Rente of int(e)rest is een vergoeding die iemand ontvangt voor het uitlenen van zijn of haar geld. Een bekende vorm is de rente die consumenten ontvangen of betalen op een rekening bij een bank.
Belang
De hoogte van de rente heeft direct invloed op de
economie van een land. Is de rente hoog, dan zullen bedrijven minder geld lenen om te investeren. Is de rente laag, dan wordt het voor bedrijven makkelijker om te investeren. Door een renteverlaging wordt de economie dus gestimuleerd. Ook de
woningmarkt ondergaat de invloed van de rentevoet. Naarmate de rente lager is, zal de (aspirant-)huizenkoper immers gemakkelijker een
hypotheek kunnen afsluiten, of zich een hogere hypotheek kunnen veroorloven.
Reële rente
In tijden van hoge
inflatie zal ook de rente hoger zijn dan anders. Dat betekent onder meer dat een kapitaalverstrekker het uitgezette kapitaal ziet
aangroeien (door de rente) maar het tegelijk ziet
krimpen (door de geldontwaarding). Om te kunnen bepalen wat per saldo het effect is, hanteert men het begrip "reële rente": het rentepercentage waarvan het inflatiepercentage is afgetrokken.
| nominale rente -/- inflatie = reële rente |
Stel dat de nominale rente 7% per jaar bedraagt en de jaarlijkse inflate 2%: de reële rente komt dan uit op (ongeveer) 5%. Dit is echter een vuistregel.
Exacte berekening
Het extra geld dat de rente oplevert, is door inflatie ook in waarde verminderd. Dat betekent dat de reële rente lager is dan nominale rente minus inflatie.
De exacte berekening van de reële rente verloopt als volgt. De reële rente, de nominale rente en de (verwachte) jaarlijkse inflatie worden achtereenvolgens aangeduid met rr, nr en i. De waarden van deze drie grootheden worden uitgedrukt in een percentage. Er bestaat nu het volgende verband:
| ( 1 + nr ) = ( 1 + rr ) * ( 1 + i ) |
Stel dat de nominale rente 7% per jaar bedraagt en de jaarlijkse inflate 2%. Dan geldt de volgende berekening:
|
De reële rente is dus 0,04902, oftewel 4,902%.
Samengestelde rente
Er bestaat een anekdote over
Albert Einstein, die op de vraag of hij een achtste wereldwonder kon noemen, zou hebben geantwoord: "Ja, de samengestelde intrest." Dit verschijnsel, ook wel rente-op-rente genoemd, houdt in dat over de rente die op een
kapitaal wordt gekweekt, maar die niet wordt opgenomen, ook weer rente wordt betaald. Daardoor groeit het kapitaal niet
lineair, maar volgens een steeds stijgende
curve (licht exponentieel).
Een hulpmiddel om het effect van de samengestelde intrest te berekenen, is de 72-regel, die aangeeft hoe lang het (bij benadering) duurt voordat een bedrag verdubbelt:
| rentepercentage * jaren = (ongeveer) 72 |
Als de rente 4% bedraagt, duurt het ongeveer 18 jaar voordat een bedrag vertweevoudigd is; bij 6% zijn hiervoor circa 12 jaren nodig.
Enkelvoudige intrest wordt daarentegen alleen over het oorspronkelijke kapitaal berekend.
Korte en lange rente
De
korte rente (
geldmarktrente) is die welke wordt gegeven op een kortlopende lening.
Lange rente (
kapitaalmarktrente) is de rente op een langlopende lening, bijvoorbeeld de (effectieve) rente op een tienjarige obligatie. Doorgaans is de lange rente hoger dan de korte, maar niet altijd. In het laatste geval spreken we van een "omgekeerde rentestructuur".
Vaste en variabele rente
Leningen, met name hypothecaire leningen, worden vaak voor langere tijd afgesloten, en gedurende die looptijd geldt doorgaans een
vaste rente: die varieert dan niet. Bij
variabele rente kan het rentetarief ieder moment veranderen, afhankelijk van de omstandigheden op de geld- en kapitaalmarkt.
Renterisico
Dit
verschil tussen vaste en variabele rente brengt zowel voor de leningnemer als voor de leninggever risico's met zich mee.
De bank loopt risico als het uit te lenen geld eerst zelf heeft "ingekocht" (aangetrokken) tegen een vaste rente, maar het vervolgens uitleent tegen een variabele. Die variabele rente kan tijdens de looptijd van de lening immers dalen. Uiteraard is dit risico ook aanwezig als de rente juist variabel is ingekocht en vast wordt uitgeleend; dan is een tussentijdse rentestijging nadelig voor de uitlenende instantie.
In beide gevallen is het risico voor degene die leent, precies tegengesteld. Hij loopt bij variabele rente het risico van een rentestijging. Bij vaste rente mist hij het voordeel van een tussentijdse rentedaling.
Overigens speelt het renterisico niet alleen bij banken; ook pensioenfondsen hebben er nadrukkelijk mee te maken.
Kans op rendement
Geen van beide partijen zou genegen zijn dit risico te aanvaarden, als er niet de kans op extra rendement tegenover stond, of althans de zekerheid dat het risico wordt afgedekt. De variabele rente kan zich in alle gevallen immers ook juist in tegengestelde richting bewegen dan hierboven geschetst. Een risico wordt dan een meevaller.
Renteswap
Een financiële instelling heeft instrumenten (zoals de
renteswap) tot haar beschikking om zich in te dekken tegen het renterisico.
Wetgeving
Om een einde te maken aan
woeker zijn er in de loop der jaren veel wetten ingevoerd. Een vrij recente wet is de Wet Consumenten Krediet (
WCK). In de
WCK is een maximale rentevoet vastgesteld. Deze is gelijk aan de "gewone"
wettelijke rente vermeerderd met 17%. Over het algemeen voeren de
banken die rechtstreeks kredieten verlenen, een veel lager percentage. Banken zijn verplicht om naast de
feitelijke rente ook de
effectieve rente te vermelden.
Geschiedenis/religie
In veel
religies werd het heffen van rente op een lening als zonde beschouwd. In de
Middeleeuwen was het
christenen verboden rente te heffen, wat leidde tot de positie van
joden als bankiers en geldverschaffers. In sommige
islamitische landen is het nog steeds mogelijk een
bankrekening te openen waar geen rente op gegeven wordt.
Zie ook
Verwante onderwerpen zijn: wettelijke rente, hypotheek, valutering, debiteurenrisico, annuïteit.
Economie
Zins | Τόκος | Interest | Interezo | Korko | Intérêt | ריבית | Kamat | 利子 | 이자 | Juro | Ränta