De wilde appel (Malus sylvestris) is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae) die in Europa en Zuidwest-Azië voorkomt in heggen en kreupelhoutbosjes. Het is een kleine boom of struik. De hoogte kan 10 meter bedragen, maar de plant is vaak kleiner. Van de wilde appel stammen de gekweekte rassen af (Malus domesticus). Soms wordt de plant nog als onderstam gebruikt, waarop de moderne rassen worden geënt, maar meestal worden zwakgroeiende onderstammen gebruikt. Wilde appels worden soms gekweekt als sierstruik.
De wilde appel heeft eivormige bladeren met een afgeronde of wigvormige voet. De bladeren zijn toegespitste en gekarteld of gezaagd. Het blad is ongeveer 5 bij 3 cm. De bladsteel is gegroefd en dicht behaard. Het blad is aan de bovenzijde heldergroen en aan de onderkant bleek en donzig.
De wilde appel heeft kleine bloemen met vijf witte kroonblaadjes met een roze waas. Er zijn veel gele meeldraden. De bloeiwijze is een schermvormige tros en zit aan de top van de korte loten.
De vrucht (de appel) is bolvormig en groenachtig geel met witte spikkels. Soms hebben ze een rood blosje. De top en basis hebben een indeuking. Wilde appels zijn zuur, maar smaakvol.
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Wilde appel".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world