Helium is een scheikundig element met symbool He en atoomnummer 2. Het is een kleurloos, inert edelgas.
In het jaar 1907 toonden Ernest Rutherford en Thomas Royds aan dat alfadeeltjes niets anders waren dan heliumkernen. In 1908 lukte het de Nederlandse natuurkundige Heike Kamerlingh Onnes als eerste om helium vloeibaar te maken door het gas tot 0,9 K af te koelen. Hij werd hiervoor met een Nobelprijs onderscheiden. Zijn leerling Willem Hendrik Keesom, die hem inmiddels als directeur van het laboratorium was opgevolgd, lukte het in 1926 als eerste helium onder hoge druk in vaste vorm om te zetten.
Helium is genoemd naar de zon (Grieks helios), omdat het element daar het eerst ontdekt werd.
Bij inademen van zuiver helium ontstaat de heliumstem, doordat de snelheid van het geluid in heliumgas veel groter is dan in lucht.
Een mengsel van helium en zuurstof wordt vaak gebruikt bij diepzeeduiken, omdat helium inert is, minder goed in bloed oplost dan stikstof en 2,5 keer sneller diffundeert dan stikstof. Deze snelle diffusie vermindert de decompressietijd, ook is er niet zoals bij stikstof het gevaar voor narcose en treden er in gewrichten minder bellen op.
Omdat helium het laagste smelt- en kookpunt heeft van alle elementen is het een zeer geschikt koelmiddel voor veel toepassingen die extreem lage temperaturen behoeven, zoals supergeleidende magneten en cryogene research. Helium wordt ook gebruikt als inert draaggas in de gaschromatografie.
Vloeibaar helium wordt steeds meer gebruikt bij MRI-scans (Magnetic Resonance Imaging) in de medische sector. Andere toepassingen zijn: aandrijfvloeistof (onder hoge druk) in raketten, als inert afdekgas bij booglassen, als inert gas waarin silicium en germanium kristallen kunnen aangroeien, als koelmiddel voor kernreactoren en als gas voor supersonische windtunnels. Daar helium echter niet met de cascademethode vloeibaar kan gemaakt worden, is het (bijv. in vergelijking met vloeibare stikstof) een erg duur gas.
De vorming van helium uit waterstof, een kernfusiereactie waarbij zeer veel energie vrijkomt, vormt de basis van de energie van sterren maar ook die van de waterstofbom. Helium kan gesynthetiseerd worden door lithium of boor met zeer snelle protonen te beschieten.
De specifieke warmte van heliumgas is erg hoog, en heliumdamp is erg compact, maar zet snel uit bij hogere temperatuur. De kritische temperatuur van Helium is slechts 5,19 K (0 kelvin is het absolute nulpunt).
Helium is het enige element dat bij normale druk niet in een vaste stof overgaat beneden een bepaalde temperatuur. Het kan alleen onder hoge druk (minimaal 2,6 MPa) vast worden gemaakt. Vast 3He en 4He hebben de unieke eigenschap dat hun volume onder nog meer druk met meer dan 30% kan afnemen.
Bij temperaturen beneden 1 K is 2,6 MPa voldoende om helium vast te maken. Bij hogere temperaturen loopt dat echter hard op. Zo is er bij 15 K al een druk van rond 100 MPa voor nodig, en bij kamertemperatuur zelfs zo'n 20 GPa. Helium ondergaat bij ongeveer 15 K ook een overgang tussen kubische en hexagonale stapelingen. Bij veel lagere temperatuur en druk treedt een derde vorm op, waarbij de atomen zich ordenen volgens een lichaamsgecentreerd kubische structuur. Al deze ordeningen zijn vergelijkbaar qua energie en dichtheid. De redenen voor de veranderingen hebben te maken met interacties tussen de atomen.
Helium is een edelgas en als zodanig in vrijwel alle omstandigheden chemisch inert, maar wanneer helium gebombardeerd wordt met elektronen kan het verbindingen aangaan met wolfraam, jodium, fluor, zwavel en fosfor. Van alle gassen lost helium het slechtst op in water.
Helium is na waterstof het element dat het meest in het heelal voorkomt. Het is via spectroscopie in grote hoeveelheden aangetoond, met name in sterren. Het speelt een belangrijke rol in de proton-protonreactie en de koolstofcyclus, waar sterren een groot deel van hun energieproductie aan ontlenen.
Aangezien de transformatie van He I naar He II een continue faseovergang is, zonder latente warmte bij het lambda punt, kunnen He I en He II niet naast elkaar bestaan.
Helium was een van de eerste stoffen waarbij een kwantummechanisch effect op macroscopisch niveau werd waargenomen.
Voor de 3He isotoop vindt deze overgang pas bij 2,6 mK plaats - slechts enkele duizendsten van een graad boven het absolute nulpunt. Dit komt omdat het superfluïde effect is gebaseerd op de zogenaamde Bose-Einsteincondensatie. En 4He-atomen zijn bosonen, terwijl 3He-atomen fermionen zijn, die slecht in paren kunnen 'condenseren'. Zo'n paar als geheel, die zich pas bij extreem lage temperatuur vormt, is weer een boson.
| Meest stabiele isotopen | - | Iso | RA (%) | Halveringstijd | VV | VE (MeV) | VP | 3He | 0,000137 | stabiel met 1 neutron | 4He | 99,999863 | stabiel met 2 neutronen |
|---|
Veel zwaardere kernen vervallen door emissie van een 4He-kern, een proces dat alfaverval wordt genoemd. Heliumkernen worden daarom ook wel alfadeeltjes genoemd. Een groot deel van het op aarde aanwezige helium is zo ontstaan. Een tweede heliumisotoop, 3He, heeft slechts 1 neutron. Er zijn ook zwaardere isotopen, maar deze zijn radioactief. 3He komt op aarde nauwelijks voor, omdat verval van zwaardere elementen alleen 4He produceert en atmosferisch helium relatief snel naar het heelal weglekt.
Volgens de Oerknaltheorie werden 3He en 4He beide in grote hoeveelheden gevormd tijdens de Oerknal.
Helium | هيليوم | Heliu (elementu) | Хелий | Heli | Helium | Heliwm | Helium | Helium | Ήλιο | Helium | Heliumo | Helio | Heelium | Helio | Helium | Hélium | Héiliam | Helio (elemento) | હીલિયમ | הליום | Helij | Hélium | Helium | Helio | Helín | Elio | ヘリウム | ჰელიუმი | 헬륨 | Hêlyûm | Helium | Helium | Helium | Helis | Hēlijs | Haumāmā | Хелиум | Helium | Helium | Helium | Helium | Eli | Hel (pierwiastek) | Hélio | Heliu | Гелий | Helij | Helium | Hélium | Helij | Хелијум | Helium | ฮีเลียม | Helyum | گېلىي | Гелій | Heli | 氦 | 氦