Het jodendom is de godsdienst en de cultuur van het Joodse volk en één van de vroegst geregistreerde monotheïstische religies. De principes en de geschiedenis van het jodendom vormen de historische fundamenten van vele andere godsdiensten, waaronder het christendom en de islam. Voor een bespreking van Jodendom als het behoren tot de etnische groep, zie het artikel Joden.
Het Jodendom past niet gemakkelijk in de westerse categorieën zoals religie, ras, etniciteit of cultuur. Dit komt omdat Joden het Jodendom in termen van 4000 jaar geschiedenis begrijpen. Tijdens dit lange tijdperk hebben Joden slavernij, anarchisme, theocratie, verovering, bezetting en ballingschap ervaren en zijn zij in contact geweest en beïnvloed door het Oude Egypte, Babylonië, Perzië, het Griekse hellenisme, evenals moderne bewegingen zoals de Verlichting en de opkomst van het nationalisme. Daarom stelt Daniel Boyarin dat "Joods zijn de pure categorieën van identiteit doorbreekt, omdat het niet nationaal is, niet genealogisch, niet godsdienstig, maar elk van deze, in een dialectische spanning."
God stuurde Yaakov en zijn kinderen naar Egypte; nadat zij uiteindelijk slaven werden, stuurde God Moshe (Mozes) om de Israëlieten uit de slavernij terug te kopen. Na de Uittocht uit Egypte bracht God hen naar de berg Sinaï om hun de Tora te geven, en bracht hen uiteindelijk naar het Eretz Yisrael. God bepaalde dat de nakomelingen van Moshe' broer Aharon (Aaron) een priesterklasse binnen de Israëlitische gemeenschap zouden zijn. Zij dienden eerst in de Tabernakel (een verplaatsbaar huis van verering), en later dienden hun nakomelingen in de Tempels van Jeruzalem.
Bij terugkomst in Eretz Yisrael, werd de tent met de tabernakel in de stad van Sjilo geplaatst en bleef daar meer dan 300 jaar. Gedurende deze tijd verstrekte God het Joodse volk leiders en strijders, waaronder zo nu en dan vrouwen, om de natie te verzamelen nadat hij vijanden stuurde om hen aan te vallen. Na verloop van tijd daalde de moraal van de natie tot het punt waarin God de Filistijnen toestond om de tempel in Sjilo te veroveren en te plunderen.
De inwoners van Israël vertelden de profeet Shmuel (Samuel) dat zij het punt hadden bereikt waar zij behoefte hadden aan een permanente koning, zoals andere naties die hadden. God wist dat dit niet het beste voor de joden was, maar willigde het verzoek in en liet Shmuel Saul, een groot maar zeer bescheiden mens, benoemen als koning. Toen de mensen Saul overhaalden tegen een order die via Samuel gegeven was in te gaan, beviel God Samuel om David in plaats van Saul te benoemen.
Zodra David gevestigd was, vertelde hij de profeet Nathan dat hij een permanente tempel zou willen bouwen. Als beloning beloofde God David dat hij zijn zoon zou toestaan om de tempel te bouwen en de troon nooit van zijn kinderen zou onttrekken. Davids zoon Shlomo (Salomo) bouwde de eerste permanente tempel volgens de wil van de God, in Jeruzalem.
Na de dood van Shlomo, werd het koninkrijk verdeeld in de twee koninkrijken Israël en Jehuda (Judea) bestaande uit twee stammen. Israël had een verscheidenheid aan koningen, maar na een paar honderd jaar vanwege een zich uitbreidende afgodendienst stond God Assyrië toe om Israël te veroveren en zijn volk te verbannen. Het koninkrijk van Jehuda, waarvan Jeruzalem de hoofdstad was en dat de tempel bevatte, bleef onder het gezag van het huis van David. Echter, afgodendienst steeg tot het punt dat God Babylonië toestond om Jehuda te veroveren, de tempel te vernietigen die 410 jaar in gebruik was geweest en Zijn volk naar Babylonië te verbannen, met de belofte dat zij na zeventig jaar zouden worden bevrijd.
Na zeventig jaar werd het de mensen toegestaan terug te keren naar Israël onder leiding van Ezra, en de tempel werd herbouwd. Deze tweede tempel stond 420 jaar overeind, waarna hij werd vernietigd door de Romeinse generaal en latere keizer Titus. Dit is de staat waarin de berg Moriah moet blijven totdat een nakomeling van David zich voordoet om de glorie van Israël te herstellen (het bestaan van de islamitische Koepel van de Rots doet in deze theoretische visie niet ter zake).
