De chuckwalla (Sauromalus ater) is een leguaan uit de familie leguanen (Iguanidae). De Nederlandse naam komt uit het Engels, maar wordt voor deze soort algemeen gebruikt.
Beschrijving
De lengte is ongeveer 40 centimeter met uitschieters naar bijna 50 cm. Het lichaam is erg gedrongen en heeft een dikke staart die ongeveer net zo lang is als het lichaam en eindigt in een stompe staartpunt. De buik kan sterk worden afgeplat zodat ze beter kunnen zonnen. De huid in de nek en langs de flanken zit erg los, vooral bij oudere dieren. Na het
gilamonster (
Heloderma suspectum) is het de grootste hagedis van de
Verenigde Staten.
De kleur is bruingrijs tot grijs, sommige exemplaren vertonen groengrijze kleuren. Op de rug zitten kleine lichte vlekjes met een donkere, brede bandering en ook de staart is gebandeerd. Jongere dieren zijn sterker gevlekt en gebandeerd met een beter contrast maar de tekening vervaagt met de jaren. Vrouwtjes veranderen qua tekening niet veel, maar bij de mannetjes kleurt de basiskleur roodbruin tot bruingeel en verdwijnen de kleine vlekjes en de kop kleurt zeer donker tot zwart. Mannetjes worden ook forser en langer, hebben een dikkere staartwortel en duidelijk zichtbare femoraalporieën, die dienen om geurstoffen af te zetten.
Voorkomen en habitat
Deze soort komt voor in
Mexico en in de Verenigde Staten in de staten
Californië,
Nevada,
Utah, en
Arizona. De chuckwalla houdt van dorre en warme gebieden met rotsen, stenen of een vulkanische ondergrond met veel schuilplaatsen. Het habitat bestaat uit woestijnen zoals de
Sonoraanse Woestijn of in bergstreken tot bijna 1400 meter boven zeeniveau, met een schrale vegetatie.
Deze leguanen zijn overdag actief en schuilen 's nachts tussen rotsspleten. In de koelere periode houden ze een winterslaap om na enkele maanden weer tevoorschijn te komen. Het voedsel bestaat op jonge leeftijd voor een belangrijk deel uit insecten maar al snel gaan ze steeds meer plantendelen eten. Geslachtsrijpe dieren zullen de meeste levende prooidieren zelfs negeren, en slechts af en toe een keer toehappen. Ze eten voornamelijk bloemen, vruchten, bladeren of de gehele plant als deze niet houtachtig is. Ze lijken een voorkeur te hebben voor gele bloemen.
Gedrag
Chuckwallas zijn zeer taaie dieren en kunnen wel 25 jaar oud worden. Zoals veel andere leguanen kunnen ze communiceren door met de kop te knikken, te gapen of het lichaam op- en neer te bewegen; het lijkt dan of ze zich opdrukken. Als een concurrerend mannetje zich daardoor niet laat afschrikken wordt er gebeten of met de staart gemept. Alleen tijdens de paartijd zijn ze
territoriaal, en is het grootste mannetje de baas over alle kleinere mannetjes in de buurt. Er wordt gepaard in april tot juli, en tussen juli en augustus worden de eitjes gelegd, die eind september uitkomen. Bij gevaar schuilen ze door snel naar een rotsspleet te vluchten en zich erin te wringen waarna ze zich opblazen met lucht, hierdoor komen ze muurvast te zitten.
Chuckwallas en de mens
De oorspronkelijke bewoners van de streken waarin de chuckwalla leeft aten het vlees van de hagedis. Er zijn zelfs enkele speciale
werktuigen gevonden met als doel de dieren uit de schuilplaatsen te krijgen. Deze zogenaamde 'chuckwalla-haken' bestonden uit een stok met een langwerpige als haak vastgebonden steen om ze uit de holen te trekken en daarna op te eten. Chuckwalla's danken ook de naam aan de lokale bevolking, die de hagedis
tcaxxwal noemden, de latere
Spanjaarden die zich koloniseerden maakten daar chacahuala van (tjacka-hoe-ala).
Externe link
Foto's van de chuckwalla, het habitat en de chuckwalla-haak.
Stichting Doelgroep Groene Leguanen, kenniscentrum voor herbivore reptielen
leguaan
Chuckwalla | Chuckwalla | צ'קואלה מצויה