Een aak is een groot en stevenloos vaartuig voor gebruik op de binnenwateren en grote rivieren.
Een aakschuit is een kleine aak.
kenmerken
De kenmerken van een
aak zijn een platte bodem die voor en voor en achter omhoog is gebogen en dan maar weinig smaller wordt en hoekige
kimmen en
boegen. Na de overgang van
hout naar
ijzerbouw werden de kimmen ronder en de boegen voller.
Een moderne uitvoering met eigen motor is de
rijnaak.
De elementaire vormen van de aak zijn nog terug te vinden in de duwbakken in gebruik op de rivieren en kanalen en de nog vaak gebruikte dekschuiten van de aannemers van waterwerken.
Historie
De
aak is ontstaan als een gesleept rivierschip, net als de
hulk. Het was en is bedoeld voor het vervoer van grote hoeveelheden vracht, wat nu heet
bulkgoederen. Door de lange smalle vorm en het brede roer kon het met de stroom mee afzakken en stroomopwaarts worden gesleept. Daartoe was op het voorschip een korte stevige mast geplaatst om de sleepkabel aan te bevestigen. Het is in de
16e en
17e eeuw erg veel gebruikt en werd veel gebouwd in
Duitstalig gebied. Daar werden zij
keen genoemd.
De aak als vissersschip van de Zuiderzee en de Wadden komt voor het eerst voor in 1798 maar zijn geen aken in deze betekenis. Zij hebben ook niet de bovengenoemde kenmerken, maar zijn dan ook een mengvorm van de schokker en de rondgebouwde Friese scheepjes als de boeier, zie rondbouw.
Soorten
Er zijn heel veel soorten
aken gebouwd. Ook met uiterlijke kenmerken die aan een ander schip deed denken, of voor een specifiek doel werden gebruikt, wat dan in de naam tot uiting kwam.
Ook werd de naam vaak gebruikt voor schepen die geen aak waren in de letterlijke betekenis, dit was vaak afhankelijk van het tijdvak en de streek.
- Balant een uit de Elzas afkomstig kanaalschip kleiner dan de Herna en de Spitsbek (mingole).
- Baquet: Kleiner dan de Balant, in gebruik op het kanaal van Charleroi voor het vervoer van kolen.
- Beitelaak: Ook beytel genoemd, rivier en kanaalschip van de Belgische en Noord-Franse streek.
- Boeieraak: Vissersschip van de Zeeuwse wateren maar iets ronder van bouw dan de daar gangbare schepen als de hoogaars en de hengst.
- Dortenseaak: Een in de omgeving van Dordrecht gebouwde aak met als extra kenmerk de vloeiende lijnen.
- Hasselteraak: Een ijsselaak van wat kleinere afmeting gebouwd in de streek van Zwolle en Hasselt.
- Herna: Bijna uitsluitend in België in ijzer gebouwd kanaalschip lang en hoekig van bouw. ontwikkeld uit de Walenmajol, werd zelden gezeild, maar gejaagd.
- Klipperaak: Rivier vrachtschip met een klipper steven en een aak middenschip (platte bodem) en een tjalk (rond) achterschip. In de volksmond een klipper met paardenkont genoemd.
- Lemsteraak: Een als jacht uitgevoerde palingaak, wordt nog steeds als recreatie vaartuig gebouwd. Het is rond 1880 ontstaan uit de friese palingaak die veel ouder is. Het schip van koningin Beatrix, de Groene Draeck is een lemsteraak.
lemmeraakspant.jpg
- Minole: of spitsbek was een kleine Herna.
- Palingaak: vissersschip ontwikkeld in Friesland, de kleinere werden op de meren gebruikt voor de palingvangst en werden gewoon schuit genoemd. De grotere werden gebruikt voor de visserij in het waddengebied. De grootste uitvoering hiervan werd gebruikt om levende paling vanuit Nederland en Denemarken naar Londen te brengen. Dit is al vermeld op de "Ïnformacie upt stuck der verpondinghe" uit 1514. Het was uit gerust met een voor die tijd zeer modern uitgevoerd bazaantuig.
- Samoreus: ook Keulenaar, een grote in de streek van Keulen gebouwde rijnaak heeft de ontwikkeling naar de gemotoriseerde vaart doorlopen.
- Schoeneraak Een aak met een schoenertuig. Alleen de grote (20 meter) aken hadden genoeg stabiliteit om dit tuig te varen. Ze konden dan met een hoge deklast varen, met hoog opgegeidzeil en de gaffel topzeilen. De schoeneraak werd tot de invoering van de speciaal voor de motor voorstuwing gebouwde schepen (luxemotor) gebruikt als vrachtschip op de grote rivieren van Nederland.
- Stevenaak: Aak met los aangezette steven (niet op steven gebouwd).
stevenaak.jpg
- Westlander: Een in het Westland veel gebouwd scheepje voor het vervoer van tuinbouw producten. De eerste westlanders waren grotere (houten) schepen van het type praam. De latere kleinere ijzeren westlanders zijn een mengvorm van de Aak (daar vlet genoemd) de praam en de schouw. Zij werden voortbewogen door bomen, en latere jaren een buitenboordmotor. Door hun eenvoud en solide uitvoering zijn zij zeer gewild als rekreatie scheepje.
- Wieringeraak: Een groot (meer dan 10 meter) visserschip gebruikt door de vissers van het voormalige eiland Wieringen. Het was korter maar breder dan de lemsteraak en had een platte bodem, om droog te kunnen vallen.
wieringeraakspant.jpg
- IJsselaak: Een rondgebouwde aak in gebruik in het stroomgebied van de rivier de IJssel.
- Zandaak: Schip of scheepje dat op de benedenloop van de grote Nederlandse rivieren werd gebruik voor geankerde baggerwerkzaamheden en grindwinning. Voor dit doel werden oudere schepen aangekocht uit het hele land van alle types en maten, maar werden door de nieuwe gebruikers dan steevast als zandaak aangeduid.
historisch scheepstype | Zeilschip | Binnenvaart
Aak | Barge | Barka | Аак | 驳船