Fokken is het vermeerderen van vee, pluimvee en allerlei huisdieren met als doel het verbeteren of in standhouden van gewenste eigenschappen door middel van kruising en selectie. In principe is dit hetzelfde proces dat wordt toegepast bij plantenveredeling.
Door de beste dieren te kiezen om mee verder te fokken, treed een proces op van kruising en selectie, dat resulteert in een verbeterd ras of het instandhouden van het ras. Omdat het belangrijk is gegevens te hebben omtrent de overerfbaarheid van de eigenschappen van het dier, worden uitgebreide administraties bijgehouden. Voorbeelden van zulke administraties zijn het Friese stamboek, paardenstamboek, stambomen van rashonden, de Nederlandse witte geit en andere huisdieren.
Vleesvarkens
De zeugen zijn meestal kruisingen van verschillende rassen. De voor het dekken van deze zeugen gebruikte
beren behoren weer tot andere rassen. Vleesvarkens zijn dus
hybriden. De zeugen worden geselecteerd op vruchtbaarheid en de hoeveelheid biggen per worp en de beren op groei, bevleesdheid en voerefficiëntie.
De meest gebruikte varkensrassen voor het fokken zijn
- Zeugen
- Beren
- de York voor bevleesheid en hoge groeisnelheid
- de Piétrain voor bevleesheid en voerefficiëntie (goede voederconversie)
- de Duroc voor vitaliteit en sappig vlees
Vleeskuikens
De eieren waaruit de
vleeskuikentjes komen worden gelegd door vleeskuiken-ouderdieren. Daar ontstaat dan een gebruikskruising door de vleeskuiken moederdieren (die de erfelijke eigenschappen hebben van een beetje vlezig en veel leggen), te kruisen met de vleeskuiken vaderdieren (die de eigenschap hebben van snel groeien en veel vleesaanzet).
Voetnoot
- vanuit het standpunt van de fokker of zijn klant, natuurlijk.
Zie ook
Veeteelt
Selective breeding | Avel