article

Uit oude geschriften van 3000 v. Chr. blijkt dat de ui (Allium cepa, ook wel ajuin genoemd in Zuid-Nederland en Vlaanderen) voor het eerst in delen van Azië werd verbouwd. In deze periode kwam de ui ook voor in China en later ook in het oude India. Vanuit India is de ui naar Griekenland en Egypte gebracht. In decoraties en hiërogliefen van piramides komt de ui veelvuldig voor. Pyramidebouwers kregen uien als rantsoen. Aangenomen werd dat de ui de fysieke kracht bevorderde en ziektes hielp voorkomen. Uien werden ook in graftombes gelegd voor in het volgende leven. Ze waren tegelijkertijd voedsel en medicijn tijdens de reis naar het hiernamaals. Ook zou de schil door de structuur gezien worden als een symbool van eeuwigheid.

Uien werden ook door Grieken en Romeinen gebruikt. Een deel van de markt in Athene werd zelfs ‘ta skoroda’ genoemd, wat ‘de knoflook’ betekent en aangeeft dat de handel in allium deel uitmaakte van het dagelijkse leven. Na de introductie door de Romeinen in Europa werd de ui als groente snel populair. In de dertiende eeuw was er in Londen een levendige handel en werden er zelfs geïmporteerde uien verkocht. Vanaf dat moment neemt de ui in belangrijkheid toe, zowel in Europa als daarbuiten.

De ui is net als de bloembol een bolgewas en is verwant aan de St. Jansui, prei, bieslook en knoflook. Deze bolgewassen slaan voedsel op in een bol die de winter overleeft en daardoor kunnen ze als eerste planten in de lente boven de grond komen en bloemen vormen en zich voortplanten.

Om niet dood te vriezen en als voedselvoorraad bevatten bolgewassen veel suiker in hun bol. Wij denken bij uien vooral aan hun scherpe smaak die ze rauw moeilijk in grote hoeveelheden te eten maakt, maar ze zijn ook erg zoet. Ze hebben een scherpe smaak en geur die onze ogen bij het snijden ervan tot voor een paar jaren zelfs tot tranenproductie aanzette. Bij het snijden van uien worden ook cellen stuk gesneden. In een uiencel komen twee gedeelten voor. Eén deel bevat het enzym allinase, het andere deel zwavelverbindingen. Bij het stukgaan van de cellen worden er zwavelzuurverbindingen gevormd. Hieruit komt het gas syn-ropanethial-S-oxide vrij. Wanneer dit gas in contact komt met de ogen vormt het met het oogvocht een zwavelzuurverbinding, dat de zenuweinden in het oog irriteert. Hierdoor gaan de ogen tranen.

Tussen de uiensoorten komen verschillen in hoeveelheid vrijkomende zwavelzuurachtige verbindingen voor. Overigens is het tranen te voorkomen door uien in de koelkast te bewaren of door ze onder water te schillen.

Teelt


Bij de teelt van uien in Nederland zijn de volgende teeltwijzen te onderscheiden: zaaiuien, winteruien, picklers, eerstejaars plantuien, tweedejaarsplantuien en zilveruien.
  • De teelt van zaaiuien gebeurt op akkerbouwbedrijven en vindt voornamelijk plaats in Noord-Groningen, Noord-Friesland, Zeeland, Flevoland, Zuid-Holland en Noord-Holland. Ze worden vanaf de tweede helft van maart tot de eerste helft van april gezaaid. De oogst vindt afhankelijk van het ras plaats in augustus of september. De laat geoogste uien worden meestal bewaard. De buitenste rok droogt in tot een droge, strogele huid, die de bol tijdens de bewaring beschermt. Op beperkte schaal worden er ook rode uien geteeld.
  • De teelt van winteruien is van geringe betekenis. Hiervoor worden vroegrijpe Japanse rassen gebruikt. Vroeger werd hiervoor de Zwijndrechtse pootui gebruikt, maar de Japanse rassen zijn drie tot vijf weken eerder oogstbaar. De uitzaai is omstreeks 25 augustus en de oogst begint in de tweede helft van juni.
  • De teelt van picklers komt overeen met die van zaaiuien, maar er wordt door dikker zaaien (30-35 kg/ha) een kleinere ui (28-35 mm doorsnede) geoogst. Picklers worden overwegend voor de conservenindustrie geteeld.
    • Eerstejaars plantuien zijn kleine uitjes van 8-21 mm doorsnede, die na bewaring gedurende winter in het daarop volgende jaar worden uitgeplant voor de teelt van plantuien.
    • Plantuien of tweedejaarsuien worden geteeld uit eerstejaarsplantuien en in februari of maart uitgeplant. Geoogst wordt vanaf begin juli tot half augustus.
    • Zowel de teelt als de verwerking van zilveruien tot tafelzuren vindt plaats door gespecialiseerde bedrijven. Zilveruien zijn witte uien in tegenstelling tot de andere uien die geel zijn.

    Gebruik


    De ui heeft, in zowel positief als negatief opzicht, altijd veel aandacht gekregen. Hij speelde een belangrijke rol in de folklore, literatuur en schilderkunst en werd niet zelden symbolisch, geneeskrachtig of spiritueel gewaardeerd. Uien zijn niet alleen een groente, maar ook een smaakmaker, net als prei, wortel en selderieknol. Ook worden gedroogde uitjes gebruikt. Meestal worden hier Spaanse uien voor gebruikt, omdat die een hoger drogestofgehalte hebben.

    Inhoudsstoffen


    100 gram verse (rauwe) uien bevat gemiddeld 10 g koolhydraten, 1 g eiwit en 0,3 g vet. Verder aan mineralen 30 mg calcium, 0,5 mg ijzer en aan vitaminen 0,03 mg B1, 0,02 mg B2 en 10 mg C. De energiewaarde van 100 g is 197 kJ.

    Ziekten en beschadigingen


    De belangrijkste schimmelziekten zijn koprot (Botrytis aclada) en bladvlekkenziekte (Botrytis squamosa). Vooral bladvlekkenziekte kan het loof zo ernstig aantasten dat de opbrengst en de kwaliteit sterk achteruitgaan. Verder kunnen in de grond aanwezige aaltjes en besmetting van de grond met sclerotiën van witrot (Sclerotium cepivorum) een ernstige bedreiging voor het gewas vormen.

    Ui kan ook aangetast worden door de maden van de uienvlieg. Deze vlieg legt haar eieren bij de voet van de groeiende ui.

    Zie ook


    Groente | Alliaceae

    بصل | Лук | Ceba | Zwiebel | Onion | Cepo | Allium cepa | پیاز | Keltasipuli | Oignon | Cebola | Vöröshagyma | Allium cepa | タマネギ | Bawang | Cebula zwyczajna | Cebola | Црни лук | Gul lök | Soğan | 洋蔥 | Chhang-thâu

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Ui (bolgewas)".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld