article

Insecten (Insecta) zijn een klasse van de geleedpotigen (Arthropoda). Met 925.000 beschreven soorten is het met afstand de grootste groep van dieren. Alle andere soorten dieren bij elkaar zijn nog niet zo soortenrijk als de insecten; ongeveer 70% van de ruim 1 miljoen beschreven diersoorten behoort tot de insecten. Geschat wordt dat er vele honderdduizenden tot enkele miljoenen soorten nog niet zijn ontdekt.

Insecten leven op het land en in zoet water, slechts enkele soorten leven in zee, maar hier nemen de kreeftachtigen de plaats van de insecten vrijwel volledig in. Sommige insecten spelen een directe rol in het leven van de mens, zoals bij het overbrengen van ziektes, het verzamelen van honing, of door het opeten van de oogst, maar ook door het bestuiven van voedselgewassen. De wetenschap die zich met de bestudering van insecten bezighoudt is de entomologie.

Algemene kenmerken


Morphidae7.jpg Insecten varieren in lengte van kleiner dan een millimeter tot bijna 20 centimter zoals enkele soorten wandelende takken. Alle insecten hebben een exoskelet gemaakt van chitine en hebben een in drieën verdeeld lichaam; de kop, de thorax of borststuk en het abdomen of achterlijf. Aan de kop ziten altijd twee gelede antennes die vaak reukzintuigen bevatten om feromonen waar te nemen voor het zoeken naar voedsel of de voortplanting. Insecten hebben samengestelde ogen (facetogen) aan de zijkant van de kop. Soms zijn er daarnaast drie enkelvoudige ogen (ocelli) op het voorhoofd aanwezig. De kaken bestaan uit mandibulae en maxillae met mandibulaire en maxillaire palpen of kaaktasters. Vaak zijn insecten in staat vorm en kleur te onderscheiden. Sommige soorten hebben een uitstekend gehoor, bijvoorbeeld krekels en sprinkhanen waarbij de gehoorsorganen in de poten zitten.

Het borststuk verzorgt de voortbeweging en draagt de poten en eventuele vleugels. Het bestaat altijd uit drie segmenten, aan ieder segment zit één paar poten waardoor insecten altijd zes poten hebben. Aan elke poot zit een gelede voet (tarsus); het laatste (tweede tot vijfde) voetsegment is vaak een dubbel klauwtje met soms een hechtvlakje. Insecten hebben altijd nul, twee of vier vleugels; ongevleugelde insecten zijn bijvoorbeeld vlooien, maar de meeste insecten hebben vleugels. Twee vleugels komen voor bij de vliegen en muggen oftewel Diptera, die hierdoor ook wel tweevleugeligen worden genoemd. Bij de Diptera zit het vleugelpaar aan het tweede borststuksegment, geteld vanaf de kop. Vier vleugels komen voor vrijwel alle andere gevleugelde insectenorden: de vliesvleugeligen (bijen, hommels, wespen en mieren), de vlinders, de libellen, de wantsen en de kevers. Bij de laatste twee groepen zijn de voorvleugels verhard en dienen als schild. Insecten met vier vleugels hebben aan het tweede en derde borststuksegment elk een vleugelpaar. Het achterlijf is bij de meeste insecten verhoudingsgewijs het grootst en bevat de uitscheidings- en geslachtsorganen.

Elk insect heeft de volgende inwendige organen: hersenen, bijoog, darmkanaal, uitscheidingsorganen (buizen van Malphigi), eierstok, buisvormig hart, buikzenuw (streng). Het bloed van insecten is kleurloos. Insecten hebben geen aders, maar wel een hart. De ademhaling geschiedt door middel van een tracheeënstelsel, een stelsel van fijnvertakte luchtbuisjes die in de zijkant van het lichaam uitkomen. Slechts enkele soorten zoals dansmuggen kennen zuurstofopname door het bloed door gebruik te maken van hemoglobine, en alleen de larven.

De voortplanting van insecten gebeurt meestal door bevruchte, zich buiten het moederlichaam ontwikkelende eitjes. Insecten maken een volledige of onvolledige gedaanteverwisseling door bij ontwikkeling van respectievelijk larve of nimf naar imago (volwassen insect).

Evolutie


Hoe de insecten precies zijn ontstaan is niet geheel duidelijk, zelfs de groep waaruit ze ontstaan zijn is niet precies bekend. We weten dat de oudste insecten ongeveer 350 miljoen jaar geleden leefden uit fragmenten uit het Devoon. Omdat deze soorten echter al zeer gespecialiseerde dieren waren zijn de insecten waarschijnlijk nog ouder. Veel insecten worden gevonden in barnsteen, versteend hars van naaldbomen waarin een exemplaar goed geconserveerd blijft.

Een nog groter raadsel is wanneer de insecten konden vliegen. Alle gevonden fossiele vliegende insecten waren waarschijnlijk al behendige vliegers, en er zijn nog geen vondsten gedaan van tussenvormen van lichaamsdelen en vleugels.

Rol van insecten


Hainich fg04.jpg Insecten zijn er in alle vormen en maten, rond of langwerpig, kruipend of vliegend, en van goed gecamoufleerd tot felgekleurd. Er zijn ongeveer 5000 libellen, 20.000 sprinkhanen, 170.000 vlinders, 82.000 wantsen, 120.000 vliegen en 110.000 bijen en wespen. De kevers zijn de grootste groep met 350.000 soorten. Met name van de vliegen, de vliesvleugeligen en de vlinders zouden de werkelijke soortenaantallen nog wel eens enorm veel hoger kunnen liggen.

Sommige insecten leven grotendeels onder water en kunnen goed zwemmen of over het water lopen. Insecten komen overal ter wereld voor, behalve op open zee, en bewonen alle mogelijke niches in de natuur. De meeste soorten insecten leven van planten, maar een groot aantal leeft van andere dieren, vaak andere insecten. De combinatie van hun enorme soortenaantal en grote vormenrijkdom zorgen ervoor dat de insecten een belangrijke schakel zijn in ieder ecosysteem, op mariene ecosystemen na.

De (volgens recente inzichten polyfyletische) zoogdierenorde Insectivora of insecteneters waartoe de spitsmuizen en vleermuizen behoren zou bijvoorbeeld niet bestaan zonder insecten. Ook andere groepen dieren zoals reptielen, amfibieën en insectenetende vogels zijn afhankelijk van insecten. Ook zijn veel soorten planten van insecten afhankelijk voor de bestuiving, niet alleen bijen maar ook sommige kevers en vliegen. Ook mensen hebben gemak van insecten. Dankzij insecten zijn producten als honing, zijde en bijenwas beschikbaar en ook spelen insecten een rol in de bestuiving in kassen en in de natuur. Zelfs voor de bestrijding van insecten worden andere soorten gebruikt, zoals sluipwespen die rupsen doden en een aantal lieveheersbeestjes die bekend staan om hun dieet van bladluizen. Vernis werd in vroeger tijden verkregen dankzij schellak, een stof gewonnen uit een soort luis. Ook de Spaanse vlieg geniet enige bekendheid als potentieverhogend genotsmiddel, al is het geen vlieg maar een kever. In veel landen zijn insecten zelfs een delicatesse, zo worden veel soorten rupsen en sprinkhanen gewaardeerd om de hoge proteïnewaarde en de notenachtige smaak.

