article

Inleiding


Sint Pieter in Rome.jpg, Vaticaan]] De Rooms-Katholieke Kerk, eigenlijk Romeins-Katholieke Kerk, in de meeste landen echter kortweg Katholieke Kerk genoemd is de grootste christelijke kerk. Het Griekse woord καθολικός betekent „algemeen“. Men zou dus kunnen vertalen als de algemene kerk van de Romeinen. In het laatste decennium van de vierde eeuw dekte deze term inderdaad de feitelijke realiteit want toen bestond het Romeinse Rijk nog waarvan de (nog grotendeels ongedeelde) christelijk kerk de officiële staatsgodsdienst was geworden. In de vijfde eeuw verdween het westelijke deel van het Rijk en in de volgende eeuwen verdween ook de eenheid in de kerk zelf culminerend in het Grote Schisma in de elfde eeuw. Deze kerk is de grootste geloofsrichting binnen het christendom. Zij beroept zich op het Oude en Nieuwe Testament van de Bijbel, de Traditie en het leergezag van Rome. Tot aan de Reformatie belichaamde ze veel politieke macht. De leider van de Kerk is de bisschop van Rome beter bekend als de paus, die in Rome resideert en aan het hoofd staat van de clerus; hij is tevens staatshoofd van Vaticaanstad.

Geschiedenis


Eerste tot vijfde eeuw

Vanaf de eerste eeuw van onze tijdrekening ontstonden hier en daar in en rond de Middellandse Zee kleine, geïsoleerde christelijke gemeenschappen, eerst in het oostelijk gedeelte, later ook in het westen, en vooral onder de rechtelozen: vrouwen en slaven. Het Romeinse Rijk stond altijd al bekend om zijn religieuze tolerantie, zolang de goddelijke status van de keizer werd erkend. De monotheïstische christenen accepteerden de heidense keizer wel als staatshoofd, maar absoluut niet als een god, wat een van de redenen was voor vele bloedige vervolgingen van christenen door de Romeinse overheden. De invloed van het christendom groeide desondanks verder en het werd op den duur onvermijdelijk dat de christelijke religie erkend werd: dat gebeurde onder keizer Constantijn, in het begin van de vierde eeuw. Op het einde van dezelfde eeuw, onder keizer Theodosius I, werd het christendom zelfs de Romeinse staatsgodsdienst. Vanaf dat ogenblik zijn de politieke en religieuze macht van de Kerk in het westen nauw verweven.

Vanaf het begin was de jonge Kerk regelmatig het toneel van felle onderlinge discussies en resulterende scheuringen (in het Grieks: schisma), zoals het arianisme en nestorianisme. De eerste bisschop van Rome (nog een Grieks woord; het betekent letterlijk ‘opzichter/toezichthouder’) was Petrus, de apostel oorspronkelijk genaamd Simon die door Jezus "Petrus (Grieks=rots), waarop hij de Kerk zou bouwen" werd genoemd; stilaan werd de bisschop van Rome in het westen duidelijk de ‘primus inter pares’, die meer en meer gezag won als hoofd van de Kerk. Dat proces vorderde maar heel beperkt, en alleen in het (Latijnse) westen. In het Griekstalige Oosten oriënteerden de gelovigen zich meer op de patriarch van Constantinopel, hoewel de patriarchen van Antiochië en Alexandrië ook veel invloed hadden. De bisschop van Rome was ook de patriarch van Rome en zijn collega-patriarchen beschouwden hem als een gelijke zonder speciale bevoegdheden over henzelf. Getuigenissen van zowel de oostelijke als de westelijke kerkvaders zijn echter duidelijk over de primaatschap van de zetel van Petrus (Rome) aangaande de einduitspraken over geloofstwisten. De bisschoppen kwamen soms samen in een Concilie, nog steeds het hoogste orgaan binnen de christelijke gemeenschap, zoals dat van Nicea in Turkije, rond 325, om theologische problemen op te lossen die dikwijls over politieke geschillen handelden.