De Tora, die op de berg Sinaï werd gegeven, werd samengevat in de vijf boeken van Moshe en samen met de boeken van en over de profeten en de geschriften de 'Geschreven Tora' genoemd. De details, die de bijbehorende 'Mondelinge Tora' vormden, moesten ongeschreven blijven. Echter, aangezien de vervolging van de joden toenam, ontstond het gevaar dat details vergeten zouden worden. Daarom werden zij alsnog opgetekend in de Misjna, de Talmoed, en andere heilige boeken van het jodendom.
Ten tweede, specificeert de Thora vele wetten die door de afstammelingen van Israël moeten worden gevolgd. Andere godsdiensten werden toentertijd gekenmerkt door tempels waarin de priesters hun goden door offers zouden aanbidden. De Joden hadden ook zo'n tempel, met priesters, en maakten offers, maar dit waren niet de enige middelen om God dienstig te zijn. In vergelijking met andere godsdiensten, verhoogt het jodendom het dagelijkse leven tot het niveau van een tempel en aanbidden joden God door dagelijkse acties.
Ten tijde van de Helleense periode waren de meeste Joden al gaan geloven dat hun God de enige god was (en dus de god van iedereen), en dat de Thora, het verslag van zijn openbaring universele waarheden bevat. Deze ontwikkeling kan samen hebben gegaan met de niet-Joodse interesse in het jodendom (sommige Grieken en Romeinen beschouwden de Joden als een zeer "filosofisch" volk vanwege hun geloof in een abstracte god) en de groeiende Joodse interesse in Griekse filosofie, die als doel had om universele waarheden te vestigen. De Joden begonnen te werken aan de spanning tussen het particularisme van hun stelling dat alleen Joden de Thora uit hoefden te voeren, en het universalisme van hun stelling dat de Thora universele waarheden bevatte.
Het resultaat is een reeks ideeën en praktijken betreffende de identiteit, ethiek, de relatie met de natuur, alsook de relatie met God, die een voorkeur geven aan "verschil" tussen Joden en niet-Joden; ideeën en praktijken betreffende de verschillen in het praktiseren van het jodendom per plaats; een hechte aandacht aan verschillende betekenissen van woorden bij het interpreteren van teksten; pogingen om verschillende standpunten over teksten vast te leggen, samen met een relatieve onverschilligheid over credo en dogma.
Het onderwerp van de Hebreeuwse Bijbel is een beschouwing van de verhouding tussen de Israëlieten en God zoals deze tevoorschijn komt in hun geschiedenis van het begin van de tijd tot de bouw van Tweede Tempel (ongeveer 350 voor de gangbare jaartelling). Deze verhouding wordt over het algemeen als controversieel afgebeeld, aangezien de joden worstelen tussen hun geloof in God en de aantrekkelijkheid van andere goden, en aangezien sommige Joden (in het bijzonder Abraham, Jacob — later gekend als Israël — en Mozes) worstelden met God.
Moderne kritische geleerden zijn van mening dat de Hebreeuwse Bijbel uit een verscheidenheid van inconsistente teksten bestaat die samengebundeld werden op een manier die om aandacht vraagt voor de uiteenlopende beschouwingen. Voorbeelden zijn verschillen in namen van God, in politieke voorkeuren en de botsende verklaringen van hetzelfde fenomeen zoals scheppingsverhalen van Genesis 1 en 2. Deze documentaire hypothese stipuleert in dit kader vijf bronnen voor de Tenach, alsook een zesde, de redacteur. Bronnen kunnen in dit geval ook groepen schrijvers zijn. Hoewel het werk aan de hypothese al in de 19e eeuw begon, is dit onderzoeksgebied nog in ontwikkeling.
Sommige Joden uit de 8e en 9e eeuw waren het eens met de Sadduceeërs wat betreft de verwerping van de mondelinge wetten die in Misjna en de twee talmoeds werden geregistreerd, van de Farizeeërs en de rabbijnen sinds de verwoesting van de tempel. Tot deze groep separatisten behoorden de Isunianen, Judganieten, Malikieten en anderen. Deze Joden volgden aanvankelijk op een vrij letterlijke wijzen de wetten van de Tenach. Spoedig echter ontwikkelden zij hun eigen mondelinge tradities, die van de rabbijnse tradities verschilden, en vormden uiteindelijk het Karaïtische jodendom. Karaïeten zijn er vandaag nog in kleine aantallen. De meesten leven tegenwoordig in Israël.
Met de tijd ontwikkelden de Joden zich tot verschillende etnische groepen — onder andere de Asjkenazische Joden uit Midden- en Oost-Europa en Rusland; de Sefardische Joden uit Spanje, Portugal en Noord-Afrika en de Jemenieten, in het zuidelijke uiteinde van het Arabische schiereiland. De afsplitsingen zijn vooral cultureel-geografisch van aard en zijn niet gebaseerd op een aanzienlijk doctrinair geschil, hoewel de afstand tussen de etnische groepen wel resulteerde in kleine verschillen in de praktijk en gebeden.
Het Chassidisch jodendom werd opgericht door Israël ben Eliezer (1700-1760), ook bekend als Ba'al Shem Tov (of Ba'ashat). Zijn discipelen trokken vele aanhangers aan. Zij zelf vestigden talrijke Chassidische sekten in heel Europa. Het Chassidisch jodendom werd uiteindelijk de manier van leven voor vele joden in Europa. De Joodse immigratiegolf in de jaren 1880 bracht deze richting binnen het jodendom ook naar de Verenigde Staten.
Vroeger was er een ernstig schisma tussen de Chassidische en niet-Chassidische joden. De Europese Joden die de Chassidische beweging verwierpen, werden door Chassidische joden bestempeld als misnagdim (letterlijk "tegenstanders"). Enkele redenen voor de verwerping van het Chassidische jodendom waren de overweldigende proportie van de Chassidische verering en de vele sektes binnen de groepering. Desalniettemenin zijn alle sektes van het Chassidische jodendom ondergebracht in de (buiten de VS) dominante stroming, het orthodox jodendom, waarin ze samen met de 'tegenstanders' het chareidisch jodendom vormen.
In de late 18e eeuw werd Europa overspoeld door een groep intellectuele, sociale en politieke bewegingen in het kader van de Verlichting. De Verlichting leidde tot vermindering van de Europese wetten die Joden belemmerden te emanciperen, met de bredere seculiere wereld in contact te staan. Aan Joden werd toegang tot seculaire onderwijs en instellingen verleend. Een parallelle Joodse beweging, haskala of de "Joodse Verlichting" ontstond als reactie op zowel de Verlichting als de nieuwe vrijheden. De haskala legde een nadruk op integratie met de seculiere maatschappij. De strijd tussen verdedigers van haskala en traditionelere joodse concepten leidde uiteindelijk tot de vorming van verschillende takken in het jodendom: verschillende takken van liberaal jodendom, vele vormen van orthodox jodendom en conservatief jodendom en een aantal kleinere groepen.
Het verlies van 6 miljoen levens in de holocaust had een radicale demografische verschuiving en beïnvloedde uiteindelijk de organisatie van het georganiseerde jodendom zoals het tegenwoordig bestaat. Desondanks had de holocaust weinig blijvende invloed op de inhoud van de joodse religie.
De godsdienstige en seculaire Joodse bewegingen in de V.S. en Canada vinden veelal dat er sprake is van een crisissituatie en hebben ernstige zorg over de toenemende percentages van gemengde huwelijken en assimilatie in de Joodse gemeenschap. Aangezien de Amerikaanse Joden later in hun leven trouwen dan vroeger gebruikelijk was en gemiddeld minder kinderen hebben dan vroeger, is het geboortecijfer voor Amerikaanse Joden van meer dan 2,0 gedaald tot 1,7. Als gevolg van gemengde huwelijken en lage geboortecijfers, kromp de Joodse bevolking in de V.S. van 5,5 miljoen in 1990 tot 5,1 miljoen in 2001. Dit is indicatief voor de algemene bevolkingstendensen onder de Joodse gemeenschap in diaspora, maar een nadruk op bevolking maskeert de diversiteit van de huidige joodse godsdienstige praktijk, evenals de groeitendensen onder sommige gemeenschappen, zoals Haredi-joden. Hierdoor groeit het percentage orthodoxe joden, terwijl het aantal joden als geheel afneemt. In de orthodox-joodse gemeenschap is tevens over het algemeen geen sprake van gemengde huwelijken en assimilatie, gezien de religieuze omgeving waarin kinderen al van jongs af aan opgroeien. In New York, maar ook in Antwerpen, wonen talloze joden die daar geboren zijn maar geen Engels, respectievelijk Nederlands spreken; vanzelfsprekend is de kans dat zij met een niet-joodse partner trouwen niet erg groot.
In de laatste 50 jaar is er een algemene verhoging van interesse in godsdienst onder vele segmenten van de joodse bevolking geweest. Alle belangrijke joodse groepering hebben een heropleving in populariteit ervaren, met stijgende aantallen jongere joden die aan joods onderwijs deelnemen en toetreden tot synagogen. Hoewel deze groei niet het algehele demografische verlies heeft gecompenseerd, groeien vele joodse gemeenschappen en bewegingen, waarbij het hoogtepunt in de V.S. jaren 70 lag. De charedische bewegingen in Israël en met name de sefardische charediem kenden een bloeiperiode in de jaren 80 en 90 van 19e eeuw.
Hoewel te vroeg voor geschiedschrijving, lijkt de euforie van de verschillende religieuze bewegingen in de 20e eeuw gekalmd. Om de langzame neerwaartse daling te compenseren, is de openheid voor bekeringen - met name onder niet-Joden met een joodse achtergrond - iets groter dan voorheen. In Nederland is dit echter niet het geval en is de mogelijkheid zich tot het Jodendom te bekeren uiterst beperkt.
In Israël is een nieuw Sanhedrin opgericht die het wellicht mogelijk zou kunnen maken voor orthodoxe joden wat aanzienlijkere aanpassingen in regelgeving te maken door een bredere consensus. Dit Sanhedrin wordt door de ultra-orthodoxe (haredische) gemeenschap echter niet erkend en heeft dus weinig kans van slagen; enkel modern-orthodoxe zionistische joden erkennen het.
Ondanks dat er Joodse groepen zijn ontstaan die zich alleen op de geschreven tekst van de Thora baseerden (met name de Sadduceeërs, Beta Israël en de Karaïeten), volgden de meeste joden wat zij de mondelinge wet noemen. Het Rabbijnse jodendom heeft altijd gesteld dat de boeken van de Tenach (de geschreven wet) parallel aan een mondelinge wet werden overgebracht. Zij baseren zich hierin op de tekst van de Thora, waarin vele woorden ongedefinieerd blijven en vele procedures zonder verklaring of instructies worden vermeld; dit, stellen zij, betekent dat de lezer verondersteld wordt met andere details vertrouwd te zijn, en daaronder vallen de mondelinge bronnen.
Deze parallelle reeks van materiaal werd oorspronkelijk mondeling overgebracht, en werd gekend als de mondelinge wet. Tegen de tijd van rabbijn Juda Hanasi (200 na de gangbare jaartelling), werd veel van dit materiaal uitgegeven in de Misjna. In de loop van de volgende vier eeuwen onderging deze wet bespreking en debat in zowel de belangrijkste Joodse gemeenschappen ter wereld (in het Land van Israël en Babylon), waarop de commentaren op de Misjna werden uitgebracht, van iedere gemeenschappen apart, in compilaties samengebundeld werden en bekend geworden zijn als de talmoeds van Babylonië en het Land van Israël. Deze zijn sindsdien becommentarieerd door vele Thora-geleerden.
De Halacha, de rabbijnse levensvoorschriften, is gebaseerd op een gecombineerde lezing van de Thora en de mondelinge traditie - Misjna, Midrasj, Talmoed en commentaren. Doordat de Halacha een precedent-gebaseerd systeem is, heeft het zich langzaam ontwikkeld. De literatuur van vragen aan rabbijnen en hun overwogen antwoorden, worden opgenomen in de responsa-literatuur (in het Hebreeuws: Sjeëlot Oetesjoewot - 'vragen en antwoorden'). Aangezien praktijken zich blijven ontwikkelen, worden codes van de joodse wet geschreven die op responsa gebaseerd zijn; de voornaamste code daarvan, de Sjoelchan Aroech, bepaalt grotendeels de joodse religieuze praktijk tot vandaag de dag.
Ook de Joods-Romeinse historicus Flavius Josephus benadrukt vooral praktijken en tradities, en niet de geloofsleer, in zijn beschrijving van de kenmerken van een apostaat (een afvallige Jood) en de eisen ten aanzien van het Joods worden (de besnijdenis en het houden aan traditionele regels). Desalniettemin werden in het orthodoxe jodendom sommige beginselen, bijvoorbeeld de Goddelijke oorsprong van de Thora, wel zo belangrijk geacht, dat openlijke verwerping van die beginselen een reden kon zijn om die persoon tot 'afvallige' (apikoros) te bestempelen.
Judaïsme | يهودية | Юдаизъм | ইহুদীধর্ম | Judaisme | Židovství | Iddewiaeth | Jødedom | Judentum | Judaism | Judismo | Judaísmo | Judaism | Judaismo | یهودیت | Juutalaisuus | Judaïsme | Ebraisim | Giúdachas | Xudaísmo | יהדות | यहूदी धर्म | Izraelita vallás | Judaismo | Agama Yahudi | Gyðingdómur | Religione ebraica | ユダヤ教 | იუდაიზმი | 유대교 | Cihûtî | Yedhoweth | Religio Iudaica | Jäödom | Boyúda | Judaizmas | Jūdaisms | Yahudi | Jødedommen | Jødedom | Judaizm | Judaísmo | Iudaism | Иудаизм | Judaism | Judovstvo | Јудаизам | Judendom | ยูได | Hudaismo | Musevilik | Yähüd dine | يةهذدعي دعنع | ייִדישקײט | 犹太教 | Iû-thài-kàu
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Jodendom".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world