Het uur is een eenheid van tijd. Een uur bestaat uit 60 minuten (of 3600 seconden). Een dag bestaat uit 24 uur.
Vroegere definities van het uur waren:
- Een twaalfde deel van de tijdsduur tussen zonsopgang en zonsondergang. Door deze definitie waren de uren op een zomerdag langer dan in de winter, en begon de morgen met het eerste uur. De Romeinen en Grieken gebruikten deze definite, en verdeelden de nacht in 3 of 4 nachtwaken. Later werd de nacht (de tijd tussen zonsondergang en zonsopgang) ook verdeeld in 12 uren.
- Een 24ste deel van de waargenomen zonnedag, dat is de tijdsduur tussen twee momenten dat de zon op het hoogste punt staat. Ook door deze definitie varieert de tijdsduur van het uur, omdat de lengte van een zonnedag gedurende het jaar varieert.
- Een 24ste deel van de gemiddelde zonnedag. Dit is een tamelijk constante definitie van het uur, maar omdat de aarde in de loop der tijd iets langzamer gaat draaien, wordt het uur volgens deze definitie steeds langer.
De reden dat er 12 uur in de dag zijn, is waarschijnlijk gedaan in analogie van de 12
maanden die in een jaar vallen. Dit soort symmetrie werd in de
oudheid vaak gebruikt bij meeteenheden.
Uur in de taal
Het woord uur is afkomstig van het Latijnse woord voor uur, hora.
Spreekwoorden en uitdrukkingen met uur:
- Zijn laatste uur heeft geslagen. (hij zal sterven)
- In een verloren uurtje. (iets doen als er even tijd voor is)
- Te elfder ure. (op het laatste moment)
Zie verder
Tijdseenheid
Stunde | ساعة | Час | Hora | Hodina | Time (enhed) | Stunde | Ώρα | Hour | Horo | Hora | Ordu | ساعت (زمان) | Tunti | Heure (temps) | Oere | Hora | שעה | Sat | Óra (időegység) | Ora (unità di misura) | 時間 (単位) | 시간 (단위) | Hora | Time | Time (tidsenhet) | Godzina | Hora | Sat | Hour | Hodina | Ura | Сат | Timme | ชั่วโมง | Saat | Giờ | 小时