Vanaf het begin was de jonge Kerk regelmatig het toneel van felle onderlinge discussies en resulterende scheuringen (in het Grieks: schisma), zoals het arianisme en nestorianisme. De eerste bisschop van Rome (nog een Grieks woord; het betekent letterlijk ‘opzichter/toezichthouder’) was Petrus, de apostel oorspronkelijk genaamd Simon die door Jezus "Petrus (Grieks=rots), waarop hij de Kerk zou bouwen" werd genoemd; stilaan werd de bisschop van Rome in het westen duidelijk de ‘primus inter pares’, die meer en meer gezag won als hoofd van de Kerk. Dat proces vorderde maar heel beperkt, en alleen in het (Latijnse) westen. In het Griekstalige Oosten oriënteerden de gelovigen zich meer op de patriarch van Constantinopel, hoewel de patriarchen van Antiochië en Alexandrië ook veel invloed hadden. De bisschop van Rome was ook de patriarch van Rome en zijn collega-patriarchen beschouwden hem als een gelijke zonder speciale bevoegdheden over henzelf. Getuigenissen van zowel de oostelijke als de westelijke kerkvaders zijn echter duidelijk over de primaatschap van de zetel van Petrus (Rome) aangaande de einduitspraken over geloofstwisten. De bisschoppen kwamen soms samen in een Concilie, nog steeds het hoogste orgaan binnen de christelijke gemeenschap, zoals dat van Nicea in Turkije, rond 325, om theologische problemen op te lossen die dikwijls over politieke geschillen handelden.
De splitsing in een oosterse en westerse Kerk in het jaar 1054 het Grote Schisma, was in feite een formele bevestiging van een reeds lang bestaande situatie. Opnieuw camoufleerden theologische disputen de politieke realiteit; deze keer was er verschil over de leer van de Heilige Geest; de westerse Kerk leert dat de Heilige Geest uitgaat van God de Vader en van God de Zoon. De oosterse Kerk leert dat de Heilige Geest alleen uitgaat van God de Vader.
Een belangrijke rol was weggelegd voor de kloosterorden; over geheel West-Europa werden in twee golven abdijen en kloosters opgericht. Deze bezaten nagenoeg een monopolie op cultuur, scholing, gezondheidszorg en wetenschappen, hoewel er ook enorm veel kennis verloren ging, die pas vanaf de 12e eeuw via de Arabische cultuur geleidelijk terugkwam, wat dan het Thomisme mogelijk maakte, nog steeds één van de fundamenten onder de katholieke theologie.
Het bestrijden van de heterodoxie, ketterijen en schisma's was vanaf het begin van de Kerk een steeds terugkerend thema. Deze strijd werd, uitgaande van het middeleeuwse wereldbeeld, vanaf de 13e eeuw geleverd door de Inquisitie, die als kerkelijke rechtbank in wisselwerking stond met de wereldlijke rechtbanken. De absolute controle op wat er gedacht en/of geschreven mocht worden, was de rol van de Inquisitie, die nu nog steeds bestaat in de vorm van de Congregatie van de Geloofsleer. Maatschappelijke en kerkelijke intolerantie kwam tot uiting in fel antisemitisme; tijdens de Kruistochten –eerder een politiek dan religieus fenomeen- ging het er eveneens bloedig aan toe.
Gedurende de eeuwen ontwikkelde de bisschopszetel van Rome zich tot de stoel van de Christus' plaatsbekleder, het Petrusambt, dat een centralisering van de Kerk betekende en lokale bisschoppen aan haar ondergeschikt maakte; de Investituurstrijd had als inzet wie kerkelijke benoemingen mocht uitvoeren: de politiek of de Kerk. Terwijl de Kerk deze strijd formeel won, zal haar invloed vanaf de 16e eeuw beginnen te tanen.
Corruptie, decadentie, nepotisme en simonie binnen de Kerk zorgden in heel Europa voor een ware opstand, de Reformatie, tegen Rome. Voorlopers in de late middeleeuwen waren al: Jan Hus (Bohemen), Savonarola (Florence) en John Wycliffe, Engeland. Toen kon de kerk deze 'dissidenten' nog de mond snoeren. Later echter gaven Luther (Heilige Roomse Rijk), Johannes Calvijn (Frankrijk/Zwitserland) John Knox (Schotland) en Huldrych Zwingli (Zwitserland) aanleiding tot permanente afscheidingen. Aanvankelijk wilden de meeste van deze protestanten (zoals ze al snel werden genoemd) de Katholieke Kerk niet verlaten maar hervormen door een terugkeer naar de christelijke beginselen zoals deze volgens hen in de evangeliën zijn beschreven en de afschaffing van kerkelijke gebruiken die volgens hen in strijd met het evangelie waren. Zo maakte in 1517 Luther de 95 stellingen tegen de aflaat bekend. Het steeds radicalere optreden van Luther, zijn pacteren met Duitse wereldlijke vorsten die politiek onafhankelijker van de keizer van het Heilige Roomse Rijk wilden worden en de afwijzende reactie van de Kerk inzake de oproep door de protestanten tot een concilie dat tot deze interne hervormingen zou moeten leiden, heeft tenslotte geleid tot de uiteindelijke afscheiding van de protestanten. Ook Engeland scheurde zich af onder Hendrik de Achtste (niet omdat Hendrik problemen had met de kerkelijke leer maar omdat hij wilde scheiden van zijn vrouw en de paus daarvoor geen toestemming gaf) en vormde de Anglicaanse Kerk. Zoals vaker in de geschiedenis kwamen deze schisma's als gevolg van zowel religieuze als politieke redenen tot stand.
De Kerk reageerde met het Concilie van Trente, de komst van vernieuwingsbewegingen zoals de jezuïetenorde en de verspreiding van de barok. Terwijl grote landstreken in Europa verloren gingen voor Rome tijdens eeuwenlange godsdienstoorlogen die leidden tot een wijdverbreide papenhaat (papa = Latijn voor paus; een katholiek is dus een paap), breidde ze evenwel haar gebied uit tijdens de periode van de Europese kolonisatie.
Het grote kenmerk van de periode na de middeleeuwen, is dat meer en meer de mens zichzelf als het centrum van de dingen beschouwde, vandaar het humanisme, de zelfverzekerde renaissance, en de opkomst van de (exacte) wetenschappen bij de wetenschappelijke revolutie. Dit zal uiteindelijk uitmonden in de Verlichting, met de vastlegging van het principe van de scheiding tussen Kerk en staat. Dit principe (en andere) zal verspreid worden samen met de Franse Revolutie. Verschillende kerkelijke monopolies, zoals onderwijs en gezondheidszorg werden doorbroken, en aanvankelijk wist Rome ook niet om te gaan met nog nieuwere ontwikkelingen zoals darwinisme en socialisme. In deze periode werd het principe van de onfeilbaarheid van de paus vastgelegd. Uiteindelijk zorgde de Kerk wel met de encycliek Rerum Novarum (1891) voor een sociale leer om de socialisten de wind uit de zeilen te nemen.
Stilaan wordt ook toenadering gezocht tot andere strekkingen binnen het christendom, en andere verwante religies zoals het jodendom. Dat is de zogenaamde oecumenische gedachte.
De Rooms-Katholieke Kerk blijft nog altijd verreweg de grootste geloofsrichting binnen het christendom: volgens het Annuario Pontificio (Vaticaans jaarboek) leefden er in 2003 in de hele wereld 1,09 miljard gedoopten, verspreid over 2800 bisdommen en 220 000 parochies. Ongeveer de helft van hen leeft in de Derde Wereld. De Kerk telt 405 000 priesters (1 priester per 2680 gedoopten).
Binnen de Kerk heeft het Modernisme en Antimodernistische integralisme uit de 19e en begin van de 20e eeuw sporen achtergelaten, die deels tot in de huidige tijd doorlopen. De scheidslijn wordt getrokken door de houding tegenover de mate van invloed die maatschappelijke ontwikkelingen op de boodschap en organisatie van de Kerk zouden moeten hebben.
Na de afsluiting van het Tweede Vaticaans Concilie verzelfstandigden zich uiteenlopende groeperingen in de afwijzing van de vernieuwingen, die vanuit de 20e eeuwse liturgische beweging het concilie tot een nieuwe misorde inspireerden. Zij wijzen de liturgievernieuwingen af en hebben sympathie voor het voorconciliaire integralisme. Dit traditionalisme is vaak fideïstisch.
De organisatie van de Kerk is het eindpunt van een eeuwenlange evolutie; hier volgt een beschrijving hoe de Kerk vandaag georganiseerd is. De Kerk kent een strakke organisatiestructuur, met zowel verticale als horizontale assen, een Kerk georganiseerd in kruisvorm.
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de paus als politiek staatshoofd van het Vaticaan, wat niet veel om het lijf heeft, en als religieus leider waarbij de paus wereldwijd zeer invloedrijk is.
Formeel wordt zo'n brief naar alle bisschoppen gestuurd, die gewoonlijk (maar niet altijd) een geografisch gebied onder zich hebben. Zij moeten de inhoud verder spreiden onder de priesters, die hun gelovigen moeten inlichten, en verklaringen verschaffen, indien nodig. Een encycliek geldt voor alle gelovigen, in de hele wereld.
Een "herderlijke brief" daarentegen is vrijblijvender en dikwijls gericht tot een beperkt gebied, of een gedeelte van de gelovigen, bijvoorbeeld alleen voor priesters, of alleen voor katholieke Amerikanen.
Hiernaast zijn er kardinalen, deze worden door de Paus benoemd (officieel: "gecreëerd,") en kiezen de opvolger van de Paus bij zijn overlijden. Pauselijk aftreden is in de geschiedenis maar enkele keren voorgekomen. De paus wordt in zijn bestuurlijke taken bijgestaan door een bestuurslichaam, de zogenaamde Romeinse Curie.
Zie ook:
Naast de Bijbel erkennen de rooms-Katholieken ook het recht van de Traditie of de overlevering. De Traditie is alles wat in de kerkhistorie als openbaring van de geloofsleer naar voren is gekomen. De onfeilbaarheid van de Paus in geloofszaken is gefundeerd op de Traditie en pas in 1870 als dogma bekrachtigd. In de loop van de tijd zijn er ook enkele andere geloofspunten als dogma "gedefinieerd," zoals in 1950 de tenhemelopneming van Maria. Alleen de paus kan iets als dogma "definiëren," en hij zal dat in de praktijk alleen doen bij zaken die al eeuwen, vanuit de Traditie, door het grootste gedeelte van de Kerk zo worden geloofd.
Volgens de leer van de Kerk, is de Rooms-Katholieke Kerk de oorsprong van alle kerken binnen het christendom, omdat de paus, de leider van de Rooms-Katholieke Kerk, de opvolger is van de apostel Petrus. Op grond van dit primaatschap zijn volgens de Rooms-Katholieke Kerk alle christenen, dus ook alle kerkgenootschappen, gehouden om het gezag van de paus te erkennen. De Rooms-Katholieke Kerk wordt ook de Kerk van Rome genoemd. Naast de Rooms-Katholieke Kerk, zijn er vele Kerken met een andere ritus, die in gemeenschap (communio) met de Kerk van Rome leven en het primaatschap van de Paus erkennen (zie Oosters-Katholieke Kerken). De belangrijkste geünieerden zijn:
Rooms-Katolieke Kerk | Ilesia Católica | Католицизъм | Església Catòlica Romana | Katolictví | Den romersk-katolske kirke | Römisch-Katholische Kirche | Roman Catholic Church | Iglesia Católica | Église catholique romaine | Igrexa Católica Romana | הכנסייה הקתולית | Római katolikus egyház | Gereja Katolik Roma | Chiesa cattolica | カトリック教会 | კათოლიკური ეკლესია | 카톨릭 | Eglos Katholik Romanek | Ecclesia Catholica | Roems-Kattelieke Kèrk | Gereja Roman Katolik | Röömsch-kathoolsche Kark | Den romersk-katolske kyrkja | Den romersk-katolske kirke | Kościół rzymskokatolicki | Igreja Católica Romana | Biserica Catolică | Римско-католическая Церковь | Roman Catholicism | Rimskokatoliška Cerkev | Romersk-katolska kyrkan | Єпархія | Giáo hội Công giáo Rôma | 天主教
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Rooms-Katholieke Kerk".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world