Latijn, een Italische taal, is oorspronkelijk de taal van de Latijnen, een volk dat vanaf het eerste millennium voor Christus in de streek Latium (het huidige Lazio, Italië) woonde. Het was de stad Rome die na 500 voor Christus in dit gebied haar politieke en militaire invloed vergrootte en zo haar taal buiten de stadsgrenzen verspreidde. Rome werd de hoofdstad van het Romeinse Rijk, dat bleef groeien tot het in de derde eeuw na Christus haar grootste omvang bereikte. De Latijnse taal was nu veranderd van dorpstaal in de belangrijkste taal in een gebied dat de grootste delen van Europa, Klein-Azië en Noord-Afrika besloeg.
In deze vroegste periode werd Rome sterk beïnvloed door de Etrusken. Zij bewoonden een groot gebied ten noorden van Latium. De Romeinse religie en architectuur zijn bijvoorbeeld geheel geënt op Etruskische voorbeelden. Ook het Romeinse alfabet is gebaseerd op het Etruskische alfabet (dat op zijn beurt weer van het Griekse alfabet was afgeleid). De Etruskische taal heeft op het Latijn niet veel invloed gehad, op enkele leenwoorden na, waarvan persona (masker) het bekendste is: het woord waar ons woord persoon van afgeleid is.
Verder kregen Latijnse woorden vaak een iets andere betekenis om Middeleeuwse maatschappelijke instituties aan te duiden. Voorbeeld: miles (soldaat) betekent in middeleeuwse teksten bijna altijd ridder. Ook werden er voor dergelijke instituties vaak Keltische en Germaanse leenwoorden ingevoerd, zoals "feodum" voor leen.
Veel gebruikers werden overigens door dit enigszins pedante wedijveren naar een "zuiver Ciceronisch Latijn" afgeschrikt om nog langer Latijn te gebruiken. Dit is een belangrijke factor voor de neergang van de maatschappelijke positie van het Latijn.
Zowel in Nederland als in Vlaanderen wordt het Latijn op school onderwezen: in Nederland op het gymnasium, in Vlaanderen in een aantal studierichtingen van het Algemeen secundair onderwijs.
Veel Nederlandse woorden hebben een Latijnse afkomst, al is het Nederlands een Germaanse taal. Voorbeelden zijn de namen van de maanden. Zie ook: Lijst van Latijnse begrippen in het Nederlands.
Er wordt wel beargumenteerd, dat het Latijn nog een levende taal is. Men zou bijvoorbeeld kunnen stellen dat het Latijn voortleeft in de Rooms-Katholieke liturgie en communicatie in het Vaticaan, of zelfs in moderne Romaanse talen zoals het Italiaans.
Dode taal | Italische taal | Latijn
Latyn | Latein | Læden | لغة لاتينية | Llatín | Лацінская мова | Латински език | Latin | Latinski jezik | Llatí | Latina | Lladin | Latin | Latein | Λατινική γλώσσα | Latin | Latina lingvo | Latín | Ladina keel | Latin | زبان لاتین | Latina | Latin | Lenghe latine | Latynsk | Laidin | Lingua latina | לטינית | लातिनी | Latinski jezik | Latin nyelv | Lingua latin | Bahasa Latin | Latína | Lingua latina | ラテン語 | ლათინური ენა | 라틴어 | Latin | Lingua Latina | Latäin | Latien | Lotynų kalba | Latīņu valoda | Латински јазик | Bahasa Latin | Latiensche Spraak | Latien | Latin | Latin | Latîn | Latin | Латинаг æвзаг | Łacina | Latim | Limba latină | Латинский язык | Limba latina | Lingua latina | Latinski jezik | Latin language | Latinčina | Latinščina | Gjuha Latine | Латински језик | Basa Latin | Latin | Kilatini | ภาษาละติน | Wikang Latin | Latince | Латинська мова | Latinh | 拉丁语 | Latin-gí | 拉丁語