Het West-Vlaams, ofte West-Vl(o)ams, is de streektaal die globaal gesproken wordt in de provincie West-Vlaanderen en door een deel van de bevolking van de Henegouwse gemeente Komen-Waasten, waarvan het grondgebied in 1963 is afgescheiden van de provincie West-Vlaanderen. Daarna wordt het nog gesproken in het westen van Zeeuws-Vlaanderen (hoewel deze dialecten veelal als Zeeuws worden aangeduid) en in Frans-Vlaanderen (Vlaemsch).
Het West-Vlaams bevat veel invloeden uit het Artesisch (Frans dialect) omdat de handel met dit gebied (Artesië) in de Middeleeuwen bloeide; Atrecht maakte ook deel uit, in de vroege Middeleeuwen van het graafschap Vlaanderen, in de late Middeleeuwen van De Nederlanden. Het West-Vlaamse dialect, vooral dat van de zo belangrijke handelsstad Brugge, heeft de eerste bijdrage geleverd aan de standaardisering binnen het Middelnederlands: uit de West-Vlaamse vormen weggevaagd en waagschaal ontwikkelden zich bijvoorbeeld weggeveegd en weegschaal, nu deel van de Nederlandse standaardtaal. Het West-Vlaams is het Nederlandse dialect dat het meest kenmerken van Middelnederlands overhoudt. Maar net als met het Nederduits, dat zijn ooit belangrijke positie in het Noordzeegebied moest afstaan aan het Hoogduits, verliest ook het West-Vlaams aan sprekers en aan belang.
Hoewel het West-Vlaams grotendeels Nederfrankisch is, kent het ook vele eigenaardigheden die in het verleden tot de speculatie aanleiding hebben gegeven dat er sprake zou zijn van een Fries of Nedersaksisch substraat. Dat zou ook de zeer lastige vraag kunnen beantwoorden waarom er überhaupt een tweedeling bestaat tussen West-Vlaams en Oost-Vlaams: er schijnt geen enkele geografische of politieke reden voor te zijn. Sommigen hebben de mogelijkheid dat het West-Vlaams niet volledig Nederfrankisch is, als voldoende reden gezien om te spreken van een aparte taal. Dit wordt echter over het algemeen verworpen omdat er een dialectcontinuüm bestaat met het Oost-Vlaams. Bovendien is het Hollands, waarop de standaardtaal (samen met Brabants) gebaseerd is, evenmin geheel Nederfrankisch. Omdat het dialect zich na de late Middeleeuwen anders ontwikkelde dan het Hollands en het Brabants, spreken sommigen op grond van de klankafwijkingen van een aparte taal.
Sommige verschillen tussen West-Vlaams en Standaard-Nederlands zijn groter dan die tussen Afrikaans en het Nederlands, maar Afrikaans wordt wel en West-Vlaams niet als een aparte taal beschouwd. De voornaamste reden voor het erkennen van het Afrikaans ligt, behalve in de geografische afstand, enerzijds in de grammaticale verschillen: daarin komt het West-Vlaams weer veel meer met het Standaardnederlands overeen. Anderzijds zijn politieke redenen ook zeer belangrijk (het Afrikaner-nationalisme van de de jaren twintig). Het Limburgs bevindt zich in een soortgelijke situatie: het leunt haast even dicht aan bij het Hoog Duits als bij het Nederlands en krijgt toch geen enkele status in België. In Nederland heeft het, net als het Nedersaksisch, dat in het noordoosten gesproken wordt, de status van minderheidstaal. Het Fries, dat anders dan het West-Vlaams bijna uitsluitend Ingwaeoonse (Noordzeegermaanse) kenmerken vertoont, wordt erkend als een aparte taal.
Een aantal mensen vindt dat het West-Vlaams en Limburgs, die minder met het Nederlands verwant zijn dan de andere Vlaamse dialecten, erkend zouden moeten worden als streektaal. Er wordt door enkelen geijverd voor een West-Vlaamse standaardspelling, die momenteel niet bestaat. Als het West-Vlaams al wordt neergeschreven, gebeurt dat gewoonlijk fonetisch. Vele ijveraars voor (de erkenning van) het West-Vlaams houden ook liever de verschillende dialecten in stand.
