Dieselmotor_vs.jpg, Augsburg, 1906, 12 pk)]]
Lumbar patent dieselengine.jpg kreeg voor de dieselmotor]]
Een dieselmotor is een zuigermotor die werkt volgens het principe van zelfontbranding.
Als lucht wordt samengeperst wordt deze warmer (wet van Charles); bij grote compressie zelfs heet genoeg om de onder hoge druk ingespoten brandstof spontaan te laten ontbranden. De motor is uitgevonden door Rudolf Diesel. Bruikbaar voor de automobielindustrie werd de motor pas na ontwikkeling van de inspuitpomp door Robert Bosch. Door deze inspuitpomp, die meestal boschpomp wordt genoemd, naar zijn uitvinder, kon het toerental en de opbrengst door middel van een regulateur naar wens worden ingesteld, in plaats van een vast toerental (waardoor de diesel tot dan toe alleen geschikt was in stationaire installaties).
Een dieselmotor is een motor volgens het zuigerprincipe, waarbij een ontbrandend mengsel de zuiger in de cilinder naar beneden drukt. De kracht wordt via een drijfstang en kruktap overgebracht op de krukas. Het grootste verschil met de benzinemotor is dat het mengsel vanzelf ontsteekt en er dus geen aparte ontstekingsinrichting nodig is; daarentegen is er wel altijd een apart inspuitmechanisme nodig (in de vorm van een hogedruk-inspuitpomp) of bij de wat modernere motoren onder zeer hoge druk via injectoren. Er zijn twee soorten dieselmotoren: tweetaktdieselmotoren en viertaktdieselmotoren.
Tweetaktdieselmotoren
Tweetaktdiesels worden in het algemeen toegepast in schepen, dieselhydraulische en dieselelektrische locomotieven en Amerikaanse vrachtauto's. Mogelijk komt dit omdat al deze machines en voertuigen minder sterke toerentalwisselingen meemaken dan vrachtauto's op Europese wegen. Een tweetaktdiesel heeft cilinders waarvan de cilinderwanden zijn doorboord. Er zitten grote gaten (de spoelpoorten) in die onder een hoek zijn geboord. Als de zuiger in het onderste dode punt staat wordt door deze spoelpoorten lucht naar binnen gepompt. Door de hoek van de poorten gaat de lucht wervelen waardoor een betere vulling ontstaat. Als de zuiger weer naar boven gaat sluit deze de poorten hermetisch af. De lucht wordt samengedrukt (compressie) en wordt daardoor verhit. Als de zuiger bijna het bovenste dode punt heeft bereikt, wordt dieselbrandstof ingespoten. Bij tweetaktdiesels gebeurt dit in het algemeen met pompverstuivers. De brandstof ontbrandt spontaan waardoor de zuiger naar beneden geduwd wordt (arbeidsslag). Voor de spoelpoorten weer vrij komen, worden er één of meer uitlaatkleppen geopend, waardoor de verbrande gassen kunnen ontsnappen. Voordat de zuiger het onderste dode punt bereikt is er alweer schone lucht door de spoelpoorten naar binnen gepompt, en wordt er daardoor nog extra gespoeld om alle uitlaatgassen uit de cilinder te verwijderen. Een compleet arbeidsproces omvat dus alleen één neergaande- en één een opgaande beweging van de zuiger, oftewel twee slagen. Tweetaktdieselmotoren zijn vaak uitgerust met een turbocompressor, maar moeten ook een aparte, mechanisch aangedreven compressor hebben om de lucht in de cilinder te pompen. Een turbocompressor begint immers pas te werken als de motor al gestart is.
Viertaktdieselmotoren
Viertaktdieselmotoren werken volgens hetzelfde principe als
viertaktbenzinemotoren:
Een
inlaatslag (zuiger ↓), waarbij door de geopende inlaatklep echter geen brandstof/luchtmengsel wordt aangezogen, maar alleen lucht
Een
compressieslag (zuiger ↑), waarbij de lucht wordt samengedrukt (gecomprimeerd). De compressieverhouding is echter zeer hoog, ca. 16:1 i.p.v. ca. 10:1. Hierdoor wordt de lucht heet genoeg om de brandstof spontaan te laten ontbranden. Aan het einde van de compressieslag wordt de brandstof ingespoten.
Een
arbeidsslag (zuiger ↓): de zuiger wordt door de ontstane verbrandingsdruk omlaag geduwd.
