Een kadaver is een dood lichaam, in het bijzonder het dode lichaam van een dier. Bij een mens spreekt men meestal van het stoffelijke overschot. Een kadaver dat in het water ligt en/of al deels ontbonden is, heet een kreng.
Kadavers zijn de voedselbron van veel dieren, insecten en micro-organismen. In een gezonde biotoop is dit een belangrijke niche.
Dieren
De
gier staat bekend als een kadavereter, evenals andere
aaseters. Een kadaver dat gegeten wordt noemt men ook wel
aas. In de
Benelux wordt de rol van kadavereters onder andere vervuld door
kraaien,
raven en
wilde zwijnen. Veel roofdieren zullen korte metten met een kadaver maken; er zijn relatief weinig soorten die aan een kadaver voorbijgaan (de
jachtluipaard is hier een voorbeeld van). De mens is een alleseter en dus feitelijk ook een aaseter.
Krengen worden gegeten door vissen zoals de Europese meerval en de paling.
Insecten
Veel insecten (
vleesvliegen,
aaskevers, ...) leggen hun eieren in dode dieren, de hieruit komende
maden vreten aan het kadaver.
Micro-organismen
Er zijn
micro-organismen die een dier infecteren, dat vervolgens hieraan sterft, waarna dit micro-organisme zich sterk kan vermeerderen. Een voorbeeld is
miltvuur (
antrax).
Andere micro-organismen worden pas actief als het dier dood is. Een voorbeeld is de schuimlever bij runderkarkassen die ontstaat door gasvorming door niet-pathogene Clostridium-sporen die ontluiken bij verlaagde zuurstofspanning (dus pas na de dood van het dier).
Zie ook
Dood
Cos | Leiche | Cadavere | Telo | Kadaver