Rups_koolwitje.jpg]]
De rups is de larve van de vlinder en de mot. Rupsen zijn veelpotige veelvreters, omdat ze hun voedsel slecht verteren en ze gigantisch moeten groeien en veel energie op moeten doen voor de verandering van pop tot vlinder.
Bouw
Rups_zijkant.jpg
De kop bestaat uit een kapsel van
chitine met korte voelsprieten en grote kaken. Het lange lijf bestaat uit 13
segmenten. De voorste drie zijn voorbestemd het borststuk van de vlinder te worden en heeft drie paar poten. Het zijn tenslotte
insecten. Op de middensegmenten van het achterlijf zitten tot vier paar poten (propoten) en soms komt ook nog een paar poten (propoten, pseudopoten) op het laatste segment van het achterlijf voor, zoals bij
spanrupsen. Tussen de poten op het borststuk en die op het achterlijf zit een duidelijke afstand. Aan de propoten zitten haakjes.
Rupsen hebben zes kleine oogjes, ocelli genoemd, die op de onderste helft van hun kop zitten, waarmee ze echter niet goed kunnen zien. Het zoeken naar voedsel doen ze met hun korte voelsprieten.
Rupsen bezitten spinklieren, waarmee ze voor het verpoppen een cocon maken. Enkele soorten gebruiken het spinsel om slakken te vangen om ze op te eten.
Rupsen bestaan er in alle soorten, maten en kleuren. Sommige zijn glad, andere borstelig.
Ademhaling
Rupsen ademen niet door hun mond, maar door buisjes met op elk segment aan weerszijde een opening. De buisjes vormen in het lichaam een netwerk van luchtkanaaltjes (tracheae).
Groei
Rupsen vervellen vier tot vijf keer, als ze uit hun jasje groeien. Daarna gaan ze
verpoppen tot een vlinder of mot.
Zijde
De zijderups spint een cocon. Van de spinseldraden van de cocon wordt
zijde gemaakt.
Rupsenplaag
Soms komen er zoveel rupsen dat gesproken kan worden van een
rupsenplaag. Een voorbeeld van een rups die plagen veroorzaakt is de
eikenprocessierups, vanwege de haren die op de rups zitten.
vlinder | insect
Raupe | Caterpillar | Raŭpo | Chenille | Raupo | イモムシ | Vikšras | Lagarta | Hileud | Caterpillar