Een
uitlaatslag (zuiger ↑): de uitlaatgassen ontsnappen door de uitlaatklep, geholpen door de omhooggaande zuiger.
Omdat elke op- of neergaande beweging van de zuiger een slag genoemd wordt, is dit dus een vierslag- of viertaktmotor. Toch wordt er nog wel een onderscheid gemaakt in deze motoren:
Viertaktdiesel met indirecte inspuiting
Oudere (en tegenwoordig ook nog wel toegepaste) dieselmotoren werken volgens het indirecte principe: de brandstof wordt niet rechtstreeks boven de zuiger ingespoten maar in een aparte voorkamer (ook wel wervelkamer genoemd). Vaak wordt daar dan ook een gloeispiraal in geplaatst die de motor bij een koude start mee moet helpen aanslaan. Bij een koude motor (en een koude voorkamer) zal de spontane zelfontbranding van de dieselbrandstof niet lukken zonder enige hulp. Deze motoren werden tot voor kort zonder uitzondering in lichte dieselmotoren (personenauto's) gebruikt. Zij konden hogere toerentallen bereiken, mede door de toepassing van een roterende inspuitpomp. Deze inspuitpomp levert weer te weinig druk om in een grote dieselmotor te worden gebruikt.
Viertaktdiesel met directe inspuiting
Dit type inspuiting, waarbij de brandstof rechtstreeks in de verbrandingsruimte wordt gespoten, was tot voor kort voorbehouden aan zwaardere dieselmotoren (vrachtauto's en groter). Dit is opgelost door toepassing van elektrische en elektromagnetische motormanagementsystemen, zoals bij
common-rail dieselmotoren. Tegenwoordig nemen de direct ingespoten diesels een steeds grotere plaats in de automobielindustrie in. Het voordeel van deze modernere systemen is dat door de elektronische regeling van inspuitmoment en -hoeveelheid de uitstoot van schadelijke gassen (
emissies) veel beter beheersbaar zijn. Een nadeel is echter een relatief groter
lawaai, wat vooral bij oudere grote vrachtwagen- of tractormotoren bekend is.
Uitvoeringsvormen
Snellopende motoren
Snellopende motoren (n > 16 s
-1) worden gebruikt voor de aandrijving van
vrachtwagens,
autobussen,
tractoren,
auto's,
jachten,
compressoren,
pompen en kleine
generatoren.
Middelsnellopende motoren
Grote generatoren worden aangedreven door middelsnellopende motoren (4 < n < 16). Deze draaien met een vast toerental en zijn in staat om snelle belastingswisselingen op te vangen.
Langzaamlopende motoren
De grootste dieselmotoren worden gebruikt om schepen aan te drijven. Deze enorme motoren hebben vermogens tot 80 MW, draaien met 60 tot 100
omwentelingen per minuut, en zijn tot 15 meter hoog. Ze lopen op goedkope residu brandstof, waardoor het nodig is deze brandstof te verhitten in de bunkertanks en vlak voor injectie vanwege de hoge
viscositeit. Bedrijven als
Burmeister & Wain en
Wärtsilä (
Sulzer Diesels) ontwerpen zulke grote langzaamlopende
tweeslag motoren. De meest krachtige dieselmotor is de 14 cilinder
Wärtsilä-Sulzer RTA96-C met 80 MW (108.800
pk).
[The Most Powerful Diesel Engine in the World!]
Opbouw van het diesel-brandstofsysteem
Het brandstofsysteem van een dieselmotor verschilt sterk van dat van een benzinemotor, omdat de luchttoevoer en de brandstoftoevoer geheel gescheiden zijn. Het diesel-brandstofsysteem ziet er als volgt uit.
Het lagedrukgedeelte
- De brandstoftank
- Een grof filter annex waterafscheider die condenswater uit de brandstof haalt en diesel toevoegt (soort turbo)
- Een brandstofopvoerpomp die de brandstof uit de tank naar de motor pompt. Bij dieselmotoren met indirecte inspuiting wordt deze pomp aangedreven door de nokkenas van de motor, dieselmotoren met directe inspuiting hebben een opvoerpompje dat door de aparte nokkenas in de brandstofinspuitpomp wordt aangedreven.