Middeleeuwen

Na de val van het West-Romeinse Rijk werd West-Europa opgedeeld onder de binnengevallen Germanen. Hun nieuwe koninkrijken op het oude Romeinse grondgebied waren de beginpunten van de huidige Europese staten. In dit versplinterde West-Europa bleek het niet erg moeilijk voor de bisschop van Rome om zijn gezag tenslotte gestaag uit te breiden, en behalve op geestelijk gebied vooral ook op wereldlijk vlak. Dat kon pas nadat West-Europa gekerstend was; vooral Ierse monniken hebben daar een belangrijke rol in gespeeld. Stilaan kwam men ook tot meer eensgezindheid op het vlak van de theologie, die gebaseerd was op de Platonische inzichten van Augustinus, hoewel dat niet zonder slag of stoot ging; eer geregeld waren er belangrijke scheuringen (die van Pelagius, de Albigenzen of Katharen b.v.), en er was onophoudelijk frictie tussen het Oosten en het Westen. Verder werd de opmars van de islam (voorlopig) gestopt.

De splitsing in een oosterse en westerse Kerk in het jaar 1054 het Grote Schisma, was in feite een formele bevestiging van een reeds lang bestaande situatie. Opnieuw camoufleerden theologische disputen de politieke realiteit; deze keer was er verschil over de leer van de Heilige Geest; de westerse Kerk leert dat de Heilige Geest uitgaat van God de Vader en van God de Zoon. De oosterse Kerk leert dat de Heilige Geest alleen uitgaat van God de Vader.

Een belangrijke rol was weggelegd voor de kloosterorden; over geheel West-Europa werden in twee golven abdijen en kloosters opgericht. Deze bezaten nagenoeg een monopolie op cultuur, scholing, gezondheidszorg en wetenschappen, hoewel er ook enorm veel kennis verloren ging, die pas vanaf de 12e eeuw via de Arabische cultuur geleidelijk terugkwam, wat dan het Thomisme mogelijk maakte, nog steeds één van de fundamenten onder de katholieke theologie.

Het bestrijden van de heterodoxie, ketterijen en schisma's was vanaf het begin van de Kerk een steeds terugkerend thema. Deze strijd werd, uitgaande van het middeleeuwse wereldbeeld, vanaf de 13e eeuw geleverd door de Inquisitie, die als kerkelijke rechtbank in wisselwerking stond met de wereldlijke rechtbanken. De absolute controle op wat er gedacht en/of geschreven mocht worden, was de rol van de Inquisitie, die nu nog steeds bestaat in de vorm van de Congregatie van de Geloofsleer. Maatschappelijke en kerkelijke intolerantie kwam tot uiting in fel antisemitisme; tijdens de Kruistochten –eerder een politiek dan religieus fenomeen- ging het er eveneens bloedig aan toe.

Gedurende de eeuwen ontwikkelde de bisschopszetel van Rome zich tot de stoel van de Christus' plaatsbekleder, het Petrusambt, dat een centralisering van de Kerk betekende en lokale bisschoppen aan haar ondergeschikt maakte; de Investituurstrijd had als inzet wie kerkelijke benoemingen mocht uitvoeren: de politiek of de Kerk. Terwijl de Kerk deze strijd formeel won, zal haar invloed vanaf de 16e eeuw beginnen te tanen.

De Nieuwe Tijd

Tijdens de renaissance was Europa weer welvarend geworden en door de toenemende handel en voortschrijdende techniek werden de Europeanen steeds rijker. De Kerk profiteerde hier ook van en begon steeds meer een praalziek instituut te worden. De hoge clerus hield zich tenslotte hoofdzakelijk bezig met de wereldlijke macht en de geestelijke taken schoten er grotendeels bij in. Vooral de 'renaissance pausen' van de 15de-16e eeuw waren hoewel cultureel een hoogtepunt (bouw van de huidige Sint Pieterskerk en grote opdrachten voor o.a. Michelangelo, Bernini, Leonardo da Vinci en andere grote kunstenaars) geestelijk en moreel een dieptepunt waarbij verschillende bisschoppen en pausen, zoals die afkomstig van de beruchte familie Borgia, elkaar zelfs naar het leven stonden om de hoogste kerkelijke ambten te bemachtigen.

