Flag_of_Twente.png met het Twentse Ros.]]
Twente (Begin van de jaartelling de Tubanti, in het oude Latijn vermeld als Tuihanti, in 797 Tuianti, in 799 Tueanti, in 851 Thuehenti en in de elfde eeuw Tuente en tenslotte Twente of Twenthe) is een streek in het oosten van Nederland, die het oostelijke deel van de provincie Overijssel omvat en min of meer begrensd wordt door de rivieren Regge en Dinkel en de grenzen met Duitsland en de Achterhoek (provincie Gelderland). De naam Twente is afkomstig van de Romeinse benaming Tuihanti oftewel Tubanten voor de Germanen die in dit gebied woonachtig waren en in de Vroege Middeleeuwen door de Germaanse stam der Saksen geassimileerd en hevig beïnvloed werden.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog lag Twente verschillende keren in het oorlogsgebied. Rond 1620 was vrijwel de gehele streek door het Spaanse opperbevel aan de Staatse troepen van Maurits van Oranje overgelaten. Hiermee was de woelige periode niet ten einde. Tientallen jaren nog lag de vijand in de persoon van de prins-bisschoppen van Münster op de loer. Van 1672-1674 bezette Bommen Berend, bisschop van Münster, Twente in het kader van een oorlog tegen de Zeven Provinciën. Bovendien voerde de regering van Overijssel in de 17e eeuw op vaak gewelddadige wijze de Reformatie in. In Twente werden de katholieke parochiekerken en kloosters ondanks de weigering van het merendeel van het gewone volk en een klein deel van de adel over te gaan naar het protestantisme, geconfisqueerd, van binnen leeggehaald en heringericht voor de eredienst van de aanvankelijk zeer kleine protestantse gemeenten. De katholieke bevolking mocht haar godsdienst niet openlijk belijden, noch uitoefenen. Stiekem lazen rondtrekkende priesters de H. Mis in tot kapellen omgebouwde stallen, schuren en huizen op het Twentse platteland. Pas begin 19e eeuw zou de situatie voor de katholieken verbeteren en ook in Twente in een grootschalige nieuwbouw van katholieke kerken en kloosters resulteren.
De drie voornaamste plaatsen, Enschede, Hengelo en Almelo, kwamen alle drie pas in de 19e eeuw tot noemenswaardige economische ontwikkeling. Evenals in bijna alle andere Twentse plaatsen (Goor) kwam hier de textielindustrie tot ontwikkeling op basis van de plaatselijke huisnijverheid, en de komst van het spoor maakte juist deze drie plaatsen tot de economische as van Twente. Nijverdal is als industriestad opgericht door de Engelsman Thomas Ainsworth en vormt een uitzondering op deze regel. In Hengelo domineerde de machinebouw. De Twentse textielindustrie is inmiddels verleden tijd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Twente al op 10 mei 1940 overdonderd door de Duitse Wehrmacht. Op enkele schermutselingen na bleef het rustig. Reeds in de middag marcheerden Duitse kolonnes door de Twentse dorpen naar het westen. NSB'ers beheersten het beeld in de grotere plaatsen. Het Twentse platteland kenmerkte zich door passiviteit. De joodse gemeenschap hield zich in Twente beter staande dan in andere delen van het land, omdat de landelijkheid zich beter leende tot onderduiken. Voedseltekorten kende men gedurende de oorlog niet echt. Al voor, en tijdens de hongerwinter 1944-'45 werden kinderen uit West-Nederland ondergebracht bij boerengezinnen om aan te sterken en te overleven. Gewelddadige verzetsacties kwamen er gedurende de oorlog niet voor, afgezien van aanslagen op voedselbonkantoren. Het actief verzet bleef beperkt tot het grootschalig onderduiken door joden en mannen die aan de Arbeitseinsatz wilden ontkomen. De katholieke geestelijkheid en protestantse predikanten als Ds. Overduin (Enschede) hielpen bij de hulpacties voor vervolgde Joden en politici.
Als doorvoergebied van Zuid- en West-Nederland en Vlaanderen naar Noord-Duitse industriesteden als Hamburg, Stettin en Hannover was Twente een zeer belangrijk gebied voor het Duitse spoorwegtransport. Aan het einde van de oorlog kreeg Twente het dan ook steeds zwaarder te verduren. Grote delen van Hengelo en Enschede werden weggevaagd door geallieerde bombardementen die bedoeld waren voor de daar gevestigde bewapeningsfabrieken, zoals Hazemeijer. Daarbij werd het centrum van Hengelo op 6 en 7 oktober 1944 zo goed als geheel vernietigd. Het centrum van het stadje Goor werd tijdens een hevig bombardement in maart 1945 weggevaagd, met vele burgerslachtoffers als gevolg.
De naoorlogse wederopbouw geschiedde beetje bij beetje, waarbij Twente het geluk had op de toen nog oplevende textielindustrie te kunnen terugvallen.
Twente heeft sinds enige decennia een vliegveld en, halverwege Hengelo en Enschede, een - aanvankelijk uitsluitend technische - universiteit: de Universiteit Twente. De totstandkoming van de A1 naar Berlijn, Hannover en Osnabrück gaf vanaf de jaren '70 de Twentse regio een grote economische impuls.
Geologisch is Twente een van de interessantste gebieden van Nederland. Er komen aardlagen uit verschillende perioden op een vrij klein gebied aan de oppervlakte. Bij Losser bevindt zich een open steengroeve. Hengelo en Boekelo hebben zoutwinning.
De schrijver J.J. Voskuil beweert, dat het midwinterhoornblazen geen voorchristelijk gebruik is, zoals lang gedacht werd, maar dat deze traditie pas is ontstaan tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Daarvoor vond het midwinterhoornblazen slechts incidenteel plaats. Toch is het hoornblazen reeds eeuwen in Twente aanwezig - in verschillende varianten: zo kent Markelo en omgeving het ossenhoornblazen.
De wijd en zijd bekende streeksport klootschieten maakt ook deel uit van de Twentse cultuur en folklore. Oorspronkelijk werd dit spel gespeeld met harde kleine ballen die zover mogelijk over lange zandwegen gegooid werden. Tegenwoordig zijn er ook andere varianten (met rubberen ballen bijvoorbeeld).
Sporen van de religie vindt men overal in Twente. In Oldenzaal staat de Middeleeuwse St. Plechelmusbasiliek, die opgetrokken werd uit Bentheimer zandsteen. Delden bezit een kleinere, eveneense Middeleeuwse kerk (de Oude Blasius), evenals Denekamp, Haaksbergen en Weerselo. In Tubbergen is niet alleen de parochiekerk, maar ook het reusachtige monument voor de bekende Twentse RKSP-politicus Mgr. Dr. Schaepman opmerkelijk. In de omgeving van Denekamp en Zenderen zijn kloosters gevestigd. Vele kloosters en kleinseminaries bevinden zich onder meer in Goor, Delden, Hengelo, Haaksbergen, Enschede, Ootmarsum, Almelo en Oldenzaal, hoewel er door de teruggang van het kloosterleven steeds weer enkele moeten sluiten.
In Enschede bezit de Israëlitische gemeenschap een indrukwekkende synagoge. In Hellendoorn en Almelo zijn joodse begraafplaatsen te vinden.
Onder de bekende oude eikenboom bij Fleringen (de Kroezenboom) ligt een katholieke wegkapel. In De Lutte, Denekamp, de voormalige gemeente Ambt Delden enz. vindt men langs wegen eveneens talrijke katholieke bidkapelletjes. In Overdinkel vindt elk jaar een processie ter ere van de H. Gerardus Majella plaats onder leiding van de Paters Redemptoristen.
Het Van Deinse Instituut zet zich in om meer te weten te komen over heden en verleden van Twente. Het in Enschede gevestigde instituut richt zich op de streekcultuur, volkskunde, streektaal, cultuurgeschiedenis en het landschap van Twente. Daarnaast verzamelt, onderhoudt, bestudeert en presenteert het een uitgebreide collectie materiële getuigenissen uit het verleden van Twente.
Uit de gouden korenaren schiep God de Twentenaren, en uit het kaf en de resten de mensen uit het Westen
Op Twentenaren werd in vroeger tijden door grootstedelijke Nederlanders neergekeken als een nijver, gesloten, eigenaardig, religieus boerenvolkje uit het verre oosten des lands. Belangrijke imagoverbetering kwam tot stand door de verovering van het Nederlandse toneel door vooral Herman Finkers. Finkers voldoet op een hartelijke manier aan het stereotiepe beeld van de Twentenaar: vreemd accent en droge humor. Finkers trad in het verleden meermaals in het Twents op en verleende het dialect zo meer bekendheid en eigenwaarde.
Twente wordt in de rest van Nederland ook gezien als een "gezellige streek" en is daardoor steeds populairder geworden onder dag- en campingtoeristen. Vele campings en hotels zijn rond Ootmarsum te vinden, maar ook het landelijke gebied rond het dorpje Markelo is populair.
Door de toenemende bedrijvigheid en de economische groei van Enschede, Almelo en Hengelo is er ook bij het Nederlandse bedrijfsleven een positiever beeld van Twente ontstaan. Niet in de laatste plaats wordt hiertoe bijgedragen door de Universiteit Twente en haar landelijke uitstraling. De (inter)nationale bekendheid van een voetbalclub als FC Twente (1965) draagt eveneens haar steentje bij aan een sterke naamsbekendheid van de streek.
Hoezeer de culturele emancipatie van de streek - met al haar eigenheden - gelukt is, blijkt wel uit het initiatief van de Twentenaren Herman Finkers en regisseur Johan Nijenhuis. In oktober 2005 verscheen de Twentse dramaserie Van jonge leu en oale groond bij RTV Oost. Door het Twentse bedrijfsleven werd aan de totstandkoming van de kostbare televisieproductie bijgedragen. Inmiddels is er landelijke belangstelling voor de serie.