Jassen is een in België veel gespeeld kaartspel voor 4 personen. Het kan echter ook met slechts 3 personen gespeeld worden maar dit is niet gebruikelijk. Van de naam jassen zijn ook de namen klaverjassen en schutjassen afgeleid hoewel deze niets met dit spel te maken hebben. Iemand die jast is in het algemeen een jasser genoemd.
Iedere speler krijgt 13 kaarten (indien men slechts met 3 speelt worden alle harten uit het spel verwijderd). Er wordt als volgt gedeeld: 2-4-3-3-1 (om historische redenen). De deler komt als eerste een kaart uit. Hij legt deze zichtbaar op tafel. Vervolgens spelen alle andere spelers 1 per 1 tegen de richting van de klok in een kaart met de beeldzijde naar beneden, en dus niet zichtbaar voor de andere spelers. Wanneer alle spelers gespeeld hebben worden de kaarten omgedraaid. De speler met de 2de hoogste kaart wint de slag. De speler met de laagste kaart is gejast en moet als volgende uitkomen. Wanneer 2 spelers een even hoge kaart hebben wordt de volgorde schoppen-klaveren-ruiten-harten gehandhaafd. vb. indien 2 spelers een boer gooien (harten boer en ruitenboer) wint de ruitenboer omdat deze kleur eerder in de rij staat. Op het einde van de ronde wint degene met de meeste slagen en moet deze als volgende delen. Proficiat!
Kleurenjassen heeft praktisch gezien één grote verandering: Indien men kan volgen (dezelfde soort kaarten als de eerste spelen), is men verplicht het te doen. De eerst uitgekomen kleur is dus troef. Wanneer 2 spelers niet kunnen volgen dan wordt als volgt geteld: eerst wordt gekeken naar de hoogte van de kaarten, vervolgens naar de kleur en hierbij wordt opnieuw de volgorde schoppen-klaveren-ruiten-harten gehandhaafd. Omwille van de veel grotere diversiteit van het spel en de vele extra mogelijkheden is kleurenjassen veel meer gespeeld dan klassiek jassen.
Puntjassen en kleurpuntjassen zijn minder gespeelde varianten van jassen. Het enige verschil met klassiek jassen is dat op het einde van elke ronde niet het aantal slagen maar het aantal punten geteld. Hierbij wordt als volgt geteld:
Natuurlijk wint de speler met het hoogst aantal punten.
Soms worden ook strafpunten toegekend, wanneer iemand abusievelijk uitkomt. Dit kan vooral handig zijn om beginnende spelers het leven (of toch: spel) zuur te maken.
Omwille van de vrij unieke regel dat de speler met de tweede hoogste kaart de slag wint, heeft het spel een zekere complexiteit. De speler die uitkomt moet immers rekening houden met het feit dat indien hij of zij een lage kaart speelt, hij door de andere spelers tegengewerkt kan worden, namelijk wanneer zij allemaal hoger gaan. In dat geval is diegene die uitkomt gejast en blijft hij dus in een netelige positie zitten. Indien hij echter een te hoge kaart uitkomt, spelen de andere spelers er onder zodat hij geen slag binnenhaalt. De jas wordt dan echter doorgegeven naar een andere, minder fortuinlijke speler. Meestal wordt er dus met een 'middelmatige' kaart uitgekomen (6-10). De meest gebruikte tactiek is dan om net boven of onder de gespeelde kaart af te leggen, in de hoop dat de andere twee spelers in je voordeel afleggen. Een 2 en een 1 (de aas dus) kunnen slechts in zeldzame gevallen een slag winnen (aangezien ze zulke extreme waarden zijn). Hiervoor zijn andere spelers die de kleur niet kunnen volgen noodzakelijk.
De factor geluk speelt zeker een grote rol in dit spel, maar net als bij bijvoorbeeld poker is echter ook heel belangrijk om spelinzicht (d.w.z. de tactiek van andere spelers goed kunnen inschatten) te hebben.
Een andere strategie (die echter veel risicovoller is) is het zogenaamd witjassen of blankjassen. Een speler die deze strategie gebruikt, probeert zoveel mogelijk aan slag te geraken en alzo snel al zijn te lage en te hoge kwijt te geraken. Indien deze slagen goed verspreid geraken over de andere spelers, kan de speler met de overgebleven (goede jas-)kaarten gemakkelijk slagen halen. Deze tactiek is echter zeer risicovol indien meerdere spelers hem gebruiken.
Normaal gesproken mag je van goede jaskaarten spreken bij kaarten tussen de 8 en de boer. 8 is wel een slechte kaart omdat deze slechts 1 punt oplevert bij puntjassen.
Wanneer je de laagste kaart hebt en dus moet uitkomen ben je gejast. Deze term is na vele jaren echter verspreid geraakt en wordt nu algemeen veel gebruikt buiten jassen. Hij wordt gebruikt wanneer iemand pech heeft of iets doms gedaan heeft. Bijvoorbeeld: "hij is zijn taak wiskunde thuis vergeten, hij is nu wel echt gejast.