Corruptie, decadentie, nepotisme en simonie binnen de Kerk zorgden in heel Europa voor een ware opstand, de Reformatie, tegen Rome. Voorlopers in de late middeleeuwen waren al: Jan Hus (Bohemen), Savonarola (Florence) en John Wycliffe, Engeland. Toen kon de kerk deze 'dissidenten' nog de mond snoeren. Later echter gaven Luther (Heilige Roomse Rijk), Johannes Calvijn (Frankrijk/Zwitserland) John Knox (Schotland) en Huldrych Zwingli (Zwitserland) aanleiding tot permanente afscheidingen. Aanvankelijk wilden de meeste van deze protestanten (zoals ze al snel werden genoemd) de Katholieke Kerk niet verlaten maar hervormen door een terugkeer naar de christelijke beginselen zoals deze volgens hen in de evangeliën zijn beschreven en de afschaffing van kerkelijke gebruiken die volgens hen in strijd met het evangelie waren. Zo maakte in 1517 Luther de 95 stellingen tegen de aflaat bekend. Het steeds radicalere optreden van Luther, zijn pacteren met Duitse wereldlijke vorsten die politiek onafhankelijker van de keizer van het Heilige Roomse Rijk wilden worden en de afwijzende reactie van de Kerk inzake de oproep door de protestanten tot een concilie dat tot deze interne hervormingen zou moeten leiden, heeft tenslotte geleid tot de uiteindelijke afscheiding van de protestanten. Ook Engeland scheurde zich af onder Hendrik de Achtste (niet omdat Hendrik problemen had met de kerkelijke leer maar omdat hij wilde scheiden van zijn vrouw en de paus daarvoor geen toestemming gaf) en vormde de Anglicaanse Kerk. Zoals vaker in de geschiedenis kwamen deze schisma's als gevolg van zowel religieuze als politieke redenen tot stand.

De Kerk reageerde met het Concilie van Trente, de komst van vernieuwingsbewegingen zoals de jezuïetenorde en de verspreiding van de barok. Terwijl grote landstreken in Europa verloren gingen voor Rome tijdens eeuwenlange godsdienstoorlogen die leidden tot een wijdverbreide papenhaat (papa = Latijn voor paus; een katholiek is dus een paap), breidde ze evenwel haar gebied uit tijdens de periode van de Europese kolonisatie.

Het grote kenmerk van de periode na de middeleeuwen, is dat meer en meer de mens zichzelf als het centrum van de dingen beschouwde, vandaar het humanisme, de zelfverzekerde renaissance, en de opkomst van de (exacte) wetenschappen bij de wetenschappelijke revolutie. Dit zal uiteindelijk uitmonden in de Verlichting, met de vastlegging van het principe van de scheiding tussen Kerk en staat. Dit principe (en andere) zal verspreid worden samen met de Franse Revolutie. Verschillende kerkelijke monopolies, zoals onderwijs en gezondheidszorg werden doorbroken, en aanvankelijk wist Rome ook niet om te gaan met nog nieuwere ontwikkelingen zoals darwinisme en socialisme. In deze periode werd het principe van de onfeilbaarheid van de paus vastgelegd. Uiteindelijk zorgde de Kerk wel met de encycliek Rerum Novarum (1891) voor een sociale leer om de socialisten de wind uit de zeilen te nemen.