Sommige insecten zijn echter schadelijk omdat ze pijnlijk kunnen bijten of steken (goudoogdaas, wesp) of ziekten overbrengen (malariamug, tseetseevlieg). De meeste schade ondervindt men echter van plantenetende insecten als luizen, rupsen, thripsen en andere zuigende en knagende insecten die hele oogsten kunnen ruïneren. Vaak zijn de larven of nimfen van insecten veel schadelijker omdat ze snel moeten groeien en daardoor zeer vraatzuchtig zijn, bovendien vinden ze in gecultiveerde tuinbouw hun ideale leefomgeving. Boktorren zijn een familie van kevers en meestal onschuldige insecten die leven van kleine hoeveelheden nectar of stuifmeel, ze zijn voornamelijk bezig met de voortplanting. De larven echter kunnen grote schade aanbrengen aan dode of levende bomen maar ook aan allerlei houten objecten als kunstwerken en met name steunbalken in gebouwen. Er zijn bepaalde insecten die soms een onvoorstelbare schade aan kunnen richten door te zwermen, een voorbeeld is de woestijnsprinkhaan. De uitbraak van het chikungunyavirus in begin 2006 op onder andere Madagaskar en het Franse eiland Réunion was te danken aan muggen. Hierbij raakten meer dat 150.000 mensen besmet met de pijnlijke infectie en stierven er 77 mensen.

Gedrag


Insecten hebben een vrijwel geheel aangeboren gedragspatroon, gericht op efficiente groei en snelle voortplanting. Ze beconcurreren elkaar om voedsel en om een partner. Sommige kevers hebben hiertoe gewei-achtige 'hoorns' op de kop, zoals het vliegend hert en de herculeskever en proberen elkaar om te duwen. Sommige insecten vertonen broedzorg door een tijdje op het kroost te letten en te beschermen tegen vijanden. Alleen bij de sociale insecten is er sprake van samenwerking, waarbij een kolonie zich als één groot organisme gedraagt. De wereld van sociale insecten bestaat uit feromonen, geurstoffen die een zeer grote efficiëntie hebben. Een zeer kleine hoeveelheid wordt al opgemerkt en vaak blijft de geur gedurende lange tijd intact.

Sociale insecten komen in slechts twee orden voor: termieten, en de vliesvleugeligen zoals mieren, hommels en bijen. Allemaal hebben ze een koningin die soms vele jaren oud wordt. Feromonen worden gebruikt om voedsel op te sporen of om elkaar signalen te geven. Een vertrapte mier wekt bijvoorbeeld de woede op van andere mieren in de buurt die agressief om zich heen zullen bijten. Sommige insecten gebruiken feromonen om andere insecten te misleiden. Er zijn enkele soorten vlinderlarven die feromonen afscheiden waardoor ze in plaats van te worden opgegeten juist worden vertroeteld en beschermd door mieren, en roofinsecten die hun prooi lokken met feromonen van de prooisoort.

Feromonen spelen niet alleen een rol bij de sociale insecten, bladsprietkevers bijvoorbeeld zijn een familie van kevers die de naam danken aan de uiteinden van de tasters, deze zijn waaiervormig om meer geurdeeltjes op te vangen. Ook nachtvlinders, die niets kunnen zien in het donker hebben vaak veer-vormige tasters, waarmee ze een enkel vrouwtje op een kilometer afstand kunnen ruiken. Niet altijd zijn feromonen de oorzaak van gedragsverandering; de lange tijd aan feromonen toegeschreven kleuromslag van zwermende sprinkhanen blijkt te worden veroorzaakt doordat de dieren elkaar met de achterpoten aanraken. Zwerminsecten zoals sprinkhanen of cicaden zijn overigens geen sociale insecten ondanks hun massale voorkomen.

Verdediging


06 Chysalides de Anthocharis Cardamines Mâles.jpg, een vlinder.]] Er zijn maar weinig insecten die kiezen voor de aanval, de meeste soorten hebben een zeer goede camouflage. Sommige soorten zijn echte meesters in vermomming en lijken sprekend op een takje, een doorn of een blad. Bekende voorbeelden zijn de wandelende tak en het wandelend blad. Sommige motten zijn nagenoeg onzichtbaar als ze op een boombast zitten.

De bekendste stekende insecten zijn bijen, wespen en hommels die specifieke delen hebben om te steken; de angel. Omdat deze is ontstaan uit de legbuis hebben alleen vrouwelijke exemplaren een angel, maar meestal zijn alle werksters vrouwtjes. Mieren kunnen bijten en spuiten soms tegelijkertijd mierenzuur wat de pijn verergert. Sommige mieren hebben ook gifangels. Bijten doen maar weinig insecten, alleen grotere insecten hebben soms vervaarlijke kaken waarmee ze kunnen bijten. Voorbeelden zijn kevers als de geelgerande waterkever en de zwemwants. Andere bijtende insecten zoals muggen en dazen doen dit alleen om aan bloed te komen, niet ter verdediging. Een chemische afscheiding is de bekendste vorm van actieve verdediging, en komt onder andere voor bij plantenetende insecten. Oliekevers produceren een blaartrekkende stof die ze soms ook gericht weg kunnen schieten.

Veel insecten hebben schrikkleuren zoals rood, blauw of geel. De rupsen van de Sint-Jakobsvlinder zijn zwartgeel bestreept om aan te geven dat ze walgelijk smaken. Ook hebben vlinders vaak oog-achtige vlekken die pas tevoorschijn komen als de vlinder wegvliegt. Hierdoor kan de predator wel eens de indruk krijgen dat hijzelf wordt opgegeten door een veel groter dier. Ook sprinkhanen en kevers hebben felgekleurde vleugels die pas tevoorschijn komen bij het vliegen. Lieveheersbeestjes hebben bont gekleurde dekschilden.

Overzicht van de insectenorden


Onder de klasse der insecten vallen de volgende onderklassen en orden:

(Veel taxonomen plaatsen bovenstaande groepen primitievere zespotigen buiten de klasse van de insecten en beschouwen alleen de hierna volgende orden als 'echte' insecten)

Zie ook


Externe links


  • http://www.nev.nl/ – Nederlandse Entomologische Vereniging
  • http://www.insectenweb.nl/ - Informatie over insectenplagen
  • http://www.arthropod.net/ – Algemene informatie
  • http://www.insectidentification.net – Identificatie van insecten
  • http://www.sel.barc.usda.gov/selhome/selhome.htm – Systematic Entomology Laboratory
  • http://www.kidnet.utwente.nl/kidnet/portal/insecten.htm – Insecten op Kidnet
  • Insecten van Europa: Beschrijvingen en foto's van 1000 Europese insecten, met sleutel en quiz.

Aanbevolen literatuur


  • Gullan PJ, Cranston PS. The Insects, an outline of entomology. 470 pp. Oxford, Blackwell science, 2nd ed (2000) ISBN 0-632-05343-7 (Een uitstekend boek dat vooral op de anatomie en fysiologie van insecten ingaat.)
  • Borror DJ, Triplehorn CA, Johnson NF. An introduction to the study of insects. 875 pp. London, Thomson Learning, 6th ed. 1989 ISBN 0-030-25397-7 (Een uitstekend boek dat veel aandacht besteedt aan classificatie - echter alleen van Noord-Amerikaanse soorten)
  • Michael Chinery: Nieuwe insektengids. 320 pp. 4e druk. Baarn: Tirion. ISBN 9-052-10101-9 (Veldgids waarmee veel insecten in het Nederlandse taalgebied kunnen worden nagezocht.)

Geleedpotige | Insect

Inseuto | حشرات | Inseutu | Насекоми | Insekti | Insectes | Hmyz | Pryf | Insekt | Insekten | Insect | Insekto | Insecta | Putukad | Hyönteiset | Insecta | Ynsekten | Feithid | Insecto | חרקים | Kukci | Insekta | Insekto | Skordýr | Insecta | 昆虫類 | 곤충 | Insekten | Insekte | Vabzdžiai | Serangga | Insekter | Insecta | Owady | Inseto | Insectă | Насекомые | Insekt | Insect | Žuželke | Инсекти | Serangga | Insekter | Mdudu | แมลง | Böcek | Комахи | Sâu bọ | 昆虫

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Insecten".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld