De honingbij (Apis mellifera) is een wereldwijd verspreid insect.
De honingbij wordt door mensen ingezet voor de productie van honing en voor de bevruchting van gewassen (vooral fruit). Hiertoe worden de bijenvolken gehouden en onderhouden door imkers.
Een bijenvolk is een sterke sociale eenheid, het individu binnen die gemeenschap telt niet. Er zijn binnen een volk drie typen bijen: een koningin, werksters en darren. De koningin is een vrouwelijke bij, die voor het nageslacht zorgt. De werksters zijn onvruchtbare vrouwelijke bijen, die al het andere werk doen. De darren zijn de mannelijke bijen, zij bevruchten de koningin en zijn daarna niet meer nodig.
De darren halen zelf geen voedsel, maar worden gevoerd door de werksters. In de nazomer, wanneer er minder honing gehaald wordt en de darren niet meer nodig zijn, jagen de werksters hen de kast uit. Als zij niet goedschiks willen gaan, dan maar kwaadschiks: de werksters steken de darren dood en gooien ze buiten de woning, dit wordt ook de darrenslacht genoemd.
Als er eenmaal darren zijn, gaan de werksters langs de randen van de raten een aantal grote cellen maken: daar legt de koningin een normaal bevrucht eitje in. Als na drie dagen het larfje uit het eitje kruipt, krijgt dit larfje bijzonder voedsel: de zogenaamde koninginnengelei. Dit eiwitrijke voedsel maken de werksters met behulp van nectar, stuifmeel en een bijzondere klier in hun kop. Deze larven groeien heel snel en verpoppen na zes dagen. Dertien dagen nadat de larve uit het ei is gekomen, wordt de nieuwe koningin geboren. Net voor haar geboorte waarschuwt de nieuwe koningin, door middel van bepaalde piepgeluiden, het zogenoemde tuten en kwaken, dat zij in aantocht is. De oude koningin vliegt met ongeveer de helft van het volk uit nadat de eerste koninginnecellen gesloten worden, dwz tussen 7 en 1 dag voor de geboorte van de jonge koninginnen, en zoekt een nieuwe woning. Dit noemen we het zwermen van de bijen, zo’n eerste bijenzwerm telt meestal 10.000 à 20.000 bijen. De bijen hebben zich voor het verlaten van de woning helemaal volgezogen met honing en kunnen niet gemakkelijk steken. In het gehalveerde volk komen nu binnen enkele dagen nog verschillende koninginnen uit en telkens verlaat de oudste, met de helft van het resterende volk, de kast om een nieuwe woning te zoeken. Op deze manier splitst het volk zich op in 3 tot 6 volken. De volken beginnen in hun nieuwe woning direct met het bouwen van raten, de nieuwe koninginnen maken na ongeveer 3 tot 15 dagen hun bruidsvlucht. In de namiddag vliegen zij uit en begeven zich naar een plaats waar de darren zich verzameld hebben. De darren achtervolgen haar en alleen de snelsten kunnen met de koningin paren, dit gebeurt tijdens de vlucht. Na de paring sterft de dar. De koningin paart met 10 tot 20 darren en heeft dan voldoende sperma voor haar leven dat maximaal 5 jaar duurt. Als de bevruchte koningin terugkeert, blijft zij verder in de woning en ongeveer twee tot drie dagen later begint zij met het leggen van de eitjes. De koningin kan in het hoogseizoen tot 2000 eitjes per dag leggen, wat ongeveer het dubbele van haar eigen gewicht is, zodat het volk snel uitgroeit tot een gemeenschap van 40.000 tot 70.000 werksters. (zie ook: moerteelt.)
Bijen produceren honing en was, dat is echter niet hun belangrijkste taak. De bijen bestuiven de bloemen van alle planten die zij bezoeken. Daarom zien we vaak bij fruittelers bijenkasten. Doordat de bloemen bestoven worden, zullen er meer en betere vruchten aan de bomen groeien. Het bijzondere van de honingbij is dat zij plantvast is. Dat wil zeggen een bij vliegt altijd maar op één soort plant, pas als de bloemen van die plant geen honing meer geven zoekt zij een andere plant. Op deze wijze ontstaat altijd een bestuiving met het stuifmeel van dezelfde soort plant.
De varroamijt, een bijenparasiet, zuigt bloed bij de volwassen bijen en legt haar eitjes in de cellen bij het broed. De larve van de mijt leeft ten koste van de bijenlarve: de bij komt vaak mismaakt, met veel te kleine of zelfs zonder vleugels ter wereld. Deze plaag, die werd veroorzaakt door een uit de hand gelopen wetenschappelijk onderzoek, breidde zich vanuit het voormalig Oostblok, in enkele jaren over heel Europa uit.
Deze werkster vliegt op de liguster, zelfs tijdens de vlucht blijft het stuifmeel tussen de haren zitten. De achterpoten, met de stuifmeelkorfjes, laat de bij, tijdenss het vliegen, losjes omlaag hangen.
Als het suikergehalte van de honing hoog genoeg is (>85 %), zal de honing niet meer bederven en worden de cellen door de werksters afgesloten met een wasdekseltje. Zo is de honing bijna onbeperkt houdbaar en beschikbaar op momenten dat de bijen hem nodig hebben. De smaak en de geur van honing worden bepaald door de aromatische stoffen in de planten. Er zijn verschillende soorten, zoals heidehoning, lindehoning, koolzaadhoning, enzovoort.
insect | Europese exoot in Noord-Amerika | Europese exoot in Australië | Bijenhouderij
Gwenynen mêl | Honningbi | Europäische Honigbiene | abeja | Honeybee | Mielabelo | زنبور عسل | Abeille à miel | דבורת הדבש | ミツバチ | Bitė | Honningbie | Abelha de mèl | Pszczoła miodna | Bi | 蜜蜂
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Honingbij".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world