article

VOC-Amsterdam.svg De Vereenigde Oostindische Compagnie (vaak afgekort tot VOC) was een uiterst succesvol Nederlands handelsbedrijf dat in de 17e en 18e eeuw het overheidsmonopolie bezat op de handel met Azië. De VOC was lange tijd het grootste handelsbedrijf ter wereld dat op Azië voer.

De VOC was de eerste echte multinational ter wereld en wordt eveneens gezien als het eerste bedrijf dat aandelen uitgaf, teneinde de uitvaarten te kunnen bekostigen. Zelfs de Engelse East India Company was tot aan het eind van het bestaan van de VOC niet zo machtig. Dat kwam vooral door de krachtige kapitaalinstroom in Amsterdam waardoor het mogelijk was de kostbare reizen te organiseren en belangrijker nog om de militaire structuur in het Oosten op te bouwen.

De VOC puntsgewijs


  • Start: 1602
  • Einde: 1798
  • Stichter: de Staten-Generaal onder aansturing van Johan van Oldenbarnevelt
  • Doel: handel met Oost-Indië, India, Ceylon, Korea, Japan, China en de vestiging van Nederlandse handelsposten en kantoren; bestrijding van concurrentie; koloniseren van gebieden voor de Nederlandse staat; vestigen van plantages en factorijen
  • Financiering: via aandelen, kapitaal: ruim 6,4 miljoen gulden, ingelegd door aandeelhouders. Per reis kon iedereen met wat geld deelnemen in de opbrengst, wat duizenden Hollanders/Westfriezen en Zeelanders ook deden.
  • Vestigingen: hoofdkantoor Amsterdam; tussenstation Kaap de Goede Hoop, verder onder meer Batavia, Ceylon, India (Hougly, lange tijd de meest winstgevende vestiging) en Desjima.
  • Organisatie: Drie Hollandse steden waren lid en hadden het recht tochten naar Indië te maken: Amsterdam, Rotterdam en Delft, twee Westfriese steden Hoorn en Enkhuizen en één Zeelandse stad, Middelburg.
  • Bestuur: de 'Heeren XVII', de hoofddirectie van 17 mensen, afgevaardigd door de zes deelnemende steden.
  • Schepen: in totaal 2000, waarvan er 629 vergingen of verdwenen
  • Soorten schepen: spiegelretourschip, fluit, jacht, pinas, fregat, hoeker, galjoot
  • Personeel: in de twee eeuwen van haar bestaan zijn in totaal bijna 1 miljoen mensen uitgevaren; er stierven er gemiddeld 300 tot 500 per jaar vanwege de reizen; rangen aan boord liepen van scheepsjongen van 10 jaar tot schipper en opperkoopman; een matroos verdiende midden in de 17de eeuw zo'n 100 gulden per jaar
  • Bekendste VOC-er: Jan Pieterszoon Coen, stichter van Batavia
  • Producten: aanvankelijk vooral peper, foelie, nootmuskaat en kaneel, later ook koffie, thee, textiel en porselein
  • Voorbeeld: de Britse East India Company, opgericht in 1600.

Oprichting


Tot 1595 was de handel in Oosterse specerijen volledig in handen van Portugal dat vanaf 1498 vaarroutes naar Azië ontdekte. Kaarten en vaarroutes werden echter strikt geheim gehouden zodat Portugal in feite het monopolie op de handel had. Pas toen in 1592 Jan Huygen van Linschoten terug kwam uit de Oriënt kreeg men in de Republiek voldoende kennis in handen om zelf een expeditie uit te rusten. In 1595 stuurde de Compagnie van Verre een expeditie van vier schepen uit naar Indië onder leiding van koopman Cornelis de Houtman. Toen in 1597 drie van de vier schepen behouden terugkeerden, bleek dat een dergelijke expeditie mogelijk was. Er werd meteen al in 1598 een groot aantal expedities vanuit Nederland naar Indië gestuurd. Sommige liepen op mislukkingen uit, andere waren een groot succes met winsten van enkele malen de kosten. In totaal werden er tussen 1598 en 1601 vijftien expedities uitgestuurd waaraan zo'n 65 schepen deelnamen. Voordat de VOC in 1602 het licht zag bestonden er in het tijdsbestek van 7 jaar 12 verschillende compagnieen, namelijk de Compagnie van Verre, de Nieuwe Compagnie, de Oude Compagnie, de Nieuwe Brabantse Compagnie, de Verenigde Compagnie Amsterdam, de Magelaanse Compagnie, de Rotterdamse Compagnie, de Compagnie van De Moucheron, de Delftse Vennootschap, de Veerse Compagnie, de Middelburgse Compagnie en de Verenigde Zeeuwse Compagnie.

