article

Een voorzetsel (of prepositie) is een onverbuigbaar woord zoals: aan, bij, door, in, naast, om en tussen, dat de aard van de relatie tussen verschillende elementen in de zin aangeeft:

  • Het kantoor is open vanaf tien uur.
  • De fiets staat naast de brommer.
  • Schilder je met een roller of een kwast?

De combinatie van voorzetsel en zelfstandig naamwoord of zelfstandig-naamwoordgroep (bijv. naast de brommer, met een kwast) wordt voorzetselgroep genoemd. Een voorzetsel staat gewoonlijk voor het element waar het bij hoort, maar het kan er soms ook achter staan (men spreekt dan wel van een achterzetsel), bijvoorbeeld:

  • Ze reden het tuinpad op.

Een aantal werkwoorden of werkwoordelijke uitdrukkingen wordt verbonden met een zogenaamd vast voorzetsel, bijvoorbeeld: belang hechten aan, grenzen aan, afrekenen met, snakken naar, wachten op, bestand zijn tegen.

Om te beoordelen of een woord een voorzetsel betreft kan worden gekeken of het kan worden geplaatst voor de woorden "de kooi". Zoals op, onder, voor, achter, tegen, naar, in, buiten, vanaf, met, zonder, bij enzovoorts.

Verbuiging


Anders dan in het Duits of in het Latijn worden alle voorzetsels in het Nederlands gevolgd door de vierde naamval. Het is daarom dat men wel kan zeggen "ik heb het hun gegeven" of "ik heb het aan hen gegeven" en dat "ik heb het aan hun gegeven" foutief is. Een ander voorbeeld, waarbij het niet in achtnemen van deze regel in de schrijftaal tot contaminatie leidt is bij andere staande naamvalsvormen; zoals "den volke kond doen". Dit wordt soms verbasterd tot "aan den volke kond doen" in plaats van "aan het volk kond doen". Indien men een voorzetsel gebruikt mag men zich dus niet meer van een datiefvorm (den volke) bedienen.

Oorsprong der voorzetsels


In oudere Indoeuropese talen (Latijn, oud-Grieks, Sanskriet, Gothisch, enz.) werd een veel groter aantal verbanden tussen werkwoorden en zelfstandig naamwoorden, of tussen zelfstandig naamwoorden onderling, aangeduid met naamvallen. Daarnaast kwamen ook toen al voorzetsels voor, die altijd door een bepaalde naamval werden "geregeerd", welke meestal zelf al een functie had die in de richting van dat voorzetsel gaat. (b.v. Ltijn: ab urbe, van de stad vandaan; de ablativus heeft op zich zelf al de betekenis van verwijdering).

De taalkundigen gaan ervan uit dat in de Indoeuropese oertaal al dit soort verbanden uitsluitend met naamvallen werd aangeduid, waarvan er waarschijnlijk 8 bestonden. Daarbij werden soms bijwoorden geplaatst om het verband nauwkeuriger te omschrijven. Die werden vervolgens aangevoeld als voorzetsels welke absoluut door de corresponderende naamval gevolgd moesten worden. Wanneer in een later stadium van de taalontwikkeling het naamvallenstelsel in verval geraakt (doordat verschillende naamvallen dezelfde vorm zijn gaan krijgen), gaat het betrokken voorzetsel dan zelfstandig de functie vervullen, die oorspronkelijk hoofdzakelijk door de naamval werd gedragen.

Zie ook

Grammatica

Предлог | Araogenn | Forholdsord | Präposition | Adposition | Prepozicio | Preposición | Préposition | 前置詞 | Preposisjon | Przyimek | Preposição | Предлог | Preposition | Preposition | Divancete | 前置詞

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Voorzetsel".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld