Algemeen
De
vlinderbloemenfamilie (
Fabaceae oftewel
Leguminosae) is een groep van
planten in de orde
Fabales, en een van de grootste families van bloeiende planten met 650 geslachten en meer dan 18.000 soorten. Ze komen bijna over de hele wereld voor. Deze planten worden gewoonlijk Leguminosae genoemd en zijn zeer belangrijk voor onze
eiwitvoorziening, omdat ze een hoog eiwitgehalte hebben. Deze familie bevat vele van onze meest waardevolle voedselsoorten zoals
bonen,
erwten,
tuinbonen,
pinda's, en
sojabonen.
Wetenschappelijke naamgeving
De wetenschappelijke naam is omgeven door misvattingen. De vanouds geaccepteerde naam is
Leguminosae (de peulachtigen) met als recent alternatief
Fabaceae. Sommigen doen het ten onrechte voorkomen alsof de naam
Leguminosae verouderd zou zijn. Dat is niet het geval. De
International Code of Botanical Nomenclature (
ICBN) erkent in Art 18.5 dat
Leguminosae de correcte naam is. In de praktijk is dit ook de meest gebruikte naam voor deze groep. Inderdaad, van de
ICBN mag
Fabaceae ook.
Deze familie van de Leguminosae wordt veelal ingedeeld in drie onderfamiles (Caesalpinioideae, Mimosoideae en Papilionoideae) die, van tijd tot tijd, ook wel beschouwd worden als families (Caesalpiniaceae, Mimosaceae en Papilionaceae). Nu wil het geval dat het verhaal zich hier herhaalt. De Papilionaceae en Papilionoideae mogen ook Fabaceae en Faboideae genoemd worden. Dit leidt ertoe dat Fabaceae gebruikt mag worden voor twee groepen van geheel verschillende grootte. Als deze naam in een boek voorkomt is het altijd nodig op te zoeken welke van beide betekenissen bedoeld wordt. De naam Leguminosae is altijd eenduidig en heeft betrekking op het grote geheel.
Bloembouw
De
bloemkroon bestaat uit 5 blaadjes, die ten dele met elkaar vergroeid zijn en uit 3 delen bestaat: een vlag ( 1 kroonblad), 2 zwaarden ( 2 kroonbladen) en een kiel( 2 vergroeide kroonbladen) . Er zijn vaak vijf of tien
meeldraden aanwezig, en één
stamper.
Vrucht
De
vruchten heten peulen en komen in allerlei vormen voor. De gewone vorm zoals bij de erwt en boon. Lidpeulen of gekromde, gedraaide en gewonden peulen met haken aan de peultjes. Lidpeulen zijn in hokjes verdeelde peulen.
Blad
Het
blad is meestal samengesteld, en vaak zijn er
steunblaadjes aanwezig. De bladeren kunnen veelal s'nachts de zogenaamde slaaphouding aannemen.
Bestuiving
Voor de
Papilionoideae geldt dat als de bloem geen nectar geeft dat de tien meeldraden samen een kokertje vormen. De meeldraden heten dan éénbroederig. Is er wel nectar aanwezig dan geeft een losse meeldraad toegang tot de plaats met nectar of zorgt ervoor dat de nectar zich onderin de bloem verzamelt. De vlag draagt dikwijls een honingmerk of is opvallend gekleurd. Dit kroonblad is het uithangbord van de bloem voor
insectenbezoek. De nectar zit onder in de bloem. Daarom kunnen alleen insecten met een lange tong, zoals
hommels bij de nectar komen. Insecten met een te korte tong bijten soms onderin de bloemkroon een gaatje om zo bij de nectar te kunnen komen. Bijna alle bloemen van de
Papilionoideae zijn afhankelijk van insectenbezoek en zijn daar speciaal op ingericht. Enige van onze belangrijkste peulvruchten zoals bonen en erwten zijn echter zelfbestuivers. De tuinboon is zowel zelfbestuivend als kruisbestuivend. Voor de bestuiving kunnen bij de
Papilionoideae vier verschillende methoden worden onderscheiden:
- De springveer methode. De zwaarden en de kiel vormen een verende zitplaats voor de bestuivende insecten. Komt een insect op de bloem dan kunnen stijl en meeldraden plotseling tevoorschijn springen en zo het stuifmeel over het insect strooien. Tegelijkertijd raakt de stempel daarbij het lichaam van de hommel of bij aan om zo bestoven te worden.
- De pomp methode. Hierbij wordt het stuifmeel steeds met kleine beetjes tegelijk uit de top van de kiel gespoten. Het insect wordt bij deze methode als deze op de kiel gaat zitten vanonder met stuifmeel bedekt.
- De klapstoel methode. Zodra het insect op de bloem gaat zitten veert de kiel naar beneden en komen de stempel en de meeldraden te voorschijn. Bij het verlaten van de bloem veren ze weer terug.
- De stijlborstel methode. Een schuifje onder de stempel veegt het stuifmeel uit de kiel en strijkt het op het insect af.
Verspreiding
Vele soorten slingeren bij het openspringen van de peulen de zaden weg.
Stikstofbinding
Tuinboon_stikstofknolletjes.jpgDe meeste soorten van de
Fabaceae leven in symbiose met stikstofbindende bacteriën (
Rhizobium sp.). Deze bacteriën kunnen
stikstof uit de lucht binden, dat de plant vervolgens voor de groei kan gebruiken. De plant maakt door
fotosynthese in de bladeren
suikers aan, waarvan de bacterie leeft.
Geslachten
Tot deze familie behoren de volgende geslachten met artikelen in de Wikipedia:
In Nederland komen ook nog de volgende geslachten voor:
Overige belangrijke geslachten:
Fabales | Papilionoideae | Plantenfamilie
Ærteblomst-familien | Schmetterlingsblütler | Fabaceae | Fabacoj | Fabaceae | Hernekasvit | Fabaceae | פרפרניים | Fabaceae | マメ科 | Pupiniai augalai | Fabaceae | Bobowate | Fabaceae | Fabaceae | Ärtväxter | Fabaceae | Legumineuse | 豆目