Consttreat.jpg De Europese Grondwet (formeel: Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa) is een voorstel voor een verdrag tussen de lidstaten van de Europese Unie. Als het verdrag door de lidstaten geratificeerd wordt, zal het de nieuwe, wettelijke grondslag gaan vormen van de Unie.
De lidstaten van de Europese Unie hebben dit nieuwe verdrag voorgesteld, enerzijds ter vervanging van de grote verdragenserie waar de Unie tot nog toe op gebaseerd is en anderzijds met het doel tegemoet te komen aan de veranderende verwachtingen van de burgers van de Unie en de veranderende wereld waarin de Unie zich bevindt.
Op de vergadering van de Europese Raad van 17 / 18 juni 2004 werd een akkoord bereikt over de grondwet. Op 29 oktober 2004 werd de grondwet ondertekend door deze Raad en de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten. Hierna begon het ratificatieproces.
Nadat Frankrijk en Nederland in mei en juni 2005 het verdrag in referenda hadden verworpen, besloot de Europese Raad in haar top van 16-17 juni 2005 tot uitstel van ratificatie. Tien landen hadden op dat moment het verdrag geratificeerd. De oorspronkelijk geplande datum van 1 november 2006 waarop de Grondwet van kracht zou worden, werd met onbepaalde tijd verlengd. Veel landen kondigden aan hun ratificatie, al dan niet per referendum, uit te stellen.
EU Constitution NL.png De Europese Grondwet is gedeeltelijk gebaseerd op de twee hoofdverdragen die nu ten grondslag liggen aan de Europese Unie: het Verdrag van Rome (1957) en het Verdrag van Maastricht (1992). Deze verdragen zijn op hun beurt weer veranderd door onder andere het Fusieverdrag (1965), het Verdrag van Amsterdam (1997) en het Verdrag van Nice (2001).
Het startsein voor de Grondwet voor Europa is gegeven met de Verklaring van Laken, waarbij een Europese Conventie in het leven werd geroepen die een ontwerpgrondwet moest formuleren. De ontwerpgrondwet werd gepubliceerd in juli 2003. Bij de eerste Europese top over deze ontwerptekst werd al snel duidelijk dat het niet gemakkelijk zou worden het eens te worden over de uiteindelijke tekst; de top werd een mislukking. Na veel onderhandelen over voornamelijk de nieuwe definitie van een gekwalificeerde meerderheid en de toepassing daarvan, werd uiteindelijk in juni 2004 overeenstemming bereikt over de tekst.
Het grondwettelijke verdrag werd getekend in Rome op 19 oktober 2004, de plaats waar ook de eerste echte Europese Gemeenschap werd opgericht in 1957. Voor het verdrag in werking treedt moet het echter geratificeerd worden door alle lidstaten. Aanvankelijk werd verwacht dat dit proces twee jaar zou duren, maar deze termijn is met minstens één jaar verlengd. In sommige landen zal de ratificatie plaatsvinden door zowel parlementaire goedkeuring als goedkeuring door het volk (door middel van een referendum), en in sommige landen voltrekt ratificatie zich alleen parlementair.
| Referenda over het verdrag | |||
| Lidstaat | Datum | Resultaat | |
|---|---|---|---|
| Spanje | 20 februari 2005 | : 76,7 % | |
| Frankrijk | 29 mei 2005 | : 54,9 % | |
| Nederland | 1 juni 2005 | : 61,5 % | |
| Luxemburg | 10 juli 2005 | : 56,5 % | |
| Polen | Uitgesteld | ||
| Denemarken | Uitgesteld | ||
| Ierland | Uitgesteld | ||
| Portugal | Uitgesteld | ||
| Verenigd Koninkrijk | Uitgesteld | ||
| Tsjechië | Uitgesteld | ||
| Parlementaire goedkeuring van het verdrag | |||
| Parlement | Datum | Resultaat | |
| Litouwen | 11 november 2004 | . 84 voor, 4 tegen. | |
| Hongarije | 20 december 2004 | . 322 voor, 12 tegen. | |
| Europees Parlement | 12 januari 2005 | . 500 voor, 137 tegen. | |
| Slovenië | 1 februari 2005 | . 79 voor, 4 tegen. | |
| Italië | 6 april 2005 | . Lagerhuis: 436 voor, 28 tegen. Senaat: 217 voor, 16 tegen. | |
| Griekenland | 19 april 2005 | . 268 voor, 17 tegen. | |
| Slowakije | 11 mei 2005 | . 116 voor, 27 tegen. | |
| Spanje | 18 mei 2005 | . Lagerhuis: 319 voor, 19 tegen. Senaat: 225 voor, 6 tegen. | |
| Oostenrijk | 25 mei 2005 | . Lagerhuis: 182 voor, 1 tegen. Senaat: 59 voor, 3 tegen. | |
| Duitsland | 27 mei 2005 | . Lagerhuis: 569 voor, 23 tegen. Senaat: 66 voor, 0 tegen, 3 neutral. | |
| Letland | 2 juni 2005 | . 71 voor, 5 tegen. | |
| Cyprus | 30 juni 2005 | 30 voor, 19 tegen. | |
| Malta | 6 juli 2005 | 65 voor, 0 tegen. | |
| België | 8 februari 2006 | . | |
| Estland | 9 mei 2006 | 73 voor, 1 tegen. | |
| Finland | Uitgesteld | ||
| Zweden | Uitgesteld | ||
Dat de inbreng van de individuele burgers bij deze "ratificatie" niet voor alle burgers identiek is en dat, meer in het bijzonder, sommige burgers de mogelijkheid hebben hun stem specifiek uit te brengen over deze grondwet en andere niet, wordt door vele inwoners van de Europese Unie als een onrecht gezien. Sommigen vinden dit onrecht dermate fundamenteel, dat de legitimiteit van deze grondwet, indien ze zou worden aangenomen, ter discussie gesteld kan worden. De reden van de uiteenlopende ratificatieprocedures ligt in het feit dat deze procedures door elk land afzonderlijk worden vastgelegd.
Onduidelijk is wat er gebeuren gaat nu Frankrijk op 29 mei en Nederland op 1 juni het voorstel hebben verworpen. De grondwet kan alleen worden aangenomen indien alle landen het hebben goedgekeurd. Er is echter ook een artikel waarin staat dat als ten minste 4/5 van de landen (twintig lidstaten) deze constitutie aannemen, hier overleg over moet worden gevoerd. De maximaal vijf tegenstemmende landen zouden in zo'n geval aan de minimaal twintig voorstemmers moeten voorleggen, hoe men uit de impasse zou kunnen geraken.
Bij het aantreden van Angela Merkel als nieuwe bondskanselier maakte zij bekend dat ze in 2007 onder Duits voorzitterschap van de Europese Unie de grondwet nieuw leven in wil blazen.
Eind januari 2006 vond een conferentie over het verdrag op hoog niveau plaats in het Oostenrijkse Salzburg, maar de lidstaten bleven verdeeld over de toekomst van het document.
Het verdrag over een grondwet voor Europa is verdeeld in een preambule, vier verdragsdelen en een aanhangsel met meerdere protocollen:
De belangrijkste punten van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa zijn:
Het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa bespreekt deels andere zaken dan nationale grondwetten, omdat zij ook moet vastleggen hoe de verhoudingen liggen tussen de nationale overheden en de unie.
De grondwet legt vast dat wanneer wetten conflicteren het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa prevaleert. De lidstaten erkennen hiermee expliciet de autoriteit van de Unie boven die van individuele lidstaten op gebieden waar de Unie beslissingen mag nemen. Deze toevoeging aan het Verdrag onderstreept bovendien nog eens de al bestaande situatie, waarin Europese autoriteit middels zaken als Europese Richtlijnen voorgaat boven die van de individuele lidstaten.
Tegenstanders van het grondwettelijke verdrag wijzen op deze passage als bewijs van hun stelling dat met het invoeren van de Europese Grondwet de nationale soevereiniteit van de lidstaten verdwijnt. De passage is echter een samenvatting van de bestaande situatie. Met de bestaande verdragen geldt al lange tijd, dat Europese Richlijnen, Besluiten en Verordeningen bindend zijn en voorgaan boven nationale wetgeving. Daarnaast geldt ook voor lidstaten als Nederland en België reeds tientallen jaren dat hun respectievelijke grondwetten internationale verdragen (en daaruit volgende regelgeving) boven de nationale grondwet laten prevaleren.
De Nederlandstalige tekst van de vier verdragsdelen beslaat 176 pagina's. De aanvullingen en uitzonderingen over bijvoorbeeld de Nationale Bank van Denemarken of het immigratiebeleid van Groot-Brittannië tellen nog eens 262 pagina's. In vergelijking met de Nederlandse Grondwet van 71 pagina's en de Grondwet van de Verenigde Staten (4600 woorden) is het nieuwe Verdrag dus erg lang.
Bezwaar hier tegen is dat deze rechten al beschermd worden door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens op basis van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en een toenemend aantal aanvullende protocollen van de Raad van Europa. Alle lidstaten en kandidaat-leden van de EU zijn lid van deze Raad. Anderzijds wijst men erop, dat het voor de burger voordelig is, wanneer de EU zich niet alleen met economische wetgeving bezighoudt, maar ook expliciete verantwoordelijkheden krijg inzake de mensen- en burgerrechten van de eigen inwoners.
Het 13e protocol van het EVRM sluit de doodstraf in alle gevallen, ook in tijd van oorlog, uit. Voor België is dit protocol op 1 oktober 2003 in werking getreden. Ook hier geldt weer het bezwaar dat de EU zaken naar zich toetrekt die de Raad van Europa voor een fractie van de kosten uitstekend regelt. Deze bemoei- en regelzucht van de EU leidt niet tot verbetering maar tot verwarring.
De Europese Commissie kan de mening van het Europees Parlement op een deel van de beslissingsterreinen ongestraft negeren. Het Europees Parlement krijgt daarentegen wel een grotere medebeslissingsbevoegdheid op beleidsterreinen, waarop zij voorheen geen bevoegdheden bezat. Waaronder het recht dat zij meer bevoegdheden krijgen en medewetgever wordt. Parlementariers krijgen ook de mogelijkheid amandementen in te dienen en wetsvoorstellen op verschillende gebieden. Het Europees Parlement kan niet één van de commissarissen wegsturen voor het door hen gevoerde beleid. Weliswaar mag het parlement zo´n commissaris ondervragen en een motie van wantrouwen uitspreken, maar daar kunnen geen dwingende consequenties aan worden gebonden.
Het Europees Parlement, dat bestaat uit per lidstaat verkozen leden, kan ook volgens dit verdrag geen nieuwe wetten voorstellen (geen initiatiefrecht).
Het burgerinitiatief maakt het mogelijk om met een miljoen handtekeningen van burgers uit verschillende Europese landen de Europese Commissie te bewegen een beslissing te heroverwegen. Zo'n petitie is adviserend en niet bindend. De mogelijkheid voor burgers om op deze manier invloed uit te oefenen is in sommige landen, waaronder Nederland, beduidend geringer.
Zowel de toekomstige 'president van de Europese Unie' als de Minister van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie zullen niet gekozen worden door de burgers, maar benoemd worden, zonder dat dat proces voldoende transparant is. Op deze manier wordt voorkomen dat landen met een grote bevolking via verkiezingen de bevolking van kleine landen overstemmen.
De definitie van democratie die Thucydides (II 37.) in de mond van Pericles legde werd op vraag van Ierland uit de grondwet verwijderd, tot groot ongenoegen van Griekenland en Cyprus.
| "Ons politiek stelsel is geen kopie van de instellingen van onze buren. In plaats van anderen na te apen, zijn wij juist een voorbeeld voor hen. De macht is in handen van velen en niet van enkelen, daarom wordt zij een democratie genoemd. Als het gaat om persoonlijke geschillen, verzekeren onze wetten gelijk recht aan allen; als het gaat om het vervullen van openbare ambten speelt sociale klasse geen rol, maar tellen slechts de werkelijke kwaliteiten die iemand bezit. Armoede is voor niemand die de publieke zaak kan dienen een belemmering, hoe gering zijn status ook mag zijn" THUCYDIDES, De Peloponnesische Oorlog, Boek 2, 37: Lijkrede van Perikles - bewerkte vert. v. M. A. Schwartz |
| (Bron: , Volksvergadering-Democratie in Klassiek Athene, in ATHENE. Webtijdschrift voor directe democratie 1 (2002).) |
Door het formuleren van een gemeenschappelijk beleid op dit gebied zal het voor nationale overheden moeilijk worden een sterk afwijkend beleid te voeren, zoals het streven naar ontwapening, het verlaten van de NAVO of het handhaven van een strikte neutraliteitspolitiek (Zweden, Oostenrijk). Volgens de Europese regeringsleiders zal het gemeenschappelijke veiligheidsbeleid vooral dienen tot het bijdragen aan en uitvoeren van vredesoperaties.
Het oorspronkelijke Verdrag van Rome uit 1957 meldde echter al in Hoofdstuk I, Artikel 3c dat er "een interne markt gekenmerkt door de afschaffing van obstakels tussen Lidstaten van het vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal" diende te komen. Er werd verder een stelsel geïntroduceerd dat er op toe zag dat de concurrentie binnen de interne markt niet werd verstoord. Het principe van de "vrije en ongestoorde" interne markt gelden dan ook vanaf het begin.
Artikel III-167 Grondwetsverdrag komt overeen met het oude Artikel 92 (later 87) Verdrag van Rome. Het Grondwetsartikel luidt als volgt: "Save as otherwise provided in the Constitution, any aid granted by a Member State or through State resources in any form whatsoever which distorts or threatens to distort competition by favouring certain undertakings or the production of certain goods shall, in so far as it affects trade between Member States, be incompatible with the internal market." De enige verandering ten opzichte van het Verdrag van Rome betreft de wijziging van "dit Verdrag" in "de Grondwet" en "gemeenschappelijke markt" wordt nu "interne markt" genoemd.
