Algemeen
De
Kapucijner (
Pisum sativum) is een
plant die behoort tot de
Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae, synoniem:Papilionaceae).
Kapucijners bloeien met purperen bloemen en de peulen zijn blauw gekleurd.
Rassen
Er zijn
rassen met langstro (rijs- of klimerwten) en met kortstro.
- Langstro rassen. Deze rassen moeten aan gaas of rijshout geteeld worden. Een ras dat veel door de amateurtuinder wordt gebruikt is de 'Blauwschokker'.
- Kortstro rassen. Deze rassen worden in de landbouw gebruikt voor de verse consumptie. In 2003 was er bijna 700 ha in Nederland. De teelt vindt hoofdzakelijk plaats in Zeeland. Het ras 'Solido' wordt hiervoor gebruikt. Het ras is zogenaamd semi-bladloos en is weinig vatbaar voor topvergeling. Bij dit ras is een gedeelte van de bladeren omgevormd tot ranken, waardoor het gewas opener is en er minder ziekten op treden.
Teelt
Blauwschokkers worden gezaaid in januari en februari onder
platglas. Bij het uitplanten in maart en april wordt de
hoofdwortel ingekort om de vorming van zijwortels te stimuleren. Het planten gebeurt in dubbele rijen of een enkele rij aan
kippegaas of rijshout. Blauwschokkers kunnen 150 tot 200 cm hoog worden. Ook is er een kortstro ras, 'Desirée', dat tot 75 cm hoog wordt.
Oogst
Blauwschokkers worden vanaf half juni tot augustus geoogst. Ze kunnen rijper geoogst worden dan de
erwten, omdat ze minder gauw melig en hard worden.
Inhoudstoffen
De
voedingswaarde van 100 gram verse kapucijners is:
Ziekten en beschadigingen
Een belangrijke virusziekte is topvergeling. Deze ziekte wordt door
bladluizen overgebracht van
luzerne op kapucijners, erwten en
tuinbonen. Topvergeling komt het meeste voor in het zuiden, zuidwesten en Flevoland.
Zie ook:
Biologische zaaitabel
Andere benamingen
Een algemene benaming voor de kapucijner is 'velderwt'. Oude benamingen: schokkererwt, vale erwt en grauwe erwt. In de krijgsmacht (marine en landmacht) worden kapucijners vanouds 'raasdonders' genoemd. De Texelse bijnaam is 'grauwe ganzen'.
Groente | vrucht-als-groente | Papilionoideae