- Een of meerdere fijnfilters die zelfs zeer kleine verontreinigingen uit de brandstof halen
Het hogedrukgedeelte
met daarin:
- Een brandstofinspuitpomp die door middel van een klein, ingebouwd nokkenasje de brandstof op exact het juiste moment naar de verstuivers pompt. De juiste hoeveelheid wordt bepaald door de stand van het gaspedaal in samenwerking met een regulateur, die - mechanisch of elektronisch - de hoeveelheid brandstof aanpast aan de aanwezige lucht (zuurstof) in de cilinder. Te veel brandstof zou immers niet verbranden en in de vorm van zwarte rook uit de uitlaat komen.
- Een aantal hogedrukleidingen, voor elke cilinder één, die precies even lang en even dik zijn, om drukverschillen te voorkomen.
- In elke cilinder een verstuiver (of spuitstuk), die de brandstof vernevelt en onder hoge druk in de cilinder spuit. De verstuiver wordt gesloten gehouden door een zware veer, die een naald in het onderste gat van de verstuiver duwt. Komt er een drukgolf vanaf de brandstofinspuitpomp, dan duwt de aanwezige dieselolie onder hoge druk de verstuiver open (tegen deze veerdruk in) en verschaft zich op die wijze zelf een toegang tot de verbrandingsruimte. Indien pompverstuivers worden toegepast, hebben deze een eigen nokkenas die de verstuivers open drukt. De brandstofinspuitpomp komt dan te vervallen.
Het retour- of lekgedeelte
Dit systeem voert overtollige brandstof terug naar de tank. De brandstofopvoerpomp pompt namelijk veel meer brandstof naar de motor dan feitelijk voor de verbranding nodig is. Dit heeft wel nut: Deze brandstof koelt en smeert de onderdelen, maar de grote hoeveelheid voorkomt ook terugval in de druk of zelfs lucht in het systeem. Vaak wordt ongeveer 80% van de opgepompte brandstof weer teruggebracht in de tank. De retour- en lekleidingen halen brandstof weg bij de fijnfilters, de brandstofinspuitpomp en de verstuivers.
Het luchttoevoersysteem
De voor de verbranding noodzakelijke lucht wordt bij dieselmotoren gescheiden van de brandstof aangevoerd via:
- een luchtfilter, dat tevens een vlam- en geluiddempende taak heeft. Het luchtfilter is vaak voorzien van een vervuilingsindicator; een sensor die constateert wanneer er een te grote onderdruk in het systeem ontstaat en een signaal aan de bestuurder geeft.
- In veel gevallen, zeker bij vrachtauto's, een turbocompressor
- Een intercooler
- Het inlaatspruitstuk dat de lucht over de cilinders verdeelt.
Milieutechnische zaken
Een dieselmotor heeft ten opzichte van een benzinemotor meer schadelijke emissie van roetdeeltjes en stikstofoxiden. Binnen Europa gelden voor motoren die nieuw verkocht worden emissie-eisen die vastgelegd zijn in de Euronormen. Vanaf 2005 gaat
Euro4 in en in 2010 komt de
Euro5 norm. Daarin mag een dieselmotor waarschijnlijk even veel stikstofoxiden en roetdeeltjes uitstoten als een benzinemotor, wat vergaande aanpassingen zal vergen. Op dit moment hebben een aantal automerken (waaronder Peugeot en Toyota) hun motoren uitgerust met roetfilters. Deze vangen de roetdeeltjes op en verbranden die bij verzadiging bij hoge temperatuur, waardoor er geen schadelijke stoffen in het milieu komen. Het
rendement van een dieselmotor is hoger dan van een benzinemotor, daarom is het brandstofverbruik bij gelijkblijvende prestaties lager, en daarmee ook de emissie van
kooldioxide, het belangrijkste
broeikasgas. Naar verwachting zal de combinatie van biodiesel en hoog rendement verbranding de dieselmotor in de toekomst een belangrijke plaats geven in het terugdringen van milieubezwaren van de automobiel.
Referenties
motortechniek
محرك ديزل | Vznětový motor | Dieselmotor | Dieselmotor | Diesel engine | Motor diésel | Dieselmoottori | Moteur Diesel | מנוע דיזל | Diesel-motor | Mesin diesel | Motore Diesel | ディーゼルエンジン | 디젤 엔진 | Dieselmotor | Silnik wysokoprężny | Motor a diesel | Дизельный двигатель | Dieselový motor | Dieselmotor | Dizel motor | Дизельний двигун | Động cơ Diesel | 柴油引擎