Pygoscelis papua.jpg heeft altijd koude voeten.]] Warmbloedige organismen hebben een interne productie en regulatie van warmte. Dit in tegenstelling tot koudbloedige organismen die afhankelijk zijn van externe warmtebronnen voor de regulatie van hun lichaamstemperatuur. Bekende warmbloedige dieren zijn vogels en zoogdieren.
Lange tijd werd gedacht dat dieren óf koudbloedig zijn en altijd dezelfde temperatuur als de omgeving hebben, ofwel warmbloedig zijn en een constante lichaamstemperatuur handhaven door energie te verbranden. Het bleek echter wezenlijk anders in elkaar te steken; er zijn zowel koudbloedigen die de temperatuur en hun metabolisme kunnen opvoeren als warmbloedigen die de lichaamstemperatuur kunnen verlagen, soms zelfs drastisch. Tegenwoordig worden de verschillende soorten van warm- en koudbloedigheid meer als verschillende vormen van thermoregulatie gezien dan als twee verschillende groepen.
Homoiotherm of homeotherm (Grieks: homoios = onveranderlijk therm = warmte) wil zeggen dat de lichaamstemperatuur altijd constant is, en een kleine afwijking kan al gevaarlijk zijn voor het functioneren van het dier. Deze vorm sluit het beste aan bij de klassieke beschouwing van warmbloedigheid. Een voorbeeld is de mens, die een temperatuur heeft van 37,5° Celsius, onder de 36° spreekt men al van onderkoeling, boven de 40° heeft men zware koorts.
De derde vorm heeft nog geen Nederlandse naam (Engels: tachymetabolism; trachy = snel, metabol = veranderen). Het betreft alle dieren die als ze actief zijn een vaste temperatuur hebben, en deze tijdens de rust de stofwisseling maar zeer beperkt omlaag kunnen brengen. Een voorbeeld zijn beren, die geen echte winterslaap kunnen houden omdat de stofwisseling en lichaamstemperatuur nauwelijks dalen. Hierdoor verbruiken ze meer energie dan wanneer ze sterk af zouden koelen zoals bijvoorbeeld muizen en ontwaken ze makkelijk uit de slaap. De tegenhanger wordt bradymetabolism (Engels) genoemd en betreft organismen die juist een laag basismetabolisme kennen en veel sterker kunnen afkoelen.
Ook kolibries zijn in staat om over te schakelen van een zeer snelle stofwisseling tijdens de vlucht naar een veel tragere tijdens de rust, dit heeft dus niets met de omgevingstemperatuur te maken. Tijdens het vliegen kan het hart tot 500 slagen per minuut maken, 's nachts neemt het aantal slagen af en is de lichaamstemperatuur enkele graden lager, zo spaart de vogel veel energie.
Warmbloedige diersoorten die hun metabolisme drastisch om kunnen zetten worden ook wel heterotherm genoemd (hetero = anders, therm = temperatuur). Heterotherme organismen hebben een stabiele temperatuur als ze actief zijn, en eveneens bij rust, maar beide fasen kennen een sterk afwijkende lichaamstemperatuur, zoals eerder genoemde vleermuizen. Deze term geldt ook voor soorten die in verschillende lichaamsdelen een andere temperatuur weten te handhaven. Deze soorten hebben biologische warmtewisselaars die voorkomen dat warm bloed door bepaalde lichaamsdelen stroomt, meestal de ledematen. Een voorbeeld zijn vogels die in arctische gebieden leven, zoals pinguins. De poten van deze vogels zijn veel kouder dan de rest van het lichaam, hierdoor gaat minder warmte verloren en vriezen ze niet vast aan het ijs. Ook de lederschildpad kan als heterotherm worden gezien omdat de zwempoten warmer zijn dan de rest van het lichaam om ze efficiënter te kunnen gebruiken bij het zwemmen.
Een voordeel van poikilotherme organismen is dat ze veel minder voedsel nodig hebben en het langer uithouden. Een koudbloedige heeft bij een gelijk lichaamsgewicht een derde tot een tiende van de hoeveelheid voedsel nodig die een warmbloedige moet consumeren om warm te blijven. Een koudbloedige is dus gedurende kortere tijd actief, maar kan wel vrijwel alle energie steken in het voedsel opnemen en de voortplanting. Dit heeft ervoor gezorgd dat op sommige geïsoleerde ecosystemen veel minder warmbloedigen te vinden zijn, omdat er te weinig voedsel voor ze is. Het komt ook voor dat warmbloedigen die in een ecosysteem worden geintroduceerd de koudbloedigen in rap tempo van de kaart vegen omdat ze gedurende langere tijd per dag voedsel kunnen zoeken en veel actiever zijn. Een voorbeeld hiervan zijn de geiten die werden ingevoerd op de Galápagoseilanden, en binnen korte tijd grote hoeveelheden grassen aten. Het gevolg was dat enkele soorten grote landschildpadden hierdoor sterk in aantal achteruit ging omdat deze grassen ook het hoofdvoedsel van de schildpadden zijn.
Homoiothermie | Warm-blooded | Sangre caliente | Homéotherme | הומותרמיות | Omeotermia | 恒温動物 | Zwierzę stałocieplne | Varmblodig | 恒温动物
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Warmbloedig".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world