Het West-Vlaams gaat in het noorden naadloos over in het Zeeuws, dat meestal met het West-Vlaams in één groep ondergebracht wordt, die men voor het gemak ook wel eenvoudigweg met West-Vlaams aanduidt. Ook in het westen van Oost-Vlaanderen worden op West-Vlaams gelijkende dialecten gesproken, bijvoorbeeld rond Maldegem in het Meetjesland of Zulte. West-Vlaams wordt ook gesproken in het grensgebied van het departement Nord in Frankrijk (de Franse Westhoek), maar het dialect wordt daar met uitsterven bedreigd; nog slechts enkele tienduizenden mensen, vooral op het platteland, beheersen het Frans-Vlaams nog. Toch herinneren plaatsnamen als Duinkerke, Hazebroek, Kassel en Steenvoorde nog aan de Vlaamse erfenis in Noord-Frankrijk. Bovendien maakt het Vlaams in die regio door de dialectrenaissance een revival door: veel jongeren leren het, bijvoorbeeld van hun grootouders, en beginnen het op beperkte schaal weer te spreken.
In heel Vlaanderen is er in min of meerdere mate Franse woordenschat opgenomen in het volkse taalgebruik, vooral in specifieke domeinen; in het West-Vlaams is deze invloed groter:
(West-Vlaams / Frans / Nederlands)
Op grammaticaal gebied valt het West-Vlaams onder andere op door bijna immer gebruikte dubbel onderwerp:
Soms is er een onderscheid tussen mannelijk, vrouwelijk en onzijdig bij het onbepaald lidwoord:
In een ontkennende zin gebruikt het West-Vlaams, net zoals het Nederlands, een negatief bijwoord "niet". Er is echter ook een preverbaal negatief element beschikbaar, zoals men ook in het Frans gebruikt: "Jan en ee nie veel geld."
Opvallend is de vervoeging van de antwoordpartikels ja en nee wanneer men antwoordt op een vraag. Zij worden gevolgd door een clitisch pronomen naar gelang de persoon op wie ze betrekking hebben:
Typisch voor het West-Vlaams zijn de monoftongen ie en uu voor ij en ui. Deze eenklanken zijn bewaard uit het Middelnederlands. Overigens werd het grootste deel van de Middelnederlandse teksten op het gebied van het huidige West-Vlaanderen geschreven. Uitzondering hierbij is de grensstreek (bijvoorbeeld Waregem), waar diftongen toch in beperkte mate voorkomen.
In West-Vlaanderen is het dus bùten bytend koed en niet buiten bijtend koud. Ook worden de korte klinkers e, i en u anders uitgesproken dan in de standaardtaal. De (doffe) i wordt bijvoorbeeld een soort è. De h wordt meestal niet uitgesproken, daarvoor wordt g als h uitgesproken.
Dit is bij de meeste West-Vlamingen ook hoorbaar in de standaardtaal, zoals bij de meeste mensen die in een dialect zijn opgevoed. Probeert een West-Vlaming een h uit te spreken, dan klinkt dat vaak als een soort (meestal harde) g. Dit wordt dan ook wel eens geparodieerd op televisie, zoals in geilige heest en gulp van hod.
Een andere eigenaardigheid lijkt op een uitspraak uit het Frans: vóór t,d en s wordt oe in plaats van ou gesproken. Daar waar in het Nederlands dus vóór deze t,d en s de Germaanse vorm -ol in -ou veranderde (vb. cold - koud), heeft het West-Vlaams er een korte -oe van gemaakt. Dus: 't is koed in m'n oede koesen ( 't is koud in m'n oude kousen). Andere kenmerken zijn een verschuiving van o naar u en van oo naar eu of Umlaut in sommige woorden. Bijvoorbeeld: op - up (vaak ook: ip), ochtend - nuchtend, boter - beuter, wonen - weunen.
Gebaseerd op: Ool koett'en en ool doen, het dialect van Midden-West-Vlaanderen, Jerome Clinckemaillie; dialect uit Roeselare.
In Standaardnederlands:
Vlaamse streektaal en dialect | provincie Henegouwen | provincie West-Vlaanderen | taal in Frankrijk
Westflämische Dialektgruppe | West Flemish | Flamenco occidental | Flamand occidental | Fiammingo occidentale | West-Vlaams | West-Vlams
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"West-Vlaams".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world