Völuspá is een van de gedichten uit de poëtische Edda, en vertelt over de begintijd van de wereld en over het lot van de goden. Het wordt verteld door de Volva, een zieneres die lichtelijk in trance lijkt te zijn geraakt. Snorri Sturluson heeft in zijn proza-Edda gedeeltes uit de poëtische Edda geciteerd, onder andere uit Völuspá.
Kosmos.jpg De eerste stanza luidt:
Een zieneres is er aan het woord. Zij richt zich tot de grote Odin die zich door haar laat informeren over hoe het met zijn prachtige schepping allemaal gaat verlopen, terwijl de andere goden meeluisteren. In vervoering gaat ze terug tot in een ver verleden, tot voor de oorsprong der dingen, toen er chaos heerste. Ze schildert niet alleen de hele schepping, in haar extase belééft ze het allemaal opnieuw.
In duizelingwekkende vaart schildert ze:
Dit laatste beeld is een teken van vrede en harmonie. De adelaar is in vredestijd verplicht op vis te jagen, want er liggen geen vers gesneuvelden meer op slagvelden voor het oprapen...
Zo heeft ieder beeld een geheel eigen betekenis in de Edda.
Noordse mythologie | Germaanse mythologie | Middeleeuwse literatuur
Vølvens spådom | Völuspá | Völuspá | Völuspá | Vøluspá | Völuspá | Völuspá | Völuspá | Voluspå | Voluspå | Völuspá | Волюспа