Johan van Oldenbarnevelt zag de situatie met zorgen aan. De Nederlandse compagnieën waren vaak meer bezig elkaar te beconcurreren dan de Portugezen en Engelsen. Toen bovendien in 1600 de Engelse East India Company werd opgericht, spoorde hij de Staten-Generaal aan om aan deze situatie een einde te maken. De Staten-Generaal besloten alle bestaande compagnieën in één grote compagnie te laten opgaan. De beheerders van de diverse compagnieën konden aandelen in deze nieuwe Vereenigde Oostindische Compagnie nemen. De VOC werd opgericht in 1602 en bestond uit zes kamers: Amsterdam, Middelburg, Enkhuizen, Delft, Hoorn en Rotterdam. Vertegenwoordigers van deze kamers kwamen bij elkaar als de Heeren XVII. De VOC had vergaande voorrechten. Niet alleen had het een monopolie op de handel rond Kaap de Goede Hoop en door de Straat Magellaan, maar het had ook het recht om gebieden te bezetten, oorlogen te voeren en internationale verdragen te sluiten. Feitelijk kon de onderneming zich in Azië gedragen alsof het de Nederlandse staat zelf was. De VOC gebruikte deze militaire macht niet alleen om zich zelf te beschermen: moord, kolonisatie en afpersing werden niet geschuwd om handel af te dwingen.

Handelsgebied


VOC duit.jpg De VOC verdreef de Portugezen uit hun handelsgebied en verkreeg in 1622 het monopolie op nootmuskaat en foelie door de verovering van de Banda-eilanden. In 1658 werden de Portugezen ook van Ceylon verdreven waardoor de kaneelhandel volledig in handen van de VOC kwam. Door de vernieting van de kruidnagelbomen op de Molukken verkreeg men rond 1670 ook het monopolie op kruidnagel. Op Java werd het machtscentrum van de VOC in de Oost ingericht. Batavia werd door gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen in 1619 gesticht op de plaats van het voormalige Djajakarta (Jayakarta) (tegenwoordig Jakarta).

De winst van de VOC kwam in de 17e eeuw niet alleen van de handel tussen Azië en Europa, maar ook van de zogenaamde country-trade tussen de Aziatische gebieden. Er werd handel gedreven (hoewel soms maar kort) met onder meer de havenstad Mokha in Jemen, Perzië, Japan, China, Vietnam, Formosa, Cambodja, de Molukken, Ceylon, India en Thailand. De VOC was de eerste vertegenwoordiger van Nederland in de betrekkingen tussen Nederland en Thailand. Een speciale relatie had de VOC met Japan: van 1641 tot 1853 waren de Nederlanders de enige westerlingen die in Japan handel mochten drijven. Hiervoor gebruikten ze als thuisbasis het kunstmatige eiland Deshima in de haven van Nagasaki. In Japan kon de VOC relatief gunstig aan zilver komen, terwijl andere handelsorganisaties dit uit Europa moesten aanvoeren. Zilver was voor de handel tussen de landen in Azië een belangrijk ruilmiddel. In de 18e eeuw droogde de handel met Japan echter grotendeels op. In de 18e eeuw nam de handel tussen Europa en Azië verder toe. Koffie, thee en textiel werden nieuwe belangrijke handelsgoederen. Koffie kwam uit Arabië en Java, textiel uit India en thee uit China. De handel in het Aziatische gebied zelf werd echter door de hoge kosten steeds minder winstgevend.

Einde


Gedurende de 18e eeuw ging het achteruit met de VOC. Een reden hiervoor was de toename van de Engelse en Franse concurrentie. Ook waren de vaste kosten hoog vanwege de vele garnizoenen die bemand moesten worden en de sterke oorlogsvloot die nodig was om het koloniale imperium in stand te houden en verder uit te breiden. Maar ook de intra-Aziatische handel, in het begin een belangrijk financieringsmiddel voor de VOC, bracht sinds het eind van de 17e eeuw minder winst op.

Een belangrijke schadepost was ook de "particuliere handel" die bedreven werd door de personeelsleden van de Compagnie, die nogal povertjes werden betaald, maar zich in de praktijk vaak wisten te verrijken. Later, na het faillissement van de Compagnie, heeft men de afkorting VOC ook wel spottend verklaard als "Vergaan Onder Corruptie".

De VOC leunde in de 18e eeuw op de winsten die in Amsterdam met de verkoop van goederen werden gemaakt. Toen echter door de Vierde Engels-Nederlandse oorlog (1780-1784) de retourschepen de Republiek niet meer konden bereiken, ging het snel bergafwaarts. In 1781 besloot de compagnie het uitbetalen van dividenden te staken. Maar ook dit, en steun van de Staten-Generaal, kon het tij niet keren. De invasie van de Fransen en de oprichting van de Bataafse Republiek betekende het einde. Op 17 maart 1798 werd de VOC ontbonden. Haar schulden en bezittingen gingen over op de Republiek. Uiteindelijk werden in de gehele bestaansperiode meer dan 4700 reizen onder VOC-vlag naar Azië aanvaard.

Zie ook


Artikelen betreffende de VOC

VOC-schepen

Andere Oost-Indische Compagnieën

Externe links


Nederlandse multinational | VOC | Oost-Indische Compagnie

Verenigde Oos-Indiese Kompanjie | Niederländische Ostindien-Kompagnie | Dutch East India Company | Nederlanda Orienthinda Kompanio | Compañía Holandesa de las Indias Orientales | Compagnie néerlandaise des Indes orientales | Vereenigde Oostindische Compagnie | Compagnia Olandese delle Indie Orientali | オランダ東インド会社 | Syarikat Hindia Timur Belanda | Det nederlandske Ostindiske kompani | Holenderska Kompania Wschodnioindyjska | Companhia Holandesa das Índias Orientais | Голландская Ост-Индская компания | Holländska Ostindiska Kompaniet | 荷兰东印度公司

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Vereenigde Oostindische Compagnie".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld