article

Vliegen en muggen vormen samen de insectenorde der tweevleugeligen (diptera). Alle andere orden van insecten (behalve de zeer kleine orde van de strepsiptera) hebben nul of vier vleugels. Het tweede paar vleugels is bij deze orde gemodificeerd tot kleine, soms knotsvormig orgaantjes achter de vleugels die vooral bij de langpootmuggen nog zeer makkelijk waarneembaar zijn.

De tweevleugeligen vormen een van de meest succesvolle orden van de insecten; het aantal beschreven soorten bedraagt ongeveer 160.000. Ze zijn vaak zeer goede vliegers met een korte generatietijd en dus een razendsnelle voortplanting onder de juiste omstandigheden. Diptera hebben een volledige gedaanteverwisseling: de larve die uit het ei komt is vaak pootloos en wormachtig. Vliegenlarven heten maden.

De orde tweevleugeligen bestaat uit een groot aantal families. Hier volgen de bekendste families met veel soorten, waarover veel Nederlandse publicaties en berichten zijn. Vlieg-monddelen-zuigorgaan.jpg | Vlieg-uiteinde-poot-voet.jpg | FL-Fly.jpg

Diptera


Brom- en keizervliegen


Blauwe, groen metaal-glanzende, grijze soorten; veel in de menselijke omgeving, larven leven van dierlijk materiaal, veel soorten zijn zeer gespecialiseerde lijken-opruimers of parasieten.

Dansvliegen


Het meest bekend doordat ze zwermen vormen en vaak in de omgeving van water te vinden zijn; veel kleine soorten met een aantal opvallende grote die in het voorjaar veel op bloemen te zien zijn; langwerpig van vorm met korte tot zeer lange steeksnuit.

Dazen of paardenvliegen

In drie groepen, regendazen met grijsgevlekte vleugels, goudoogdazen met grote zwarte vlakken op de vleugels, en de grote dazen; vrouwtjes zuigen bloed bij grote zoogdieren, vaak bij vee, maar naar verhouding weinig bij de mens.

Huisvliegen

In principe door iedereen gekend; de larven leven vooral van plantaardig materiaal en zijn meestal te vinden tussen allerlei afval; gewaardeerde en zeer nuttige bewoners van composthopen, maar lastig als je de compost in een groene container in huis haalt. Een huisvlieg leeft ongeveer 3 weken.ze hebben een slurf waar ze hun voedsel mee nutigen.

Roofvliegen


Meestal grote soorten, langwerpig gebouwd met forse poten, die vol staan met grote sterke borstels; jagen op insecten; larven in de bodem of in gangen in dood hout, waar ze ook van de jacht leven.

Sluip- of parasietvliegen


Met een duidelijk bobbeltje (postscutellum genaamd) tussen borststuk en achterlijf en met talrijke sterke borstels; parasieten van kevers, muggen, sprinkhanen, andere vliegen, vlinders, wantsen.

Vleesvliegen


Meestal zeer gespecialiseerde lijken-opruimers of parasieten van slakken, regenwormen, kevers, spinnen, duizend- en miljoenpoten en andere dieren; over heel de wereld hebben de meeste soorten een grijs borststuk met zwarte lengtestrepen en een dambord-patroon van zwart en grijze weerschijnvlekken op het achterlijf. Wijfjes kunnen rottend materiaal op grote afstand ruiken.

Zweefvliegen


De meest bekende en makkelijkst te vinden bloembezoekers; de vliegen leven van stuifmeel en nektar; de larven van de grootste groep jagen net als lieveheersbeestjes op bladluizen en horen tot de nuttigste insecten; heel belangrijk voor biologische bestrijding van veel plagen in plantenteelt en tuinierderij.

Literatuur


  • Paul L.Th.Beuk, ed. Checklist of the Diptera of The Netherlands. KNNV 2002. Een overzicht van alle in Nederland voorkomende soorten. Te krijgen bij veel natuurmusea, IVN- en KNNV-afdelingen. Zie ook
  • website over het boek.

Externe links


Insect

Tovinger | Zweiflügler | Diptera | Dipteroj | Diptera | Kahetiivalised | Kaksisiipiset | Diptera | זבובאים | Diptera | ハエ目 | 파리류 | Dvisparniai | Tovinger | Muchówki | Diptera | Tvåvingar | 雙翅目

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Tweevleugeligen".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld