Router.jpg
Een router (uitspraak: roeter Engels of rauter in het Amerikaans-Engels) is een apparaat of software op een computer, dat twee of meer verschillende computernetwerken aan elkaar verbindt, bijvoorbeeld internet en een bedrijfsnetwerk. Een router kan gezien worden als een schakelapparaat voor datapakketten dat actief is op OSI laag 3.
Werking
Om de juiste uitgaande poort te kiezen, zoekt de router het bestemmingsadres van het te routeren pakket op in de routeringstabel. Een routeringstabel bestaat uit een tabel met IP-adressen of gegroepeerde IP-adressen (
subnet), en het bijbehorende volgende knooppunt (next-hop).
Het volgende knooppunt is doorgaans een buur-router, die gekoppeld is via een van de poorten van de router.
Wanneer het bestemmingsadres routeerbaar is,,, en dus bestaat in de routeringstabel, zal de router het bijbehorende volgende knooppunt gebruiken om de uitgaande poort te bepalen. Het binnenkomende IP-pakket wordt naar de uitgaande poort gestuurd.
De router bouwt een routeringstabel op door route-informatie uit te wisselen met buur-routers. Zo ontstaat een volledig beeld van alle routes in het IP-netwerk. De router zal op basis van het Kortste Pad Algoritme (Edsger Dijkstra), een routeringstabel opbouwen waarbij het kortste pad wordt gekozen naar de eindbestemming. In andere bewoording: Het knooppunt dat gekozen wordt, maakt deel uit van het kortste pad (shortest path)...
De volgende routeringsprotocollen kunnen hiervoor gebruikt worden:
- RIP (Routing Information Protocol).
- OSPF (Open Shortest Path First).
- IS-IS Intermediate System to Intermediate System.
- BGP (Border Gateway Protocol)
Een datapakket mag normaal maar door een bepaald aantal routers heen gaan voor hij op zijn eindbestemming aankomt, bepaald door de TTL (Time to Live) waarde van het pakketje. Een router staat vaak in connectie met een gateway, of functioneert zelf als dusdanig.
Extra Functies
Een consumentenrouter (zoals de rechtsboven afgebeelde) heeft nog enkele extra functies. Naast het routeren van het internet tussen de 5 poorten (vier interne en een internetpoort) zit in de router nog een
DHCP-server ingebouwd zodat computers hun
IP-adres van de router krijgen, wat de configuratie van het netwerk vergemakkelijkt. Ook is een
NAT-functie aanwezig, zodat meerdere apparaten aan een verbinding met maar een IP-adres aangesloten kunnen worden, zoals meestal bij kabel- en ADSLmodems het geval is. Verder beschikken consumentenopties tegenwoordig ook over een aantal beveiligings-, logging- en doorvoerfuncties, en is soms een
firewall ingebouwd. Overigens vervult de NAT-functie deels al de rol van een firewall doordat verbindingen van buitenaf niet opgebouwd kunnen worden zonder dat dit specifiek is ingesteld.
Poorten
Hedendaagse routers beschikken over een ruim aanbod aan poorten. De poorten variëren in gebruikte technologie en beschikbare
bandbreedte.
De volgende poorten bestaan doorgaans:
E1 (2 megabit/seconde), E3 (34 megabit/seconde), STM-1 (155 megabit/seconde),
STM-4 (622 megabit/seconde), STM-16 (2.5 gigabit/seconde), STM-64 (10 gigabit/seconde)
Fast Ethernet (100 megabit/seconde), Gigabit Ethernet (1 gigabit/seconde)
10 Gigabit Ethernet (10 gigabit/seconde)
De onderliggende transportlaag is: SDH, ATM of ethernet
Ontwikkelingen
Extensible Open Router Platform (XORP) is een modulair opgezette router die als
open source beschikbaar is. Een XORP-router is een factor 10 tot 20 goedkoper dan een commerciële router.
Ook in de infrastructuur van het internet zelf gaan de ontwikkelingen door. Multi Protocol Label Switching of MPLS, is een gebied waar technische ontwikkelingen nieuwe functionaliteit mogelijk maken en de bestaande functionaliteit schaalbaarder.
Protocollen
Routers communiceren door middel van protocollen. Deze protocollen hebben elk een eigen manier van routeberekening. Het meest uitgeklede protocol is
RIP en staat voor
Routing Information Protocol. Er zijn twee manieren om te routen,
statisch en
dynamisch. Statisch routen betekent dat de router via een vaste weg connectie maakt met een volgende Router. Dynamisch houdt in dat de router zelf de meest geschikte weg berekent met behulp van bepaalde variabelen die verschillen per protocol. Een voorbeeld van die variabelen zijn
afstand,
kosten,
belasting en
bandbreedte. Door deze variabelen goed in te stellen kan de beheerder van de router een efficiënt netwerk opbouwen. Primaire protocollen zijn:
Border Gateway Protocol,
Cisco Discovery Protocol,
Connectionless Network Service,
Hot Standby Router Protocol,
Internet Protocol,
Intermediate System-to-Intermediate System,
Multiprotocol Label Switching,
Multicast,
Network Address Translation,
Open Shortest Path First,
Quality of Service en
Routing Information Protocol
Zie ook
Netwerken
Router | Enrutador | Router | Router | Router | Router | Router | Reititin | Routeur | Router | נתב | Router | Router | Router | ルーター | Maršrutizatorius | Ruter | Ruter | Router | Roteador | Router | Маршрутизатор | Smerovač | Usmerjevalnik | Router | Router | Маршрутизатор | سالک | Router | 路由器