De talloze uitzonderingen op het verbod op overheidsubsidies (achtergestelde regio's, rampenbestrijding etc., III-167, lid 2) zijn ook rechtstreeks overgenomen uit het Verdrag van Rome (Artikel 92, later artikel 87). Een en ander ondermijnt dan ook het argument van tegenstanders dat de Grondwet liberaal is en zich enkel richt op de vrije concurrentie. Al vanaf de start van de Europese samenwerking worden overheidsubsidies en inperkingen op het beginsel van vrije concurrentie in bepaald gevallen toegestaan.
In Artikel I-3 is een bepaling ten aanzien van sociaal beleid opgenomen. De EU "shall work for the sustainable development of Europe based on balanced economic growth and price stability, a highly competitive social market economy, aiming at full employment and social progress." en "the Union shall combat social exclusion and discrimination, and shall promote justice and social protection, equality between men and women, solidarity between generations." Ook deze bepalingen zijn rechtstreeks afgeleid van het Verdrag van Rome.
Desalniettemin is enigszins onduidelijk in welke mate de beschermwaardigheid van maatschappelijke, sociale en culturele verworvenheden door de grondwet gewaarborgd wordt. Hieronder vallen naast media en gezondheid, openbare voorzieningen en de sociale markteconomie in brede zin. De jurisprudentie van het Hof van Justitie Europese Gemeenschappen is daar vrij genuanceerd.
De Europese Centrale Bank blijft ook in de toekomst onafhankelijk van politieke inmenging. Haar enige doel blijft het bestrijden van inflatie. Andere doelstelling zoals werkloosheidsbestrijding, zijn voorbehouden aan de overheid. Daarmee blijft de ECB zich onderscheiden van bijvoorbeeld de Amerikaanse Federale Bank (Fed).
Het feit dat het grootste deel van de unie-begroting wordt uitgegeven aan het landbouwbeleid is al enige decennia mikpunt van kritiek. Daarnaast blijft een groot verschil in subsidiëring tussen de verschillende landen bestaan. Het subsidiëren van de landbouw is strijdig met het principe van de vrije markt en levert voordeel voor boeren in de EU tegenover hun collega's van buiten de EU. Het verdrag wijzigt deze situatie niet.
Voor het eerst wordt in een verdrag de uittreding van een lidstaat geregeld.
In Nederland vrezen veel mensen dat hun land niet meer dan "een provincie van Europa" zal worden, aangezien de Nederlandse bevolking slechts 3% van de totale Europese bevolking uit maakt. Voorstanders wijzen er op, dat Europese integratie per definitie betekent dat soevereiniteit wordt opgegeven ten bate van een gezamenlijk beleid en een gedeelde soevereiniteit. Dat is reeds met de bestaande verdragen het geval en het nieuwe verdrag brengt in die bestaande situatie geen verandering.
Ook een eventuele toetreding van Turkije en mogelijk andere landen wordt in dit verband door tegenstanders genoemd. Turkije zou waarschijnlijk het grootste EU-land zijn en relatief zwaar stemrecht hebben. Het gewicht van kleine landen als Nederland en België neemt daardoor af.
Het verdrag houdt zich evenwel niet bezig met het lidmaatschap van Turkije (of andere staten). De toetreding van nieuwe lidstaten is immers afhankelijk van de toestemming door nationale regeringen en parlementen, in sommige landen ook van referenda. Daarnaast is het gehele toetredingsbeleid van de EU in handen van de nationale regeringen, die verantwoordelijk zijn voor de reeds in de jaren 1960 gedane beloften aan Turkije om toe te treden tot de (toenmalige) Europese Gemeenschap. Het raamwerk voor de onderhandelingen tussen de EU en Turkije is gedefinieerd door de nationale regeringen.
Ook de vergaderingen van de Europese Commissie zijn niet openbaar, maar dit geldt voor vrijwel elk bestuursorgaan of regering. De ministerraadsvergaderingen in Nederland zijn ook niet openbaar. Bijeenkomsten van het Europees Parlement zijn openbaar, net zoals de bijeenkomsten van de Tweede Kamer dat zijn.
Europees recht | EU-verdrag | Europese Grondwet
Tractat que estableix una constitució per a Europa | Smlouva o Ústavě pro Evropu | EU's forfatningstraktat | Vertrag über eine Verfassung für Europa | European Constitution | Eŭropa Konstitucio | Tratado por el que se establece una Constitución para Europa | Traité de Rome de 2004 | Samningur um stjórnarskrá fyrir Evrópu | Costituzione Europea | 欧州憲法 | 유럽 헌법 | Traktaten om en forfatning for Europa | Konstytucja dla Europy | Constituição Europeia | Constituţia europeană | Zmluva o Ústave pre Európu | Europeiska konstitutionen | 欧盟宪法
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world