Een krab is een kreeftachtige die leeft in de nabijheid van water. Zeekrabben komen alleen voor in kuststreken, terwijl landkrabben, boskrabben en mangrovekrabben in zoet water leven. Voor de voortplanting echter zijn vrijwel alle krabben afhankelijk van oppervlaktewater. Slechts enkele soorten leven in woestijnen en houden zich in leven met dauwdruppels. Er zijn 4500 (beschreven) soorten, waarvan er 38 in Nederland voorkomen.
Anatomie
Krabben behoren tot de
decapoda, de tienpotigen. Krabben hebben vier paar looppoten en één paar scharen. De samengestelde ogen van krabben staan op steeltjes en kunnen worden ingeklapt in gleuven in de kop. Krabben hebben een stevig, enkelvoudig rugpantser (
carapax) en een gesegmenteerd buikpantser, de vrouwtjes zijn te onderscheiden van de mannetjes door de driehoekige gesegmenteerde plaat aan de achter- onderzijde bij de anus; vrouwtjes hebben meer segmenten. Ooit was dit buikpantser naar achteren geklapt, en vormde het achterlijf, zoals bij kreeften nog steeds het geval is. Krabben eten zeer elegant; met de grootste schaar, de
kraakschaar, wordt de prooi vastgehouden en met de kleine, de
grijpschaar, worden hier stukjes van afgenomen en naar de monddelen gebracht, waar maar liefst zes paar gelede individueel gestuurde 'pootjes' (de
mandibels,
maxillen en
maxillipedes) het voedsel verkleinen en de mond in werken. Niet alle krabben hebben verschillende scharen, zoals bijvoorbeeld de
zwemkrab. Op de schildrand naast de ogen hebben krabben twee voelsprieten, die meestal niet groot worden; ze spelen een rol bij het aftasten van de directe omgeving, zoals rotsspleten. Veel krabben blijven klein maar er zijn uitzonderingen, zoals de
kokoskrab en de
reuzenkrab. Ook de noordzeekrab kan flink worden; tot 70 cm spanwijdte van de scharen.
De ademhaling vindt plaats d.m.v. kieuwen. Deze zitten in het rugschild aan de achterzijde, en functioneren zolang ze nat blijven. Een krab moet dus regelmatig met water in aanraking komen, als de kieuwen droog worden stikken de dieren.
Leefgewoonten
De eieren, net als bij vissen
kuit genoemd, worden na bevruchting door de meeste soorten een tijdje door de vrouw onder de buikplaten meegedragen tot ze zijn uitgekomen. Het aantal verschilt van 500 tot wel 500.000 eieren. Als een krab wordt geboren, lijkt het geenszins op het ouderdier omdat krabben een
larve-stadium kennen. De larven eten algjes, zijn microscopisch klein en leven vrijzwemmend, ze worden ook wel
trocho-larven genoemd, en zijn onderdeel van het
fytoplankton.
Dit nimf-stadium kent ook weer twee stadia; net uit het ei lijken de larven op eencelligen (hoewel ze dat niet zijn); de zgn zoea-stadia; het zijn er meerdere want de dieren vervellen een aantal keer. Dan komt het megalopa-stadium (mega = groot en lopa = oog), waarin de larven naar verhouding extreem grote ogen hebben. Met het blote oog zijn ze al zichtbaar als twee zwarte stippen in een ongeveer 1,5 mm. groot garnaal-achtig diertje. Voorlopers van de poten worden nu ontwikkeld. Na enkele maanden (afhankelijk van de soort, soms wel een jaar), worden de bizarre uitsteeksels afgestoten en worden de poten, scharen en het rug- en buikschild ontwikkeld. Vanafdat moment lijkt het dier pas op een krab, maar is nog niet geslachtsrijp dus spreekt men over het nimf-stadium. Ook de lengte hiervan verschilt, maar is vaak minstens een jaar. Bij kleinere soorten een paar maanden, bij grotere soorten kan het jaren duren voor het dier volwassen is, dan veranderen vaak kleurpatronen, of de krab krijgt beharing of bestekeling. Vaak is het geslacht al wel te bepalen bij jonge krabben.
Krabben zijn uitgesproken aaseters, de meeste soorten zijn omnivoor, sommige soorten herbivoor. Krabben die enkel vlees eten zijn een uitzondering en veel soorten schuwen kannibalisme niet. De meeste zeekrabben hebben een menu van aas, planten, kleine kreeftjes en wormen.
Krabben vervellen regelmatig, omdat ze een exoskelet hebben en het hele leven lang blijven groeien. Na een vervelling zijn ze zeer kwetsbaar omdat het rugschild en de scharen nog zacht zijn, en het dier moet zich enkele uren schuilhouden.
Krabben leven veelal in de zee, tussen rotsblokken en wieren, of ingegraven in het zand (bv. de helmkrab). Veel soorten camoufleren zich door wieren, zeepokken of zelfs complete zee-anemonen op de rug te zetten. Een annemoon heeft daar overigens voordeel bij, omdat deze nu 'mobiel' is, en dus wat meer voedsel kan opnemen door de loopbewegingen van de krab en bovendien beter beschermd is omdat een krab snel kan vluchten voor een vijand, en krabbenpredatoren meestal geen anemonen lusten. Krabben kunnen zowel voor- als achteruit lopen, maar ook zijwaarts, wat het snelst gaat, tot 8,5 km/u, hoewel ze dat geen uur volhouden. Bij sommige krabben, zoals de inheemse fluwelen zwemkrab (Necora puber), is het laatste paar poten sterk afgeplat, om beter te kunnen zwemmen. Predatoren van krabben zijn meeuwen, roofvissen (zeepaling), inktvissen, zeehonden en de mens.
Necora puber.jpg
Land-, Bos- en Mangrovekrabben
Sommige soorten krabben zijn wat minder afhankelijk van de zee, en wonen op enige afstand van zeewater, bijvoorbeeld in (
mangrove)bossen. Mangroven worden nog met regelmaat door zeewater overspoeld, maar er zijn krabben die tientallen kilometers van de zee wonen. Omdat ze de kieuwen vochtig moeten houden, graven de krabben tunneltjes tot net onder de grondwaterspiegel, dus met een eigen vijver. Daar zitten ze overdag te wachten en gaan bij de schemering op zoek naar aas en fruit. Toch moeten de dieren één keer per jaar naar zee om zich voort te planten. Dit is buitengewoon spectaculair om te zien en komt onder andere voor op
Christmaseiland; de knalrode krabben migreren van het bos aan de ene kant naar de rotsen aan de andere zijde van het eiland. Omdat volgens schattingen bijna 45 miljoen krabben tegelijk trekken, zijn delen van het eiland compleet roodgekleurd en de wegen zijn voorzien van een glibberige laag platgereden dieren. De meeste daarvan worden op de heen- en in het bijzonder de terugweg, als de dieren compleet zijn uitgeput, door de eigen soort weer opgepeuzeld.
Reuzenkrabben
Reuzenkrabben worden qua schildlengte vaak niet groter dan de noordzeekrab (40 cm), maar de enorme,
hooiwagen-achtige poten maken dat de dieren er vervaarlijk uitzien. De scharen zijn vaak zeer krachtig.
De allergrootste krab is de Japanse reuzen- of spinkrab (Macrocheira kaempferi), die in de Pacifische Oceaan rond Japan voorkomt tot dieptes van 300 meter. De krabben hebben een spanwijdte van vier meter, zijn met maximaal 35 cm schildbreedte kleiner dan de koningskrab, maar met anderhalve meter 'schofthoogte' niet minder indrukwekkend. Het zijn slome dieren die langzaam over de modder- of zandbodems lopen; omdat de smaak van het vlees van de dieren minder dan die van de rode koningskrab is, worden ze wel bevist, maar met name voor de souveniers die ervan gemaakt worden.
De rode koningskrab, ook wel reuzenkrab of Kamtsjatka-krab genoemd (Paralithodes), is geen echte krab (Brachyura) maar is verwant aan de heremietkreeft en behoort tot de Anomura. Deze soort is ecologisch gezien rampzaliger dan de Chinese wolhandkrab; de dieren kwamen oorspronkelijk alleen voor in Alaska en Kamtsjatka, maar tegenwoordig zijn ze via Noorwegen (waar ze werden uitgezet) tot aan de noordelijke Noordzee genaderd. De enorme krabben hebben een diameter van 50 cm rugbreedte, een scharen-spanwijdte van drie meter, leggen 300.000 eitjes per jaar, kunnen 30 jaar oud worden en tot 5 kilo wegen. Met een enkele knip kan het beest een hand amputeren, en momenteel richten ze grote schade aan op de oceaanbodem van Noorwegen. Ze eten mosselen, zeewier, vissen (dood of levend), kreeftachtigen, schelpdieren, wormen en kuit. Gelukkig geldt het sneeuwwitte vlees van de dieren als een lekkernij, een kilo kost bijna tachtig euro; Noorwegen heeft de vangstquota flink opgeschroefd. De noodzaak is echter volgens het WNF zo groot dat de organisatie pleit voor totale uitroeiing van de krabben tot het oorspronkelijke leefgebied; een opmerkelijke opinie voor een milieuvereniging, maar volgens het WNF niet zonder reden; de krabben zijn een grote bedreiging voor ecosystemen in de oceanen.
Krabben en kanker
Krabben staan symbool voor de ziekte kanker. Vanaf de
jaren 70, toen de medische wereld de ziekte kanker als zodanig ging erkennen, gingen in astronomische kringen zelfs geluiden op om de Engelse naam voor het sterrenbeeld krab (cancer) te veranderen, omdat Engelstalige mensen met dit sterrebeeld zich om begrijpelijke redenen liever maanlingen gingen noemen dan kankerlingen, want de
maan is onderdeel is van dit sterrenbeeld. Het waarom van de krab als symbool is niet geheel duidelijk, maar er zijn wel enkele theorieën:
- De twee uitgestoken klauwen van de krab stellen vrouwelijke borsten voor, waar de ziekte zich het meest manifesteert (meest waarschijnlijk gezien middeleeuwse symboliek van kanker).
- De twee klauwen geven de dualiteit van de ziekte weer; men heeft een dodelijke ziekte en toch moet men ertegen vechten (een soort ying-yang symbool)
- Het logo krab staat voor het dier zelf, een schuw, passief dier dat echter, als het kwaad wordt, heel gevaarlijk kan zijn.
- Een van de ontdekkers van de ziekte kanker vergeleek de metastase (uitzaaiing) met de ledematen van een krab.
Trivia
- Giftige krabben bestaan niet, wel zijn enkele soorten immuun voor het gif dat in voedseldieren zit, en een handvol soorten is in staat het gif uit het voedsel te filteren, en in het lichaam op te slaan, zoals ook gebeurt bij pijlgifkikkers. Ook kunnen krabben bepaalde gifstoffen opnemen die de mens geloosd heeft, zoals kwik, dioxine en PCB's. Deze giffen hebben een cumulatieve werking op de krab (ze houden het gif vast), en kunnen bij herhaaldelijke (menselijke) consumptie schadelijk zijn.
- Een van de kleinste soorten krabben is het inheemse erwtenkrabbetje, dat in symbiose leeft met een levende mossel; ze hebben allebei voordeel van de samenwerking; de krab houdt de mossel schoon van parasieten en de mossel beschermt de krab, er worden zelfs eitjes gelegd in het schelpdier. Soms komt men wel eens een krabbetje tegen tijdens het mossel eten, ze zijn meestal licht oranje.
- Krabben kennen een soort primitieve gebarentaal; spookkrabben kennen morse-achtige codes en er zijn soorten die met de scharen op de grond tikken. Toch zijn er waarschijnlijk slechts twee betekenissen te herleiden; Ga weg, of we vechten, en Kom hier, ik wil paren.
Soorten
Deze soorten komen in Nederland en België voor (niet compleet):
Externe links
Kreeftachtige
Krabbe | Krabben | Crab | Cangrejo | Crabe (crustacé) | סרטנאים | カニ | Krab | Caranguejo | Krabbor | 螃蟹