grafietpotloden.jpg ]] Een potlood is een soort tekengerei. Het bestaat uit een stift, gemaakt uit een mengsel van grafiet en klei, met een houten omhulsel. Het mengsel voor de stift wordt in een oven gebakken. Veel klei en weinig grafiet geeft een hard potlood, veel grafiet en weinig klei geeft een zacht potlood.
De naam komt van de voorganger van het grafietpotlood: de loodstift (het lood werd in een pot gesmolten), de goedkopere tegenhanger van de zilverstift. Vanaf de 17e eeuw werden er al potloden gemaakt bestaande uit een kern van vrij hard mineraal grafiet in een houten omhulsel, meestal gebruikt om tekens aan te brengen (vandaar de naam "tekenpotlood") maar ook om in kunstzinnige zin mee te "tekenen".
Het potlood met een stift van grafiet en klei is in 1794 uitgevonden door de Fransman Nicolas-Jacques Conté. In januari 1795 verkreeg hij het Franse patent n°32 en begon de productie van het CONTÉ-potlood. Door de hoeveelheid klei te variëren kon hij een reeks potloden produceren van verschillende hardheid. Dit materiaal verdrong de echte loodstift bijna volledig. De Amerikaan Hymen L. Lipman uit Philadelphia patenteerde op 30 maart 1858 het potlood met een gommetje aan het eind. Het patent werd in 1875 ongeldig verklaard door het Amerikaanse Hooggerechtshof, omdat het geen nieuwe uitvinding betrof doch slechts de combinatie van twee reeds bestaande dingen.
In 1924 werd het kleurpotlood geïntroduceerd, een ontwikkeling van het oudere markeerpotlood.
Bekende fabrikanten zijn Staedtler en Conté.
9H 8H 7H 6H 5H 4H 3H 2H H F HB B 2B 3B 4B 5B 6B 7B 8B 9B
Een standaard kantoorpotlood is HB, de gulden middenweg tussen hard en zacht. Met een zacht potlood kun je goed schetsen. Je maakt gemakkelijk schaduwen en donkere vlekken en het laat zich mooi egaal uitvegen. In een zacht potlood zit weinig klei en veel grafiet.
Het Amerikaanse systeem, tegelijkertijd ontworpen met het Europese, gebruikt enkel cijfers. Veelal vindt men beide codes op een Europees potlood, deze komen ongeveer als volgt overeen:
Amerikaans Europees #0 = 2B #1 = B #2 = HB (meestvoorkomend) #2 1/2 = F #3 = H #4 = 2H
Een timmermanspotlood heeft een ovale of rechthoekige vorm, zodat hij tijdens het werk niet kan wegrollen. Timmermanspotloden worden niet aangescherpt met een puntenslijper, maar met een mesje.
قلم رصاص | Молив | Llapis | Blyant | Bleistift | ފަންސުރު | Μολύβι | Pencil | Krajono | Lápiz | Piirustuskynä | Crayon mine | Lapis | עיפרון | Olovka | Pensil | Blýantur | Matita | 鉛筆 | 연필 | Pieštukas | Pensil | Blyant | Blyant | Ołówek | Lápis | Карандаш | Pencil | Оловка | Blyertspenna | ดินสอ | 铅笔