Een ruiter is een persoon die een paard berijdt. Een vrouwelijke ruiter heet een amazone.
Al voor de Middeleeuwen raakte het paard ingeburgerd in Europa. Via de Saracenen, de Hunnen en de Magyaren en het Byzantijnse Rijk kwam het in onze gewesten terecht.
De ruiter als militair
Elementair om als
cavalerie effectief te kunnen strijden was het gebruik van de
stijgbeugel die tussen de 6de en de 8ste eeuw zijn intrede deed in het Westen. Een probleem was het tegengaan van de slijtage van de hoef. Allerlei schoeisel werd uitgeprobeerd. Van de
Kelten hadden de
Romeinen het hoefbeslag met spijkers overgenomen. Alhoewel die techniek bij de val van het Romeinse rijk verloren ging werd het
hoefijzer in de 8ste eeuw in West-Europa opnieuw bekend via de Byzantijnen. Een andere belangrijke verbetering was de knop vooraan en de rugsteun achteraan op het zadel (5de eeuw).
De ruiter kon nu grote afstanden afleggen, slagen toedienen terwijl hij rechtstond, de kracht van zijn benen gebruiken en de kracht en de snelheid van zijn paard op zijn wapens overbrengen.
Persoon naar eigenschap | Militaria | Ruiter