Het begrip cultuur (lat. colere = ´keren met een ploeg´, in cultuur brengen) wordt in verschillende verwante betekenissen gebruikt:
Als men spreekt over cultuurpolitiek gaat het meestal om zaken als kunst, pers en omroep, theaters, musea en dergelijke.
Onder de cultuur van een land wordt tevens de tradities van het land verstaan, zoals volksmuziek, volksdansen en klederdracht, traditionele bouwkunst, religieuze rituelen enzovoort.
Soms wordt het woord cultuur gebruikt voor de sfeer en gewoonten van een bepaalde gemeenschap; zo kan men bijvoorbeeld spreken van de bedrijfscultuur bij Shell.
Sinds 45 voor Chr. wordt nog een andere betekenis mogelijk. In een boek van Cicero, Tusculanae Disputationes, vindt een gesprek plaats over het nut van de filosofie. Een leerling twijfelt aan het nut daarvan, omdat 'filosofen nogal eens een liederlijke levenswandel hebben'. Cicero antwoordt: "Evenmin als alle akkers die je bewerkt vrucht dragen, evenmin brengen alle zielen die je bewerkt vruchten voort. Maar de bewerking van de geest is de filosofie (cultura animi, filosofia est)". Met deze vergelijking is plotseling een nieuwe betekenis mogelijk geworden, die echter in de oudheid niet vaker voorkomt.
In de christelijke Middeleeuwen krijgen de betekenissen vereren en aanbidden de overhand. In de Vulgaat (de Bijbel in het Latijn) komt bijvoorbeeld voor cultura Domini (vereren van de Heer) en cultura Dei (aanbidden van God).
Cicero is door alle eeuwen, tot in onze tijd, een zeer gerespecteerd auteur geweest. Vanaf de Renaissance gebruiken veel schrijvers Cicero's cultura animi weer, maar nu als een vast begrippenpaar. Soms nog letterlijk vertaald als bebouwing van de geest, maar steeds begrepen als vorming van de geest.
Cultura is daarmee tot in de achttiende eeuw een actief woord: het vormen van. In de achttiende eeuw gaat men geleidelijk aan steeds meer spreken over de verschillende niveaus van vorming, en uiteindelijk gaat men het woord Cultur ook gebruiken voor zo'n niveau, en dus voor het gevormde zelf (Johann Gottfried Herder). Daarmee is dan het dynamische, werkwoord, vorming (in Nederland zeggen we beschaving) tot een statisch, zelfstandig naamwoord beschaving of cultuur geworden.
Nog steeds heeft het echter niet die brede betekenis zoals wij die nu gebruiken, namelijk de levenswijze van een volk. Het cultuur'begrip' ontwikkelt zich vooral in Frankrijk waarvoor dan eerst het woord civilisation wordt gebruikt (1756). Dat Franse woord civilisation staat in betekenis wel dicht bij het Duitse woord Kultur (dan nog gespeld met C, Cultur).
In 1871, in de openingszin van het werk van Edward B. Tylor, Primitive Culture, krijgen beide woorden een definitief antropologische betekenis: "Culture or Civilization, taken in its wide ethnographic sense, is that complex whole which includes knowledge, belief, art, morals, law, custom, and any other capabilities and habits acquired by man as a member of society."
Het boek van Willie Bierman, getiteld Van cultura tot cultur, (Herpen, 2002) geeft een uitgebreide geschiedenis van het woord cultuur.
In de archeologie wordt daarom vaak de ene cultuur van de andere onderscheiden aan de hand van de stijl van de overblijfselen, bijvoorbeeld de motieven op het aardewerk of de vorm van de werktuigen
Het cultuurbeleid was één van de eerste domeinen die geregionaliseerd werd bij de Staatshervorming.
Cultura | ثقافة | Cultura | Культура | সংস্কৃতি | Cultura | Kultur | Kultur | Πολιτισμός (αρχαιολογία) | Culture | Kulturo | Cultura | Kultura | Kulttuuri | Culture | Kultuer | תרבות | Kultura | Kultúra | Cultura | Kulturo | Cultura | 文化 | 문화 | Çand | Kultura | Kultūra | Културэ | Cultura | Kultur | Hastangi | Kultur | Kultur | Kultura | Kultura | Cultura | Cultură | Культура | Culture | Kultura | Култура | Kultur | Kultura | Mädäniät | Культура | Văn hóa | 文化 | Bûn-hoà