De hagedissen vormen de onderorde Sauria (verouderd: Lacertilia) en behoren tot de orde schubreptielen, die ook de slangen omvat. Hagedissen zijn reptielen, en enkele bekendere families zijn de kameleons, leguanen, varanen, anolissen, gekko's, agamen, skinken en de in Europa veel voorkomende echte hagedissen. Alle overige 36 families staan onder het kopje taxonomie.
Er zijn ruim 3000 soorten hagedissen, die meestal hetzelfde bouwplan volgen: een lange staart, vier gebogen poten (waardoor de buik over de grond sleept) en een kenmerkende schedel: de vorm en de plaatsing van de neusgaten, gehoororganen en ogen is onmiskenbaar en makkelijk te onderscheiden van slangen, krokodilachtigen en schildpadden. Met brughagedissen ligt het wat moeilijker.
Soms worden de wormhagedissen tot de onderorde hagedissen gerekend, maar door hun totaal andere fysiologie worden ze vaak ingedeeld als een derde onderorde van de Squamata.
Enkele bijzonderheden zijn de groene leguaan, die als jong op prooien jaagt maar als volwassene alleen planten eet en omnivoor is. Het komt wel meer voor bij een aantal grotere leguaanachtigen dat de dieren naarmate ze ouder worden meer vegetarisch leven en eten voornamelijk planten of de vruchten ervan. Hierdoor gaat ook hun groei langzamer. De zeeleguaan eet bijna alleen zeewier, en duikt naar de bodem van de zee om het van de rotsen te schrapen. De komodovaraan heeft wel eens mensen aangevallen en jaagt soms op hoefdieren. Kaaimanteju's hebben zich gespecialiseerd in slakken, en enkele soorten hagedissen leven van mieren en termieten en zijn formicivoor. Alleen viseters (piscivoor) zijn onbekend bij de hagedissen.
Hagedissen zijn over het algemeen nuttige dieren die enorme hoeveelheden insecten wegwerken, waaronder door de mens als schadelijk beschouwde groepen als krekels, kevers en sprinkhanen, soms zelfs schorpioenen.
Een aantal soorten vlees-etende vogels en slangen zijn sterk afhankelijk van hagedissen als voedselbron, bijvoorbeeld de katslang, die alleen giftig is voor hagedissen, andere dieren zijn niet gevoelig voor het gif.
Veel soorten hagedissen met felle kleuren worden soms ook als giftig beschouwd door de plaatselijke bevolking en onterecht doodgemaakt. De kleuren spelen alleen een rol bij de balts en hebben niets met gevaar of giftigheid te maken, in tegenstelling tot sommige giftige slangen. Tevens zijn er soorten die sprekend lijken op slangen, zoals de inheemse hazelworm, en daardoor als gevaarlijk worden beschouwd. De zwartkopschubpoothagedis imiteert zelfs een Australische taipan, vanwege de bruine kleur en zwarte kop, net zoals de taipan. Het verschil is hierdoor zeer moeilijk te zien, dit wordt ook wel mimicry genoemd.
De meeste hagedissen worden niet erg groot (15-25 cm totale lengte) en hun beet zal hooguit resulteren in een 'vinger-met-een-hagedis-eraan', veel soorten zijn vasthoudend maar kunnen niet door de huid heen komen en makkelijk worden losgemaakt. Wat grotere soorten (25-100 cm) hebben vaak ook krachtigere kaken en kunnen met de tanden oppervlakkige verwondingen aanrichten of zeer pijnlijk bijten, berucht zijn de tokeh en het gilamonster. Bij heel grote soorten, langer dan een meter, kunnen wel vleeswonden worden toegebracht, maar alleen varanen zijn als echt gevaarlijk aan te merken, en meer door hun bacteriën dan de beet. Bij veel soorten die de huid kunnen beschadigen moet men rekening houden met tetanus.
Om aan vijanden te ontkomen kennen de hagedissen verschillende trucjes, de bekendste hiervan is autotomie, het afwerpen van de staart. Deze staart blijft na het afbreken een tijdje kronkelen zodat de vijand wordt afgeleid en wat te eten heeft, want hagedissen slaan hun vetreserves op in de staart. De staart groeit later weer aan maar blijft kleiner en is donkerder van kleur. Bij een aantal soorten, zoals de skinken uit het geslacht Eumeces hebben de juvenielen zelfs een felle blauwe staartkleur om de aandacht op de staart te vestigen. Bij enkele gekko's en skinken lijkt de kop sprekend op de staart zodat een vijand wordt misleid en de verkeerde kant aanvalt.
Enkele agamen hebben een bizarre manier om vijanden af te schrikken; ze voeren de druk in adertjes onder hun ogen op tot deze knappen en mikken met het bloedstraaltje op het gelaat. De kraaghagedis dankt de naam aan de kraag die wordt opgezet bij zowel concurrentie als gevaar. Deze soort kan op de achterpoten wegrennen, maar dat kunnen wel meer soorten als basilisken en sommige leguanen. De basilisken staan bekend om hun wonderbaarlijke vermogen om over water te rennen, waaraan de naam Jesus Christushagedis te danken is.
Hagedissen hebben zoals alle reptielen geen geslachtschromosomen; het geslacht wordt in het ei bepaald door de omgevingstemperatuur. Bij een bepaalde ideale temperatuur, die per soort verschilt, kruipen er voornamelijk mannetjes uit het ei. Bij een hogere óf een lagere temperatuur ontstaan vrouwtjes. De eitjes mogen na het afzetten niet gekeerd worden omdat het embryo hierdoor kan sterven.
Bij de meeste soorten hebben de jongen een sterk afwijkend kleurenpatroon om te voorkomen dat de mannetjes ze als concurrent zien. Slechts enkele soorten vertonen een vorm van broedzorg waarbij juvenielen worden een tijdje beschermd door de moeder, zoals bij sommige skinken.
Opmerkelijk is dat bij veel soorten die in groepen leven de minst dominante mannetjes meer op vrouwtjes lijken; ze blijven kleiner en typische mannelijke kenmerken als een dikkere staart en grotere kop zijn minder goed ontwikkeld. Dit komt door de stress maar ze hebben hierdoor minder te duchten van de dominante mannetjes. Andersom gaat het ook op, dominante vrouwtjes lijken meer op mannetjes. Geen enkele soort hagedis kan van geslacht veranderen, zoals sommige amfibieën. Wel kennen sommige soorten maagdelijke voortplanting, wat betekent dat er geen mannetjes bestaan, enkel alleen vrouwtjes. Een voorbeeld is de Europese soort Darevskia armeniaca, en dit verschijnsel komt ook voor bij amfibieën en insecten.
Het feit dat de eerste reptielen al hetzelfde bouwplan hadden, kan iemand doen denken dat dat ook hagedissen waren, maar kenmerken van het skelet, vooral de schedel, tonen aan dat dat niet zo is.
Ongeveer 150 miljoen jaar geleden begon een evolutieproces dat leidde naar de slangen in het Krijt.
Lange tijd bestond de suborde hagedissen uit 'losse' families; agamen, echte hagedissen, gekko's, kameleons, leguanen, skinken, varanen, wormhagedissen en het aparte geval, de brughagedis. Tegenwoordig zijn deze groepen gerangschikt naar voorouder, en zijn de groepen opgesplitst in infra-orden. Een voorbeeld van deze verandering zijn de leguanen, welke vroeger een groot aantal onderfamilies kende, die tegenwoordig allemaal als aparte families worden gezien. Voorbeelden zijn de maskerleguanen, kielstaartleguanen en de aardleguanen. De infra-orde Iguania bevat naast leguanen de kameleons en de agamen.
Onderorde Sauria (Lacertilia)
En twee uitgestorven families:
Echsen | Lizard | Lacertuloj | Sauria | Liskot | Sauria | לטאה | Herdisse | Øgle | Jaszczurki | Sauria | Ящерицы
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Hagedissen".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world