Een bloedgroep is bepaald door het al dan niet aanwezig zijn van bepaalde moleculen ('factoren') op de buitenkant van het celmembraan van de rode bloedcellen. Bloedgroepen zijn van groot belang bij een bloedtransfusie.
Tegen zulke macromoleculen die als antigeen fungeren kan het lichaam antistoffen maken. Tegen de factoren van het eigen lichaam gebeurt dit niet; als men echter bloed van een ander ontvangt kan dit wel het geval zijn. De rode bloedcellen raken dan met elkaar verbonden doordat de antistoffen (die ieder twee bindingsplaatsen hebben) met hun ene arm de ene en met de andere arm een andere rode bloedcel binden. Hierdoor klonteren de bloedcellen dan samen (agglutinatie), reden waarom zulke antistoffen ook wel agglutininen worden genoemd.
We onderscheiden 2 verschillende hoofdbloedfactoren: A en B. Sommige mensen hebben beide, sommigen 1 van de 2 en anderen geen. Mensen die factor A of B missen hebben eigenlijk automatisch wel antistoffen tegen die factoren, ook als ze nog nooit via bloed daarmee in aanraking zijn gekomen. (Dit is in de immunologie een uitzonderlijke situatie!)
- | Bloedgroep | Bloedfactor A | Bloedfactor B | Anti-A | Anti B | - | | | | | | - | | | | | | - | | | | | | - | | | | | |
Dit heeft tot gevolg dat bloedgroep O aan iedereen mag bloed geven, bloedgroep A enkel aan A en AB, bloedgroep B aan B en AB en bloedgroep AB enkel aan zichzelf. Bij de andere bloedgroepen (er zijn veel meer factoren bekend) is het meestal niet zo dat mensen die ze missen er ook al antistoffen tegen hebben, en zal pas een reactie kunnen worden opgeroepen na eerdere bloedtransfusies die die factor bevatten. O is de universele donor, AB is de universele ontvanger (zolang het gaat om relatief kleine hoeveelheden). Verder is de rhesusfactor van belang (zie verderop voor uitleg). Indien de ontvanger een rhesus-negatieve bloedgroep heeft, kan hij of zij ook alleen maar rhesus-negetief bloed ontvangen.
Een andere manier van sensibilisatie is een moeder die zwanger is van een foetus met een andere bloedgroep dan zij zelf heeft; de enkele rode bloedcellen van de foetus die bij toeval, vooral bij de bevalling, in de bloedbaan van de moeder terechtkomen kunnen het aanmaken van antistoffen veroorzaken, wat bij latere zwangerschappen problemen bij de vrucht kan geven. Dit is de oorzaak van het bekende resusantagonisme en kan worden voorkomen door bij een dergelijke zwangerschap direct na de bevalling resusantistoffen aan de moeder te geven om de foetale cellen weg te vangen voor de moeder er zelf antistoffen tegen gaat maken.
Indien men foutieve transfusies uitvoert, zullen de anti-A en anti-B van het lichaam zich hechten aan de rode bloedcellen en zal er klontering optreden. Dit valt onder een type II allergie.
Elke persoon heeft twee genen die zijn bloedgroep bepalen. Indien een persoon een gen voor bloedfactor A en een gen voor bloedfactor B bezit, heeft men bloedgroep AB. Indien beide genen niet coderen voor bloedfactoren (wanneer de bloedfactoren dus afwezig zijn), spreekt men van bloedgroep nul, of 0, hetgeen in de gangbare taal als de klinker O wordt aangeduid. In de medische wetenschap spreekt men dit echter meestal uit als het cijfer 0 om de potentiëel dodelijke verwarring met bloedgroep 'A' ter voorkomen.
Men kan dus volgende genetische combinaties bezitten:
We onderscheiden dus vier hoofdbloedgroepen: A, B, AB en O. Daarnaast is er de resusfactor, die een derde bloedgroep weergeeft: resuspositief en resus-negatief. (De factor is bij resusapen het eerst ontdekt, vandaar de naam.) De resusfactor bestaat eigenlijk zelf ook weer uit drie verschillende factoren, die C, D en E worden genoemd. En er zijn een groot aantal zeldzamere bloedgroepen, b.v. K, M, of P die bij transfusies meestal geen problemen geven.
Mensen vragen hun arts wel eens om hun bloedgroep te bepalen 'voor als ze eens een operatie moeten ondergaan'; dit is nagenoeg zinloos omdat het ziekenhuis in een dergelijk geval altijd zelf de bepaling zal herhalen en uit veiligheidsoverwegingen niet op een door de patiënt gerapporteerd gegeven mag afgaan. Daarnaast wordt altijd nog een kruisproef uitgevoerd behalve in de alleruiterste nood als er zelfs geen minuten te verliezen zijn. Een foutieve transfusie kan namelijk fataal zijn.
| Bloedgroep | Percentage van bevolking |
|---|---|
| O+ | 38% |
| A+ | 34% |
| B+ | 9% |
| O- | 7% |
| A- | 6% |
| AB+ | 3% |
| B- | 2% |
| AB- | 1% |
فئات الدم | Кръвна група | Grup Sanguini | Krevní skupina | Blodtype | Blutgruppe | Blood type | Grupo sanguíneo | Veriryhmä | Groupe sanguin | Grupo sanguíneo | סוג דם | Golongan darah | 血液型 | 혈액형 | Rezus faktorius | Grupy krwi | Grupo sanguíneo | Группы крови | Blodgrupper | หมู่โลหิต | Kan grubu | 血型
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Bloedgroep".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world