Economie (vroeger en soms nog wel staatshuishoudkunde genaamd) is een sociale wetenschap die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten. Evenals bij andere sociale wetenschappen is ook de economische wetenschap verdeeld in een 'positieve' variant en 'normatieve' variant. De positieve of positivistische benadering stelt de 'Hoe werkt het?'-vraag centraal en presenteert objectieve, wetenschappelijke verklaringen. Normatieve economie probeert de vraag 'Hoe werkt het beter?' te beantwoorden.
De economische wetenschap bestudeert de factoren die deze keuzen bepalen. Prijzen zijn hierbij belangrijk. Economie wordt ook wel opgevat als de studie van de ruil in de ruimste zin van het woord. Het voordeel daarvan is dat die wat specifieker is dan de bovengenoemde, en de kern raakt van datgene waar het in de economie om gaat (lonen, prijzen, verkoop, koop), maar het nadeel ervan is dat deze iets te beperkt is: niet alle economische handelingen hebben direct met ruil te maken.
De term economie wordt ook gebruikt in de zin van behoeftebevrediging van een land en haar inwoners. 'Het gaat goed met de economie' betekent dat er welvaartsgroei is. De lonen stijgen, de werkloosheid is laag en de bedrijven maken winst. In dit lemma wordt het woord gebruikt in de betekenis van economie als sociale wetenschap.
In de eerste plaats is er de aanbodzijde van de economie. De aanbodzijde wordt gekenmerkt door de inzet van productiefactoren. Er worden drie productiefactoren onderscheiden:
Sommigen voegen hier nog ondernemerschap aan toe. Bij de aanbodzijde van de economie gaat het om de voortbrenging van goederen en diensten. De maximaal mogelijke productie noemen we de productiecapaciteit.Aan de andere kant is de vraagzijde van de economie van belang. Deze wordt bepaald door de voorkeuren van consumenten, producenten en overheid. Vraag en aanbod komen samen op de markt. Door vraag en aanbod samen ontstaat een prijs per product. Producten kunnen goederen en diensten zijn. In de vrije markt wordt het geheel (spontaan) gestuurd door prijzen. Prijzen zijn schaarste-indicatoren. In de overheidssector wordt het geheel gestuurd door politieke beslissingen. Het beschikbare budget bepaalt hier de omvang van de goederenstroom.
Het grote moment in de geschiedenis van de economie is de industriële revolutie. Deze revolutie vond plaats in de jaren 1780-1850. De productie van goederen en diensten wordt anders opgezet en indrukwekkend vergroot.
In de organisatieleer wordt ingegaan op zwakke en sterke punten van verschillende economische stelsels.
Binnen het vakgebied van de algemene economie zijn er weer verschillende deelterreinen:
Verder zijn er nog weer andere deelterreinen zoals de vervoerseconomie, de monetaire economie, etc.
Op basis van de relaties tussen economische sectoren zoals productiehuishoudingen, consumptiehuishoudingen, overheid en buitenland tracht de macro-economie inzicht te verschaffen in toekomstige ontwikkelingen. Vooral de groei van het nationaal inkomen heeft de aandacht van economen en politici.
Hiervoor zijn elasticiteiten erg belangrijk. De micro-economie is deels een theoretische oefening waarbij het gaat om het vaststellen van elasticiteiten. Een voorbeeld van een elasticiteit is de prijselasticiteit van de vraag. Dit is een getal dat aangeeft met hoeveel procent de gevraagde hoeveelheid van een goed gaat veranderen als de prijs van dat goed met één procent verandert. Bijvoorbeeld: als de prijs van i-pods met 1% stijgt, met hoeveel procent zal dan de gevraagde hoeveelheid van i-pods dalen? De daling (of soms de stijging, zoals bij een zogenaamd Giffen-goed) kan aan de hand van elasticiteiten berekend worden. De laatste jaren staat ook de speltheorie erg in de belangstelling binnen de micro-economie.
| jaar | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 |
| Bruto Binnenlands Product (mld euro's;marktprijzen) | 447,7 | 465,2 | 476,3 | 488,6 | 501,9 |
| Netto nationaal inkomen (mld euro's; marktprijzen) | 379,0 | 393,3 | 399,7 | 409,6 | pm |
| Consumentenprijsindex (% per jaar) | 4,5 | 3,5 | 2,0 | 1,5 | 1,7 |
| Werkloosheid in % van beroepsbevolking | 3,5 | 4,1 | 5,4 | 6,5 | 6,5 |
| Collectieve lastendruk als % van BBP | 40,0 | 39,4 | 39,3 | 39,4 | 39,5 |
Ter vergelijking: Het BNP beloopt in Nederland in 2002 465 miljard euro(441 miljard dollar). Het BNP van de Verenigde Staten in 2002 bedroeg ca. 10.000 miljard US-dollar. Dit is ca. 20x het Nederlandse BNP. Het BNP per capita van Nederland en de VS ligt een stuk dichter bij elkaar, 28.000 en 36.000 dollar respectievelijk. Nederland was daarmee 15de op de lijst van in totaal 208 landen (www.worldbank.org).
| Nederland | België |
|---|---|
Economie | Wetenschapsgeschiedenis
Ekonomie | Economía | Economía | Икономика | অর্থনীতি | Ekonomija | Economia | Ekonomie | Economeg | Økonomi | Wirtschaft | Οικονομικά | Economics | Ekonomiko | Economía | Majandusteadus | اقتصاد | Kansantalous | Économie | Ekonomy | Economía | כלכלה | Ekonomija | Közgazdaságtan | Economia | Ekonomi | Economia | 経済学 | 경제학 | Economie | Ikkenomie | Ekonomika | Ekonomika | Toe-Karena | Wertschap | Økonomi | Economia | Ekonomia | Economia | Economie | Экономика | Econumia | Economics | Ekonomija | Економија | Ekonomi | เศรษฐศาสตร์ | Ekonomiya | İktisat | Економіка | 经济学
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Economie".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world