In dit artikel wordt de protestante kerkdienst beschreven. Voor de katholieke en orthodoxe eredienst zie: Mis.
Een kerkdienst is een bijeenkomst waar het woord van God wordt verkondigd. Een kerkdienst vindt meestal plaats in een kerk.
Om naar een kerk te gaan hoef je geen lid te zijn van een kerk. Ook hoef je niet gelovig te zijn om een kerkdienst te bezoeken. Mensen gaan om verschillende redenen naar de kerk, maar de meeste mensen vinden in hun geloof antwoord op levensvragen als: 'Waarom ben ik hier' en 'Waar ga ik naar toe'?
In een kerkdienst wordt er gezongen. In enkele kerken zonder begeleiding, maar meestal met begeleiding van muziek. In de tarditionele protestantse kerken meestal met orgelmuziek, bespeeld door een organist. Echter alle soorten instrumenten kunnen dienst doen als begeleiding van zang. In sommige kerken speelt er ter begeleiding naast een organist ook een pianist soms aangevuld met koperblazers (trompet, klarinet, saxofoon). Een enkele keer speelt er een hele band met daarin een (bas)gitarist, een drummer, een fluitist en een violist. Op andere momenten wordt er een koor uitgenodigd. In de traditionele protestantse kerk worden er meestal psalmen en gezangen gezongen, binnen de charismatische protestantse kerken zingt men over het algemeen opwekkingsliederen, begeleid door een praiseband. De man of vrouw die een traditionele protestantse kerkdienst leidt, heet een dominee, predikant of voorganger. Deze persoon heeft meestal een academische opleiding gevolgd en draagt de titel "ds". In de traditionele kerken draagt de dominee een lang gewaad over zijn kleding, dit wordt een toga genoemd. De betekenis van het zwarte gewaad is oorspronkelijk dat de persoon die het draagt geleerd is (rechters bijvoorbeeld dragen ook een toga). Tegenwoordig is het om duidelijk te maken wie de bijbel uitlegt. Bij sommige kerken hebben de voorgang(st)ers een wit gewaad aan met verschillende kleuren sjerpen erbij. Welke kleur gedragen wordt, heeft met de periode van het kerkelijk jaar te maken. De dominee is ambtsdrager. Dat betekent dat hij officieel is aangesteld voor zijn werk. Hij is echter niet de enige die een taak heeft binnen de kerkdienst. De kerkvoogden halen geld op en de ouderlingen (ook wel "oudsten" genoemd) zijn eigenlijk verantwoordelijk voor de zorg voor alle gemeenteleden. Voor die taak zijn zij door de gemeente gekozen. Dan zijn er nog diakenen. Zij kunnen mensen financieel helpen. Dit kan zijn binnen maar ook buiten de kerk.
Binnen evangelische kerken is dit eender, alleen is er geen dominee, maar spreekt men van een voorganger. Deze ambtsdrager functioneert als dominee tijdens de dienst, maar heeft over het algemeen geen academische opleiding in theologie gevolgd. In deze kerken zijn er geen kledingvoorschriften voor ambtsdragers.
Morgendienst:
Bij het binnenkomen van de kerkzaal geeft een ouderling de dominee een hand. Dit doet hij (of zij) om symbolisch de verantwoordelijkheid voor de dienst aan de dominee over te dragen. De gemeente gaat staan uit eerbied voor God en krijgt een moment van stilte om in zichzelf tot God te keren, dit noemt men 'stil gebed'. Bij de aanvang van de dienst spreekt de voorganger als eerste het Votum en de Groet uit. Hiermee spreekt hij een eenvoudige geloofsbelijdenis uit en groet de gemeenteleden namens God.
Vervolgens is het in veel kerken gebruikelijk om de tien geboden voor te lezen. Dit zijn tien leefregels die God lang geleden al aan het Israëlitische volk heeft gegeven. Ze zijn te vinden in het bijbelboek Deuteronomium hoofdstuk 5 en in Exodus hoofdstuk 20. Ook wordt er vaak de samenvatting van de wet gegeven, die door Jezus zelf werd uitgesproken. Dit is te vinden in Matteüs 22:37-40. Dan volgt een gebed waarin men vraagt om vergeving en vervolgens om hulp van Gods Geest bij het lezen van de bijbel. Na dit gebed wordt een gedeelte uit de bijbel voorgelezen. Men noemt dit de schriftlezing.