Vandaag

Het onafhankelijke Italië bleef knabbelen aan de omvang van de Pauselijke Staten, en in 1929 wordt het Verdrag van Lateranen gesloten tussen de paus en Benito Mussolini: het Vaticaan als onafhankelijk staatje wordt geboren. In de jaren zestig zorgt het Tweede Vaticaans Concilie voor een vernieuwende interpretatie van de katholieke leer en brengt zo het geloof bij de tijd (aggiornamento). Hierover was en is nog steeds veel discussie; volgens de conservatieven was dit al te vergaand en volgens de progressieven ging dit nog lang niet ver genoeg. Ondanks deze hervormingen blijft de invloed van de Rooms-Katholieke Kerk in West-Europa dalen. De standpunten van de Kerk, vooral betreffende seksualiteit en moraal worden in het geseculariseerde West-Europa dikwijls beschouwd als controversieel en niet meer passend in de praktijk van de moderne wereld. Terwijl de Kerk zich probeert aan te passen aan de sterk geïndividualiseerde samenleving in het Westen blijft het aantal gelovigen wereldwijd en dan vooral in de ontwikkelingslanden sterk groeien. Hier is het geestelijke, morele en vaak ook politieke gezag van de Kerk nog steeds aanzienlijk. Verschillende vernieuwingsbewegingen ontstaan binnen de Kerk, die vaak de rol van de leek benadrukken, zoals de charismatische beweging, die ook banden met het protestantisme onderhoudt.

Stilaan wordt ook toenadering gezocht tot andere strekkingen binnen het christendom, en andere verwante religies zoals het jodendom. Dat is de zogenaamde oecumenische gedachte.

De Rooms-Katholieke Kerk blijft nog altijd verreweg de grootste geloofsrichting binnen het christendom: volgens het Annuario Pontificio (Vaticaans jaarboek) leefden er in 2003 in de hele wereld 1,09 miljard gedoopten, verspreid over 2800 bisdommen en 220 000 parochies. Ongeveer de helft van hen leeft in de Derde Wereld. De Kerk telt 405 000 priesters (1 priester per 2680 gedoopten).

Binnen de Kerk heeft het Modernisme en Antimodernistische integralisme uit de 19e en begin van de 20e eeuw sporen achtergelaten, die deels tot in de huidige tijd doorlopen. De scheidslijn wordt getrokken door de houding tegenover de mate van invloed die maatschappelijke ontwikkelingen op de boodschap en organisatie van de Kerk zouden moeten hebben.

Na de afsluiting van het Tweede Vaticaans Concilie verzelfstandigden zich uiteenlopende groeperingen in de afwijzing van de vernieuwingen, die vanuit de 20e eeuwse liturgische beweging het concilie tot een nieuwe misorde inspireerden. Zij wijzen de liturgievernieuwingen af en hebben sympathie voor het voorconciliaire integralisme. Dit traditionalisme is vaak fideïstisch.

Evangelisatie


Missionarissen uit de westerse landen werden naar gekoloniseerde landen gestuurd om daar te preken en de lokale bevolking tot het katholieke geloof te bekeren. In Spaans en Portugees Amerika gebeurde de bekering van de oorspronkelijk heidense (zonnecultus) bevolking grotendeels onder dwang van de politieke macht van Spanje en Portugal, hoewel inheemse christelijke missionarissen ook succesvol waren in de meer vrije bekering. In later eeuwen in Afrika en Azië vertrouwden missionarissen meer op hun verbale overtuigingskracht. In veel landen, ook in Europa en Amerika, stonden zij bovendien aan de wieg van charitatieve instellingen en gezondheidszorg. Eveneens in Europa was de Kerk meestal de grondlegger van de gezondheidszorg en het onderwijs. Veel ziekenhuizen en scholen werden tot voor kort of worden nog steeds door kloosterorden en congregaties geleid.

