De bosbouw is het beheer van bos als natuurlijke hulpbron. De bosbouw is gericht op bosteeltsystemen ten behoeve van de houtproductie. Natuurlijk is het ook mogelijk om in houtproductiebossen te recreëren. Maar veel bosteeltkundig beheerde bossen zijn veel armer aan soorten en eenvormiger van structuur. De biodiversiteit is dan ook beter gediend met bossen zònder bosteeltkundig beheer. Tegenwoordig geldt dat een half dood bos een levendiger bos is, omdat op en in het dode materiaal talloze organismen leven. In bosteeltkundig beheerde bossen worden veel omgewaaide en dode bomen uit het bos verwijderd. Maar uiteraard verdwijnen er ook levende bomen uit bosteeltkundig beheerde bossen. Anders is immers houtproductie niet mogelijk.
Bij de bosbouw kan onderscheid gemaakt worden in:
Natuurlijke bossen zijn in Nederland niet meer te vinden. Alle bossen zijn hier aangeplant. Aanvankelijk alleen met het oog op de houtproductie en voor het vastleggen van zandverstuivingen. Hiervoor werd veel naaldhout aangeplant. Tegenwoordig zijn de ecologische waarden en de biodiversiteit veel belangrijker en wordt overwegend loofhout aangeplant.
Natuurlijke bossen zijn zowel in de tropische gebieden (tropisch hardhout) als in de gematigde streken (naaldhout en hardhout) - door bosbouw - niet meer aanwezig. Tropische bossen worden echter in hoog tempo gekapt. Bossen in Scandinavië leveren veel hout voor de papierindustrie. De papierindustrie gebruikt geen hout uit Nederlandse bossen; veel Nederlands hout wordt wel gebruikt voor de productie van vezelplaten of pallets. Bedrijfseconomisch gezien is bosbouw in Nederland niet rendabel. De overheid springt met talrijke subsidiemaatregelen bij om bosbouw mogelijk te maken.
Hout uit duurzaam beheerde bossen heeft soms het FSC-keurmerk. Deze bossen zijn per definitie bosteeltkundig beheerde bossen. Dergelijke 'duurzaam' beheerde productiebossen kunnen selectief gekapt worden. Dat wil zeggen dat er alleen bepaalde bomen gekapt worden en de rest langer blijft staan. Er kan ook kaalkap plaatsvinden, waarbij op een perceel vrijwel alles ineens wordt gekapt. Beide kapsystemen komen voor. Bij selectieve kap kan het bos in stand gehouden worden door natuurlijke verjonging uit in de grond zittende zaden. Bij kaalkap zal dat doorgaans niet meer voldoende zijn en zal door aanplant van elders opgekweekt plantmateriaal het bos behouden moeten blijven. In Nederland vindt uit kostenoverwegingen meer en meer natuurlijke verjonging plaats.
Skovbrug | Forstwirtschaft | Forestry | Forestación | Sylviculture | Šumarstvo | 林業 | 임업 | Skogbruk | Šumarstvo | Forestry | Skogsbruk | వన్య శాస్త్రము | 林业