Wenen (Duits: Wien) is de hoofdstad van Oostenrijk en vormt sinds 1922 een eigen deelstaat. Het ligt in het uiterste oosten van het land aan de rivier de Donau. De stad heeft 1.631.082 inwoners (2005), en is daarmee veruit de grootste stad en het cultureel en politiek centrum van Oostenrijk. Internationale organisaties die hun hoofdkwartier in Wenen hebben zijn UNIDO, OPEC, IAEA en CIOFF.
In 1221 kreeg Wenen stadsrechten en werd een stadsmuur opgetrokken. Daarna groeide het snel uit tot een belangrijk handelsknooppunt. In 1278 kwamen Wenen en Oostenrijk onder het huis van Habsburg. In 1438 werd hertog Albrecht V tot koning Albrecht II van het Duitse Rijk gekozen, en werd Wenen rijkshoofdstad. In 1469 werd Wenen bisschopszetel, en in 1526, toen Hongarije en Bohemen onder de heerschappij van de Habsburgers gekomen waren, werd Wenen keizersstad.
In 1529 werd Wenen voor de eerste maal vergeefs belegerd door de Turken. De stad hield slechts met moeite stand, tot uiteindelijk een uitbraak van de pest en vrees voor een vroeg invallen van de winter de Turken tot de terugtocht dwongen. Het volgende jaar werden de stadsmuren vervangen door een moderne versterking naar Italiaans voorbeeld. Bastions en een stadsgracht beschermden de muren, en rond de stad werd een brede strook onbebouwd land aangelegd, de "Glacis", zodat de verdedigers vrij schootsveld hadden. De bouw aan deze nieuwe vestingwerken duurde tot in de 17e eeuw. Bij de tweede Turkse belegering in 1683 beschermden ze de stad twee maanden lang, totdat het Turkse leger wegens de komst van een ontzettingsleger geleid door de Poolse koning Jan Sobieski van de stad wegtrok, en het beleg opnieuw onsuccesvol was geweest. Hiermee werd ook de groei van het Osmaanse Rijk tot staan gebracht.
Stad en omgeving waren zwaar getroffen, maar werden enthousiast weer opgebouwd. Gedurende deze wederopbouw kreeg Wenen een sterk barok uiterlijk. Er werd vooral veel gebouwd in de vrijwel volledig vernielde voorsteden, die in 1704 een eigen ruim aangelegd verdedigingssysteem kregen, de "Linienwall". Schoenbrunn.jpg. (Foto 2003)]] Keizerin Maria Theresia laat paleis Schönbrunn bouwen en stimuleert de muzikale ontwikkeling van de stad. Haar zoon en opvolger Jozef II bouwt in 1784 het eerste algemene ziekenhuis van de stad (dat overigens nog steeds bestaat), opent keizerlijk jachtgebied het Prater voor de bevolking en zet zich in voor godsdienstvrijheid. Hiermee veroveren zij de harten van de Weners.
Gedurende de oorlogen met Frankrijk werd Wenen twee keer door Napoleon ingenomen, in 1805 en 1809. De eerste verovering was zonder strijd geweest: De Franse maarschalken kwamen met witte vlag over de Taborbrug, toen de enige en sterk verdedigde Donaubrug, en overtuigden de Oostenrijkse bevelhebbers dat de oorlog reeds voorbij was. In tussentijd kon het Franse leger ongehinderd binnentrekken. De tweede verovering van Wenen daarentegen vond slechts na uitgebreid wapengeweld plaats. Kort daarna leed Napoleon bij Aspern zijn eerste grote nederlaag. Nadat Napoleon bij Waterloo verslagen was, vond in Wenen van 18 september 1814 tot 9 juni 1815 het congres van Wenen plaats, waarin de nieuwe grenzen en politieke verhoudingen in Europa werden vastgelegd. Rond het congres vonden vele sociale gelegenheden plaats, die Oostenrijk veel geld kostten.
De Franse revolutie van februari 1848 had ook in Wenen haar weerslag. Op 13 maart brak vanuit de Herrengasse, direct naast de residentie van de keizer en rijkskanselier Klemens von Metternich, de maartrevolutie uit. Keizer Ferdinand I was in de jaren van zijn bewind te zwak gebleken en niet meer dan een marionet van Metternich. De keizer en Metternich verlieten de stad en vanuit zijn ballingsoord abdiceerde Ferdinand ten gunste van zijn neef Frans Jozef I.
Franz Joseph luidt een nieuw tijdperk voor de stad in. De oude stadswallen worden afgebroken en vervangen door de Ringstraße, waardoor de stad verder kan uitbreiden en het inwonertal stijgt tot recordhoogte. Wenen is aan het einde van de eeuw de vijfde stad in de wereld en telt 2.031.000 inwoners in 1910. Het neerhalen van de stadswallen heeft ook tot gevolg dat een grote ringstraat wordt aangelegd met de belangrijkste openbare gebouwen daaraan. Parlement, raadhuis, universiteit, beursgebouw, opera, theaters, kerken, stadsparken en ministeries worden gebouwd.
Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd Wenen weliswaar niet direct bedreigd, maar de economische blokkade van de Centralen leidde tot een gebrek aan vooral voedingsmiddelen en kleding. Het einde van de Eerste Wereldoorlog was ook het einde van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. Op 12 november 1918 wordt de republiek Deutschösterreich uitgeroepen en keizer Karel I vertrekt naar Zwitserland. De geallieerden besluiten tijdens de Vrede van Versailles echter dat Oostenrijk een klein land moet worden, dat het geen bondgenootschap met Duitsland mag hebben en zo ontstaat de Republiek Österreich. Wenen was nu eigenlijk te groot geworden voor de kleinere staat, en werd daarom, en om de daarmee verbonden belastingen, vaak "waterhoofd" genoemd.
In 1921 werd Wenen van het omringende Neder-Oostenrijk afgescheiden, en werd een aparte bondsstaat. Politiek werd het beheerst door de socialisten. De slechte economische situatie leidde echter tot politieke radicalisering en polarisering. Aan socialistische zijde ontstond de Republikanische Schutzbund, een goed georganiseerde en uitgeruste paramilitaire organisatie. Aan de andere kant stond de Heimwehr, dat als tegenhanger van de arbeidsbeweging ook door de industriëlen werd ondersteund. Deze laatste vielen uiteen in een monarchistische en een Duits-nationalistische vleugel.
De brand van het justitiepaleis in 1927, het instorten van een van de grootste banken van het land en uiteindelijk de ontbinding van het parlement in 1933 markeerden de weg naar de burgeroorlog in februari 1934. Nadat Engelbert Dollfuß, sinds 1932 bondskanselier en minister van buitenlandse zaken, al in 1933 de NSDAP, de Communistische partij en de Republikanische Schutzbund verboden had, trof dit verbod na februari 1934 ook de sociaal-democratische partij. Alleen het Vaterländische Front was nog toegestaan. Hij veranderde Oostenrijk in een autoritaire standenstaat en regeerde door middel van noodverordening. Voor de werkverschaffing werden een aantal grote stratenbouwprojecten doorgevoerd, zoals de straat over de Kahlenberg.
Op 25 juli 1934 trachtten de nationaal-socialisten een staatsgreep te plegen. 154 als politie-agenten vermomde SS'ers bestormden het bureau van bondskanselier Dollfuß en schoten hem neer. Daarna verspreidden zij het valse bericht dat deze de regeringsverantwoordelijkheid aan A. Rintelen had overgedragen. Hiermee begon een nationaal-socialistische opstand in geheel Oostenrijk, die echter enige dagen later neergeslagen werd. De overwinning op het nationaal-socialisme was echter maar tijdelijk. Oostenrijk werd omringd door de fascistische staten Duitsland en Italië, en kon steeds moeilijker standhouden tegen de politieke en economische druk. Op 12 februari 1938 dwong Adolf Hitler de Oostenrijkse bondskanselier Kurt von Schuschnigg een overeenkomst te sluiten, waarin het verbod op de nationaal-socialistische partij werd opgeheven, de partij in de regering werd opgenomen, en daarbij het ministerie van Binnenlandse Zaken, en daarmee dus de controle over de politie kreeg. Om de hierdoor voorbereide machtsovername te verhinderen, kondigde Schuschnigg voor 9 maart een referendum aan. Problemen in de stemmingsvoorbereiding gaven echter Hitler een voorwendsel om dit te verhinderen. Hij stelde een ultimatum op, dat de machtsovergave aan de nationaal-socialisten vorderde en dreigde met de intocht van Duitse troepen in Oostenrijk. Omdat de bondspresident weigerde een nationaal-socialistische opvolger te benoemen, volgde op 12 maart de invasie. De Oostenrijkers boden geen weerstand, en de bevolking jubelde de Duitse Wehrmacht zelfs toe. Op de volgende dag werd de "Anschluss" aan Hitler-Duitsland verkondigd.
De anti-Joodse politiek van de Nazi's viel in Wenen, waar het antisemitisme al eeuwen oud was en sinds het begin van de 20e eeuw toegenomen was, in goede aarde. In de Reichsprogromnacht op 9 november 1938 werden de synagoges, niet alleen religieuze maar ook sociale centra in het Joodse leven, verwoest. Naast de jodenvervolging speelde Wenen een centrale rol in de moord op zwakbegaafden door de Nazi's. Vanuit het hele rijk voerden de Nazi's kinderen naar ziekenhuis Am Spiegelgrund, waar ze werden vermoord. De bombardementen van 1944 en 1945, alsook de gevechten tijdens de verovering van Wenen door de Sovjettroepen in april 1945 veroorzaakten grote vernielingen in de stad. Desondanks zijn vele historische gebouwen bewaard gebleven. De vernielde gebouwen werden grotendeels na de oorlog herbouwd.
Reeds kort na het einde van de gevechten werd een provisorische stadsregering en stadsbestuur opgericht. Ook de politieke partijen werden opnieuw gevormd. Op 29 april werd het parlementsgebouw door de bezetters aan de nieuwe regering overgegeven en Karl Renner verkondigde het herstel van de democratische Republiek Oostenrijk. Kort na het einde van de oorlog (in april 1945) werd een provisorische gemeenteraad ingesteld. In november werden de eerste gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Van de 100 zetels kreeg de socialistische partij (SPÖ) er 58, de volkspartij (ÖVP) 36 en de communistische partij (KPÖ) 6.
Al in 1946 werd het zogenaamde "Gebietsänderungsgesetz" besloten, dat de stadsuitbreiding van 1938 weer ongedaan maakte, maar een veto door de bezettingsmacht verhinderde de uitvoer ervan tot 1954. Slechts twee districten die voor 1938 geen onderdeel van Wenen hadden uitgemaakt, werden deel van de staat: XXII Donaustadt ten noorden van de Donau en XXIII Liesing in het zuiden. Op 15 mei 1955 werd het "Oostenrijkse Staatsverdrag" gesloten, waarbij Oostenrijk weer een onafhankelijk land werd. Zowel de Russische nationalisatie van delen van de industrie als het Amerikaanse Marshallplan waren een hulp in de economische wederopbouw van de stad.
Aan het eind van de 20e eeuw kreeg Wenen een "skyline" door de bouw van twee wolkenkrabbers, de Andromeda Tower en de Milleniumstower, aan de beide oevers van de Donau. Hun bouw, en het geplande station "Wien Mitte" bedreigden de status van de binnenstad als Werelderfgoed, en werden daarom heftig bediscussieerd.
Wenen telt vele bouwwerken uit de barok, maar ook uit andere stijlperioden. Het zomerpaleis van de Oostenrijkse keizers, Schönbrunn, had de intentie Versailles naar de troon te steken. Hoewel het kleiner is dan de Franse tegenhanger blijft het groot en indrukwekkend. De Stephansdom, gebouwd in de 12e eeuw, kardinaalszetel, is ook vermeldenswaard. De Minorietenkerk (Minoritenkirche) uit de 12e en 13e eeuw is opgetrokken in Frans-gotische stijl. De binnenstad van Wenen staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO.
In het begin van de twintigste eeuw bloeiden in Wenen de aan art nouveau verwante Sezession en Jugendstil schilderstijlen. Belangrijkste proponenten waren Gustav Klimt (schilderkunst) en Otto Wagner (architectuur). De bekendste werken van Klimt zijn De Kus en Judith. Wagner ontwierp o.a. vele stations van de Wiener Stadtbahn, de Postsparkasse (postkantoor) en de Kirche am Steinhof.
Het interbellum, de periode tussen 1918 en 1938, kenmerkt zich door Het rode Wenen. Wenen ontwikkelde zich in die periode tot een socialistische stad. Overal werd sociale woningbouw verricht. Het beste voorbeeld hiervan is de Karl Marx Hof in Heiligenstadt (noordelijk Wenen). Dit gebouwencomplex werd tussen 1927 en 1930 gebouwd door Karl Ehn, een leerling van Otto Wagner, en omvat 1382 woningen. Na de burgeroorlog van 1934 eindigde deze periode.
Een ander voorbeeld van bijzondere sociale woningbouw is het Hundertwasserhaus, in 1985 gebouwd door Friedensreich Hundertwasser. Het gebouw kenmerkt zich door de felle kleuren, onregelmatige vormen en het vele groen. Hundertwasser ontwierp ook de vuilverbrandingsoven in Spittelau (noordelijk Wenen).
Wiener_Schnitzel.jpg | Fiakergulasch.jpg | Cafe_Central_Wenen.jpg De Weense keuken is een mengelmoes van verschillende culturen, zoals de stad Wenen dit zelf ook was als hoofdstad van het Oostenrijkse keizerrijk. Invloeden van Bohemen, Hongarije, Slowakije, Italië en de Balkanlanden zijn duidelijk te merken.
Enkele van de beroemdste gerechten:
Enkele beroemde koffiehuizen:
Wenen ligt bij de Donau (niet aan de Donau, zoals wel eens wordt gedacht, dit is de Wien waarnaar de stad ook genoemd is) en tochten over de Donau richting de Wachau (Neder-Oostenrijk) vertrekken vanaf Schwedenplatz aan het Donaukanaal.
Hoofdstad | Metropool in Europa | Oostenrijkse deelstaathoofdstad | Stad in Oostenrijk | Wenen | Werelderfgoed in Oostenrijk
Wene | Wien | Biena | فيينا | Вена | Виена | Vienna | Beč | Viena | Vídeň | Wien | Wien | Wien | Vienna | Vieno | Viena | Viin | Viena | Wien | Vienne (Autriche) | Vín | וינה | Beč | Bécs | Wina | Wien | Vín (borg) | Vienna | ウィーン | ვენა | 빈 | Wien | Vindobona | Wien | Wene | Vièna | Viena | Vīne | Виена | Wien (Stadt) | Wienen | Wien | Wiedeń | Viena | Viena | Вена (город) | Beč | Vienna | Viedeň | Dunaj | Vjena | Беч | Wien | Viyana | Відень | Wien | 維也納