Structuur en organisatie


De Rooms-Katholieke Kerk is de oudste, nog steeds functionerende organisatie ter wereld. Hierin is ze werkelijk uniek. Het is de enige organisatie ter wereld die aantoonbaar ononderbroken heeft gefunctioneerd sinds de 1e eeuw en het enige instituut van het Romeinse rijk dat heeft weten te overleven tot in de moderne tijd. Ook het archief en de bibliotheek van het Vaticaan zijn voor zover bekend de oudste ter wereld. Er zijn echter (onbevestigde) berichten dat sommige boeddhistische kloosters nog oudere archieven en bibliotheken bezitten.

De organisatie van de Kerk is het eindpunt van een eeuwenlange evolutie; hier volgt een beschrijving hoe de Kerk vandaag georganiseerd is. De Kerk kent een strakke organisatiestructuur, met zowel verticale als horizontale assen, een Kerk georganiseerd in kruisvorm.

  • Verticaal: van paus tot gelovige leek; en
  • Horizontaal: op verschillende niveaus bestaat een aantal al dan niet formele instellingen naast elkaar.
De Kerk kent haar eigen rechtbanken die zich baseren op het canoniek recht. De Kerk is geen democratie en er bestaat geen scheiding tussen de wetgevende, uitvoerende en controlerende macht. Alle macht wordt geconcentreerd in de persoon van de paus.

Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de paus als politiek staatshoofd van het Vaticaan, wat niet veel om het lijf heeft, en als religieus leider waarbij de paus wereldwijd zeer invloedrijk is.

Van paus tot gelovige (Verticale structuur)

Het paleis van de Paus.JPG]] De paus regeert eigenmachtig (hoewel zijn macht informeel beperkt wordt) door middel van decreten en richtlijnen. De grote lijnen en principes worden verwoord in encyclieken, apostolische exhortaties en vele andere documenten. Deze worden in het Latijn gepubliceerd en benoemd met de eerste woorden ervan. Zo behandelt de encycliek "Rerum Novarum" ('over nieuwe zaken') de sociale leer van de Kerk en de encycliek "Humanae Vitae" ('over het menselijk leven') de houding van de Kerk ten aanzien van geboorteregeling.

Formeel wordt zo'n brief naar alle bisschoppen gestuurd, die gewoonlijk (maar niet altijd) een geografisch gebied onder zich hebben. Zij moeten de inhoud verder spreiden onder de priesters, die hun gelovigen moeten inlichten, en verklaringen verschaffen, indien nodig. Een encycliek geldt voor alle gelovigen, in de hele wereld.

Een "herderlijke brief" daarentegen is vrijblijvender en dikwijls gericht tot een beperkt gebied, of een gedeelte van de gelovigen, bijvoorbeeld alleen voor priesters, of alleen voor katholieke Amerikanen.

Geografische structuur (Horizontale structuur)

Een plaatselijke gemeenschap, een zogenaamde parochie, wordt geleid door een pastoor. Enkele parochies vormen samen een dekenaat (ook: decanaat) dat onder leiding staat van een deken. In de praktijk is een dekenaat eerder een samenwerkingsverband van parochies dan een bestuurlijke eenheid want de pastoor is de eindverantwoordelijke voor zijn parochie. Een aantal dekenaten vormt samen een bisdom (ook: diocees) dat door een bisschop bestuurd wordt; hij wordt daarin geassisteerd door een bestuursorgaan, de bisschoppelijke curie. Meerdere bisdommen samen vormen een kerkprovincie onder leiding van een metropoliet. De grenzen van kerkprovincies in kleine staten, zoals Nederland en België, vallen meestal samen met de landsgrenzen. Voor kerkprovincies in grotere staten met veel katholieken gaat dit meestal niet op.

Hiernaast zijn er kardinalen, deze worden door de Paus benoemd (officieel: "gecreëerd,") en kiezen de opvolger van de Paus bij zijn overlijden. Pauselijk aftreden is in de geschiedenis maar enkele keren voorgekomen. De paus wordt in zijn bestuurlijke taken bijgestaan door een bestuurslichaam, de zogenaamde Romeinse Curie.

Zie ook:

Positie van het Vaticaan

Vaticaanstad, het gedeelte van Rome waar Petrus begraven ligt en de paus zijn zetel heeft, heeft de status van een onafhankelijk land; veel landen hebben daarom naast een ambassade in Italië een ambassade bij het Vaticaan. Het Vaticaan heeft op haar beurt een nuntius als ambassadeur in vele landen. Dit betekent dat de organisatie van de Kerk en de betrekkingen met staten los van elkaar georganiseerd zijn.

Leer van de Kerk


De christelijke leer gaat ten diepste terug op de persoon en het optreden van de Heer Jezus Christus. Christenen belijden dat in Jezus God Zelf mens is geworden, alhoewel Hij God bleef, en naar de aarde gekomen is om zondaren te redden van de dood, het kwaad en de duivel. In de Bijbel is de beloofde komst en de betekenis van Christus komst vastgelegd. De christelijke leer heeft zijn oorsprong in de boodschap van de Bijbel. Voor de rooms-Katholieken ligt een aantal geloofspunten vast. Aan deze waarheden, dogma's genaamd, valt niet te tornen. De belangrijkste geloofswaarheden staan opgesomd in de apostolische geloofsbelijdenis .

Naast de Bijbel erkennen de rooms-Katholieken ook het recht van de Traditie of de overlevering. De Traditie is alles wat in de kerkhistorie als openbaring van de geloofsleer naar voren is gekomen. De onfeilbaarheid van de Paus in geloofszaken is gefundeerd op de Traditie en pas in 1870 als dogma bekrachtigd. In de loop van de tijd zijn er ook enkele andere geloofspunten als dogma "gedefinieerd," zoals in 1950 de tenhemelopneming van Maria. Alleen de paus kan iets als dogma "definiëren," en hij zal dat in de praktijk alleen doen bij zaken die al eeuwen, vanuit de Traditie, door het grootste gedeelte van de Kerk zo worden geloofd.

Volgens de leer van de Kerk, is de Rooms-Katholieke Kerk de oorsprong van alle kerken binnen het christendom, omdat de paus, de leider van de Rooms-Katholieke Kerk, de opvolger is van de apostel Petrus. Op grond van dit primaatschap zijn volgens de Rooms-Katholieke Kerk alle christenen, dus ook alle kerkgenootschappen, gehouden om het gezag van de paus te erkennen. De Rooms-Katholieke Kerk wordt ook de Kerk van Rome genoemd. Naast de Rooms-Katholieke Kerk, zijn er vele Kerken met een andere ritus, die in gemeenschap (communio) met de Kerk van Rome leven en het primaatschap van de Paus erkennen (zie Oosters-Katholieke Kerken). De belangrijkste geünieerden zijn:

Zie ook


Externe links


Rooms-Katholieke Kerk

Rooms-Katolieke Kerk | Ilesia Católica | Католицизъм | Església Catòlica Romana | Katolictví | Den romersk-katolske kirke | Römisch-Katholische Kirche | Roman Catholic Church | Iglesia Católica | Église catholique romaine | Igrexa Católica Romana | הכנסייה הקתולית | Római katolikus egyház | Gereja Katolik Roma | Chiesa cattolica | カトリック教会 | კათოლიკური ეკლესია | 카톨릭 | Eglos Katholik Romanek | Ecclesia Catholica | Roems-Kattelieke Kèrk | Gereja Roman Katolik | Röömsch-kathoolsche Kark | Den romersk-katolske kyrkja | Den romersk-katolske kirke | Kościół rzymskokatolicki | Igreja Católica Romana | Biserica Catolică | Римско-католическая Церковь | Roman Catholicism | Rimskokatoliška Cerkev | Romersk-katolska kyrkan | Єпархія | Giáo hội Công giáo Rôma | 天主教

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Rooms-Katholieke Kerk".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld