen veel insecten en spinnen op. Het zijn zonder uitzondering bestendige dieren, die in extreme omstandigheden kunnen overleven. In totaal zijn er meer dan 1000 soorten schorpioenen, die bijna allemaal leven in de tropen, veel soorten leven ook in woestijnen. Kleinere soorten leven vaak maar een jaar, maar grotere soorten zijn pas na meer dan 5 jaar volwassen.
Aan de onderkant zit het sternum of buikschild, de genitaalheuvel en de pectines (12). Dit is een soort kam-vormig orgaan dat onder de achterste poten hangt en de grond aftast. Met de pectines wordt de geur van prooidieren waargenomen maar ook eventuele partners kunnen worden opgespoord. Aan de achterkant van de onderzijde heeft de schorpioen vijf buikplaten. Aan de bovenkant zitten achter het rugschild, dat de kop en borststuk verbindt, zeven rugplaten.
Een schorpioen heeft twee ogen voorop het halsschild en geen of vijf paar ogen aan de zijkant van het rugschild. Met de ogen aan de zijkant ziet de schorpioen weinig. De schorpioen heeft vier paar boeklongen die gepositioneerd zijn aan de onderkant van het laatste segment. De huid van schorpioenen houdt het water vast, zodat veel soorten in heel droge gebieden kunnen overleven.
Schorpioenen hebben geen felle balts- of schrikkleuren, hoewel sommige soorten naar blauw of paars neigen, maar vertrouwen op de camouflage. Soorten die in woestijngebieden leven zijn meestal zandgeel gekleurd en soorten die de bosbodem in regenwouden leven zijn veel donkerder. Dit heeft te maken met de nachtelijke levenswijze; overdag zit de schorpioen verstopt en pas 's nachts gaat hij jagen. Kleinere soorten schorpioenen blijven onder de centimeter, grotere exemplaren kunnen langer dan 20 cm worden.
Volwassen schorpioenen vervellen 1 of 2 keer per jaar, hun hele leven lang. Het vervellen geschied door de huid van de kop open te klappen waarna de schorpioen uit zijn oude huid kruipt en deze opeet. Dit gebeurt gewoonlijk 's nachts en op een verborgen plaats zoals onder een steen. De oude huid wordt opgegeten, zo wordt deze hergebruikt.
Met de tastharen, die ook geluidstrillingen kunnen waarnemen, merkt het dier ook zijn vijanden op. De belangrijkste zijn spinnen, vogels, slangen, bavianen, stokstaartjes en hagedissen. Sommige dieren zijn immuun voor het gif, maar bavianen en stokstaartjes niet; deze verwijderen altijd eerst de staart van de schorpioen voor deze wordt opgepeuzeld.
Schorpioenen zijn gevreesd door de giftige steek, die bij de meeste soorten in de regel alleen zeer pijnlijk is, slechts een klein aantal soorten heeft een potentieel levensgevaarlijk gif, en meestal alleen in het geval van kleine kinderen en bejaarden. Alleen tropische soorten zijn soms gevaarlijk, de Europese schorpioenen niet. Als algemene regel kan gesteld worden: hoe kleiner de scharen, hoe groter de gifstaart en de giftigheid, en omgekeerd. Dit is ook logisch omdat een soort met grote scharen zijn prooi met de scharen kan verpletteren en geen gif nodig heeft. Het gaat echter niet altijd op; soorten uit het geslacht Androctonus hebben een zeer dikke staart, maar zijn juist heel gevaarlijk.
Sommige schorpioenen maken een tsjilpend geluid door de onderkant van de grijpschaar tegen de onderkant van zijn voorste looppoot te wrijven (stridulatie). Dit geluid gaat vooraf aan een aanval en geldt als waarschuwing. Door de tastharen op de poten voelt hij trillingen van vijanden, een schorpioen heeft geen goed zichtvermogen. Bij een aanval houdt de schorpioen zijn scharen wijd open en schuin omhoog gericht. Bij een verdediging houdt het dier de scharen omlaag en vlak voor de kop.
Als de bevruchting achter de rug is gaat het mannetje er snel vandoor, het kan voorkomen dat hij anders door het vrouwtje wordt opgegeten, maar dit is zeldzaam. Dit gebeurt ook bij bidsprinkhanen en spinnen, hoewel deze vrijwel altijd worden opgegeten en de schorpioen meestal wegkomt. Dit kannibalisme heeft als voordeel dat het vrouwtje een voedzame maaltijd heeft voor de ontwikkeling van de eitjes. Een zwanger vrouwtje stopt namelijk met eten bij schorpioenen. Ze krijgt acht tot meer dan 30 jongen. Als de schorpioen hoogzwanger is lijkt het of ze gaat ontploffen, de rug en buikschilden staan dan ver van elkaar af. De nimfen worden geboren uit een ei, het vrouwtje draagt de eieren mee tot dat ze uitkomen. De moeder helpt de kleintjes uit het ei daarna kruipen ze op de rug van de moeder. Als de kleintjes op haar rug zitten is ze heel agressief om ze te beschermen. Maar als er één afvalt kan ze haar eigen kroost opeten. De jongen worden als ze op de rug zitten niet verzorgd dus ook niet gevoed. Als de kleintjes voor het eerst vervellen gaan ze van de rug van de moeder af.
Schorpioenen zijn eierlevendbarend: de eieren komen al in het lichaam van de moeder uit. Jonge schorpioentjes worden vervolgens met een of twee tegelijk levend geboren in een periode van een paar weken. De eerste tijd van hun bestaan rijden de schorpioentjes op de rug van hun moeder mee. Bij de eerste vervelling verlaten ze hun moeder en worden zelfstandig.
Van enkele soorten is bekend dat de jongen die al in het lichaam van de moeder zijn uitgekomen, niet worden geboren maar een tijdje de lichaamssappen van de moeder blijven opnemen. Dit is bij ongewervelde dieren zeer uitzonderlijk.
Een andere misvatting is dat een schorpioen zichzelf zou doodsteken bij gevaar, bosbranden of onder invloed van alcohol. Van geen enkel dier is bekend dat zelfmoord gepleegd kan worden en bovendien is de schorpioen imuun voor zijn eigen gif en dat van soortgenoten. Wel maakt de schorpioen nogal spastische bewegingen als de temperatuur te hoog wordt, maar dat geldt voor bijna alle dieren, en zeker alle geleedpotigen omdat ze koudbloedig zijn.
Ook het feit dat tweestaartige schorpioenen voorkomen is waar, dit is echter geen soort schorpioen maar een zeer zeldzame genetische mutatie. Tweekoppige dieren, zoals sommige slangen en schildpadden, zijn nog zeldzamer, met name levende exemplaren.
Dat een schorpioen radioactiviteit in grote hoeveelheden zou kunnen overleven is wel beschreven, maar bijzonder is het niet, van ongewervelden als kakkerlakken en kevers is ook bekend dat ze radioactieve straling overleven. Een bijzonderheidje is dat sommige soorten schorpioenen oplichten als ze in het donker met blacklight worden beschenen.
In de Egyptische mythologie staat de schorpioen symbool voor Seth, de broer van Osiris, die hij later zou vermoorden.
عقرب | Скорпиони | Escorpí | Štíři | Skorpione | Scorpion | Scorpiones | Skorpionit | Scorpiones | Escorpión | עקרב | Skorpiono | Scorpiones | サソリ | Dûpişk | Skorpionai | Maingoka | Skorpiony | Escorpião | Скорпион | Scorpion | Скорпије | Skorpioner | Alakdan | Akrep | 蠍子
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Schorpioenen".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world