De schriftlezing is meestal een kort verhaal. De dominee legt dit verhaal daarna ook uit, dit wordt de prediking of preek genoemd. In een preek wordt ook verteld wat mensen vandaag de dag kunnen leren van de verhalen uit de bijbel. Je kunt die kennis dan toepassen in het dagelijks leven. Na de preek worden er liederen gezongen onder begeleiding van de eerder genoemde instrumenten. De inhoud van de liederen sluit aan bij de prediking en bij de tijd van het kerkelijk jaar.
Na het zingen volgt zoals dat heet 'de dienst der gebeden'. Bidden is praten met God. Tijdens een kerkdienst wordt dit meestal door de dominee gedaan. Vooraf mogen de gemeenteleden gebedsverzoeken aan hem doorgeven. De dominee bidt voor de zieke mensen in de gemeente, voor zaken die in het landelijk- of wereldnieuws spelen, en voor troost voor alle mensen die het moeilijk hebben. Er wordt ook gedankt voor het goede in dit leven. Bijvoorbeeld dat wij dagelijks goed te eten hebben. Men bidt tenslotte hardop met alle aanwezigen in de kerk het gebed dat Jezus leerde aan zijn leerlingen. Dit gebed heet 'Het onze Vader'.
Tijdens een kerkdienst wordt steeds duidelijk gemaakt dat mensen niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de ander moeten zorgen. Nu volgt een moment dat de gemeenteleden daar ook antwoord op kunnen geven. Het betreft het inzamelen van geld. Dit noemt men de collecte of de offerrande. Zakjes met een stokje eraan (collectezak) gaan langs de rijen met mensen. De gevulde zakjes worden door kerkvoogden opgehaald. Zij zorgen dat het geld eerlijk verdeeld wordt over kerkelijke- en andere goede doelen.
Nu is het eind van de dienst in zicht. De gemeente gaat weer staan. De dominee stuurt de mensen naar huis met de opdracht om wat geleerd is in praktijk te brengen. Dan doet hij zijn beide armen omhoog en zegent met gespreide handen de gemeente. Hij legt als het ware symbolisch de handen van God op de mensen. Zegenen is het uitspreken van goede woorden namens God. Dat God bij mensen is en hen zijn nabijheid en vrede wil geven overal waar ze gaan. Hij sluit af met het woord Amen. Dit betekent: zo is het. En hiermee is de kerkdienst afgelopen. Onder begeleiding van (orgel)muziek verlaat de gemeente de kerkzaal. Vaak wordt na afloop met elkaar nog wat gedronken.
Vóór in de meeste kerken brandt tijdens de dienst een kaars. Dit noemen ze de paaskaars. Deze brandende kaars symboliseert dat Jezus Christus als een licht is gekomen in onze wereld. De kerkbezoekers kunnen zich daardoor laten inspireren. Zij mogen ook weer als een licht in de wereld voor andere mensen zijn. Je ziet ook meestal een groot kruis in protestantse kerken staan. Dit kruis staat symbool voor het lijden en sterven van Jezus Christus.
De verhoging waar de dominee of voorgang(st)er op staat heet een kansel of preekstoel. De kansel staat hoog om duidelijk te maken dat de spreker niet namens zichzelf, maar namens God het woord doet. Verder zie je een schaal waar (op afgesproken dagen) water inzit, dit water wordt gebruikt om (meestal) kinderen en (soms) volwassenen te dopen. Dit dopen noemen wij een godsdienstig ritueel. Het ritueel met water dat over een kind wordt gesprenkeld, of waarin iemand wordt ondergedompeld staat symbool voor het afwassen van misstappen die zonden worden genoemd.
Op een tafel vóór in de kerk zie je mooie bekers en schalen staan. Deze worden gebruikt voor het vieren van het heilig avondmaal. Het is een bijzonder soort 'maaltijd' waarbij wordt herdacht dat Jezus voor de zonden van alle mensen op heel de wereld heeft geleden en dat Hij is gestorven. Op de schalen ligt brood; dit staat symbool voor het lichaam van Jezus. In de bekers zit wijn. De wijn symboliseert het bloed van Jezus dat vloeide met zijn kruisiging.
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Kerkdienst".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world