article

Een antistof (immunoglobuline) is een stof die een rol speelt in het afweersysteem. Het kan zich hechten aan één specifiek type antigeen. Antigenen zijn membraaneiwitten, waar cellen en virussen (en dus ook pathogenen) aan herkend kunnen worden. Antistoffen worden gemaakt door plasmacellen (witte bloedcel).

Elke plasmacel kan maar 1 soort antistof maken. Deze antistof komt via exocytose in het lichaam. Hier kan het zich aan het antigeen binden waar het precies op past. De gevolgen hiervan kunnen zijn:

  1. de antistoffen binden zich aan de antigenen van het het pathogeen, waardoor het afgeschermd wordt of de pathogenen samenklonteren. Hierdoor verliezen de pathogenen hun gevaarlijke werking.
  2. de antistoffen zorgen ervoor dat andere cellen het celmembraan aan kunnen vallen, waardoor het antigeen uiteen valt.
  3. de antistoffen werken als een soort handvaten, waardoor fagocyten (zoals macrofagen) met behulp van deze handvaten het pathogeen, d.m.v. fagocytose, in zich op kunnen nemen en vervolgens kunnen afbreken.

De resten worden vervolgens opgeruimd door het lichaam.

Een antistof tegen een giftige stof wordt ook wel een antigif genoemd.

Biochemie

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Antistof".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld